Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Joep Schrijvers - Adviseurskeuze column
18 januari 2021 | Joep Schrijvers

Een continue vraag in de lesboeken voor leiders vanaf tot de Oudheid tot heden luidt: Tot wie moeten leiders zich wenden als zij het niet meer weten? En vooral: tot wie niét? Er waren hierbij twee grote fouten te maken, en daar kwam in de 20ste eeuw een derde bij die ook in de corona-aanpak speelde. Maar daarover zo meer.

Vorsten, bestuurders konden goed de mist ingaan als zij niet in de smiezen hadden dat hun ‘welwillende' raadgevers met behaagziek geprevel niet hun belangen of die van het land dienden, maar die van henzelf. Vooral in het Europa van de 17e eeuw met zijn uitgebreide hofhoudingen moesten de vorsten uitkijken voor zulke flemende edellieden. Hun eigentijdse equivalent is die van Brusselse lobbyisten.

De tweede klassieke zeperd was zich te laten omringen met nepadviseurs. Schijndeskundigen die menen de waarheid in pacht te hebben, maar die op de keper beschouwd niet veel meer waren dan ingewandenkijkers en complotdenkers, welbespraakte neppers die menen dat alle mensen deugen of juist niet. Kortom, leiders, wend je niet tot charlatans of zoals Plato ze noemde: tot sofisten.

In de 20e eeuw kwam er een derde misstap bij. De geboortegrond van het nieuwe falen lag, hoe kan het ook anders, in Amerika. Daar kwamen experts er zestig jaar geleden achter dat zij problemen met stadsvernieuwing, sociale programma's en armoede niet goed konden oplossen. En dat lag niet aan de aanpak, maar aan de problemen die anders waren dan gedacht. De design theoreticus Horst Rittel (1930-1990) noemde ze ‘wicked problems', een moeilijk in het Nederlands te vertalen concept.

‘Wicked problems' worden wel hardnekkige of ongestructureerde problemen genoemd. Het zijn complexe uitdagingen die geen vastomlijnde definitie hebben, waarin diverse belangen en emoties een rol spelen die uniek zijn, waarbij de oplossing van het ene probleem het andere oproept, en waarvoor geen gefixeerde stappenplannen bestaan. Tot overmaat van ramp weet je ook nooit precies wanneer het probleem is opgelost.

Wat moet je nu als leider met zulke ‘wicked problems'? Tot wie moet je je wenden als je het niet weet? De Engelse leiderschapswetenschapper Keith Grint geeft een simpel advies. Raadpleeg zoveel mogelijk disciplines, zorg dat je toegang krijgt tot verschillende perspectieven, en beperk je niet tot experts en wetenschappers maar raadpleeg ook boeren, burgers en buitenlui.

In de coronacrisis wendde Rutte c.s. zich vooral tot de medische experts. Economen, gedragswetenschappers, complexiteitswetenschappers, en/of belangengroepen kwamen in het script niet voor. Zij waren buiten de orde geplaatst. De coronacrisis was voor onze bestuurders aanvankelijk geen ‘wicked problem', maar een helder, eenduidig probleem: een te managen medisch probleem. Dat leidde tot grote onrust in de samenleving die beter dan onze bestuurders wist dat deze eenzijdigheid onverstandig was. Er kwam een ‘red team' met contra expertise, economen roerden zich, half Nederland werd viroloog en bovenal wisten de nieuwe charlatans, de complotdenkers, het probleem voor eens en altijd te definiëren: Bill Gates en 5G.

Anderhalf millennium geleden, omstreeks 516 schrijft Benedictus van Nursia in zijn ‘Regel' voor het kloosterleven dat een abt bij belangrijke zaken zijn monniken bijeen moet roepen om hen deze voor te leggen. Hij moet ze hun zegje laten doen en dan vooral goed naar de jongste onder hen luisteren, omdat juist zij hem goed kunnen adviseren.

Benedictus. Die wist het wel: het antwoord op de vraag tot wie zich te wenden. Die wel.

Joep Schrijvers doet onderzoek naar westerse advies- en lesboeken voor vorsten, bestuurders en managers van Homerus tot Covey. Hij is schrijver van succesvolle, kritische boeken en artikelen over management, mens en maatschappij.

Joep Schrijvers over zijn Hoop in bange dagen preview
7 september 2020 | Joep Schrijvers

Joep Schrijvers (o.m. bekend van Hoe word ik een rat?) schreef als allereerste het geschenk voor de Week van het Managementboek. Het resultaat is Hoop in bange dagen, dat wij tussen 7 en 13 september gratis weggeven aan onze klanten. Een preview.

Veel mensen menen dat je eerst moet nadenken alvorens te kunnen schrijven. Ik heb dat zelf ook altijd gedacht, maar met dit boek Hoop in bange dagen ben ik tot de volstrekt omgekeerde conclusie gekomen: het denken begint pas na het schrijven!

Toen mijn zakwoordenboekje af was, ergens begin juli, ik had zestig korte hoofdstukjes, lemma’s,  geschreven, over de duvel en zijn ouwe moer, al had alles wel een link met het thema ‘tegendraadsheid en crisis’, toen dus, toen het af was en ik in mijn stoel zat, dacht ik: waar gaat dit in vredesnaam over?

Ik las het manuscript nog eens door en zag opeens in het proza twee rode draden oplichten, helder en scherp, zonder enig gezichtsbedrog of wensdenken. Het zakwoordenboekje bleek ten eerste te gaan over het verlangen van mensen naar een goede afloop en ten tweede wat ze er allemaal voor over hebben: ten goede en ten kwade.

Of het hoofdstukje nu gaat over angst, de hoop, de blonde pruik, vuile handen, kusjesdag of luiheid, ergens raken ze dat verlangen naar een goede afloop. Ik moet bekennen, tijdens de lock down van de Coronacrisis, stond ik met dat verlangen op en ging ik ermee naar bed. Steeds drensde in mijn hoofd de vraag: hoe loopt dit af? Hoe loopt het met mij af? Zo verwonderlijk is het dus niet dat ik half onbewust deze rode draad heb gesponnen.

Toch zal men het woordje ‘ik’, behalve in wat voetnoten, nergens tegenkomen: geen persoonlijke ervaringen of gevoelens. Nee, bekende en niet bekende mensen, professionals, ondernemers, kunstenaars en filosofen, hun gedachten en daden, figureren in mijn hoofdstukjes. Zij waren de paspoppen waaromheen ik mijn onaffe gedachten kon plooien.

Maar er zat nog een tweede draad in: wat doen mensen omwille van die goede afloop en wat als die níét lukt en de terugtocht de laatste optie is?  Ook zag ik helder opdoemen waar mijn eigen sympathieën naar uitgingen. Mijn hoop in bange dagen is met drie trefwoorden samen te vatten: bricoleren, schipperen en aanmodderen.

De hoop, míjn hoop, ligt bij al die mensen die al improviserend en knutselend met de riemen roeien die ze hebben en er ondanks alles iets van maken. Hij ligt ook bij de mensen die als het om morele beslissingen gaat met waarden en principes weten te schipperen, die daarin vrijzinnig en onorthodox zijn. Tussen goed en fout liggen vijftig tinten grijs.

Ten slotte het aanmodderen. Die term stamt uit het midden van de jaren vijftig in de vorige eeuw, toen de wetenschappelijke bedrijfsvoering en planning vastliepen. Vele grootse plannen mislukten en verzandden ondanks alle geavanceerde planningstechnieken. De rol van kennis bleek maar heel bescheiden te zijn. Wat goede managers, professionals en burgers bleken te doen was aanmodderen: incrementele, creatieve stappen zetten.

En waar ik niets van moet hebben? Ook dat is te lezen in mijn zakwoordenboek voor standvastige en eigenzinnige mensen. De lemma’s over fanatisme, jammeren, roze-brilprofessionals, denkdwang en uitzinnig verzet getuigen ervan.

Vele profeten zijn valse profeten. In de traditie heeft dat geleid tot boosheid en pessimistische schoonheid, tot wanhoop. Maar misschien is dat iets om zelf te lezen in Hoop in bange dagen.

Joep Schrijvers schreef in 2002 de wereldwijde bestseller Hoe word ik een rat?

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden