Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen. Door de Brexit kan de levering van Engelse boeken vertraging oplopen.
Fedde Monsma: ‘Het poldermodel werkt niet meer’ interview
3 oktober 2017 | Ronald Buitenhuis

‘De SER kan in de huidige vorm beter opgeheven worden…’ ‘De vakbonden zijn vakkundig bezig om zichzelf en hun traditionele countervailing power uit te schakelen….’ ‘Het poldermodel piept en kraakt…’ In zijn nieuwe boek Poldermodel 3.0 agendeert oud-vakbondsman Fedde Monsma de toekomst van arbeidsverhoudingen. Pasklare antwoorden zijn er niet, maar het polderoverleg in de huidige vorm is ten dode opgeschreven. Letterlijk staat de polder het water aan de lippen. Op naar een masterplan voor de arbeidsmarkt.

Het polderoverleg tussen werkgevers en werknemers is recentelijk geklapt. Actueler had uw boek Poldermodel 3.0 niet kunnen zijn. U noemt het mislukte overleg zelfs een poppenkast en exemplarisch voor wat er mis is.
Ja, omdat het niet over de inhoud gaat, maar louter over de poppetjes. Instituten, zowel werkgevers als werknemers, zitten er om zichzelf in stand te houden. Ze roepen wel dat de snel groeiende groep van zzp’ers ook bij de overleggen aan tafel zitten, maar dat is vanuit traditionele partijen als VNO-NCW en FNV. Zelfstandigen zitten er niet zelf als partij. Als je de huidige polderpartijen namelijk vraagt waarom ze in de SER zitten, weten ze dat feitelijk niet. Laat staan dat ze zichzelf die vraag stellen. Wanneer je de SER wilt behouden, moet je naar een tafel met compleet andere samenstellingen. De polderinstituties hebben geen intrinsiek belang bij veranderen of vernieuwen. Het bestaansrecht van de SER, van vakbonden en werkgeversorganisaties, bestaat juist voor een groot deel uit de legitimering van het huidige poldermodel. Ik noem dat: de polderparadox. Het verschaft sociale partners positie. Dat ter discussie stellen, is jezelf ter discussie stellen. Bovendien: tekortkomingen van het poldermodel aan de orde stellen is een groot afbreukrisico voor de polderinstituten. Er zal dan immers toegegeven moeten worden dat het misschien toch niet meer zo goed werkt. Dan lopen werkgevers en vakbonden een risico met betrekking tot draagvlak voor hun respectievelijke organisaties en daarmee risico’s in invloed en geld. Voor verandering van dat systeem is lef en leiderschap nodig. En dat ontbreekt. Waarom zeggen we in de SER niet: zet een partij als Greenpeace aan tafel? Of de Ouderenbond. Of kies voor wisselende samenstellingen op basis van thema’s. Maar er is iemand nodig die dat moet gaan doen; iemand die de polder gaat vlottrekken. Maar ik heb pas nog eens met iemand een lijstje zitten maken met mensen die dat zouden kunnen. Die afstand kunnen nemen, objectief naar iets nieuws zoeken. Maar we kwamen er niet uit. Grappig genoeg was oud SER-voorzitter Wiebe Draijer van de Rabobank de enige naam die we konden verzinnen. Dat is een treurige conclusie. Bij de gevestigde partijen zie ik die vernieuwers in elk geval niet.

De werknemersbonden hebben in dit vraagstuk een groter probleem dan de werkgevers?
Zeker. De vakbonden zijn bezig zichzelf overbodig te maken. Leden lopen weg en hun representatie is aan erosie onderhevig. Al piept en kraakt het bij de werkgeversorganisaties ook. Het geeft grote bedrijven de gelegenheid om hun eigen gang te gaan. Jumbo en Albert Heijn hebben de bonden al eens buitenspel gezet. Maar uiteindelijk is dat ook niet de weg. Een vorm van polder heb je nodig. De overlegeconomie heeft ons veel opgeleverd en kan ons nog steeds veel opleveren. Je redt het niet met monopolisme van werkgevers op de arbeidsmarkt. Bepaalde weerstand, een countervailing power en vernieuwde vakbonden zijn hard nodig.

Uw boek waarin diverse arbeidsmarktspecialisten hun visie verwoorden, leest vooral als het agenderen van een probleem. Het biedt geen pasklare oplossingen.
Dat is een terechte constatering. De oplossingsrichtingen die aangeboden worden, zijn ook heel divers. Dé oplossing is er niet. Mijn pleidooi is ook vooral heel Rotterdams: geen woorden maar daden. Laten we nu eens gaan kijken hoe we het polderschip vlot kunnen trekken op een hedendaagse manier. Dat kan alleen door uit de loopgraven te komen. We moeten naar een nieuw soort masterplan voor de arbeidsmarkt. Wat zijn de kernwaarden waarin zowel werkgevers als werknemers en alle andere partijen die op dit gebied actief zijn, elkaar kunnen vinden. Ik denk dat dat samenkomt in de thema’s: representativiteit, participatie, thematische benadering, lef & leiderschap en vertrouwen. En ik geloof in samenwerken. De polder moet niet weg, het moet anders.

U heeft het over poldermodel 3.0 Het model 1.0 is het overlegmodel zoals we dat uit de jaren zestig en zeventig kennen. Wat was model 2.0 eigenlijk?
Dat is de fase waarin de sociale partners nu zitten. Ze willen eigenlijk het wiel opnieuw uitvinden in de context waarin zijzelf nu zitten. Blijven doen wat ze doen in een nieuwe jas. Je ziet dat in de zzp-discussie. Ze willen de ontwikkeling van flexwerkers tackelen door ze weer te organiseren in ‘echte banen’. Ik pleit voor een grote stap voorwaarts met echt nieuwe partijen aan tafel. Werk en werkenden moeten daarin centraal staan. Je moet bestaanszekerheid garanderen door bijvoorbeeld (inkomens-)risico’s te reduceren. Neem iets als doorbetaling bij ziekte in het tweede jaar. Dat is simpel af te dekken met een collectieve verzekering. Je moet delen van het oude systeem gebruiken, maar vervolgens het systeem helemaal opnieuw inrichten. Maar we zijn hardleers in de polder. Waarom kunnen zzp’ers nog steeds geen gebruik maken van een scholings- of een pensioenfonds?

Van alle bijdragen in het boek, welk inzicht heeft u het meest verrast en aan het denken gezet?
Remmelt Schuuring van werknemerscoöperaties Gewoondoen, Schoongewoon, Helpgewoon en Sportgewoon was helemaal klaar met alle regels in de schoonmaak. Wetgeving is volgens hem onderdeel van de angstpiramide. Hij wilde terug naar de kracht van zijn mensen. Als het een maand minder gaat, krijgen mensen minder salaris. Gaat het beter, kun je weer mee-ademen met de markt. Er zijn bij Schuurings coöperaties geen arbo-artsen en mensen hebben zelf de verantwoordelijkheid voor hun gezondheid. Het effect is een ziekteverzuim van 0,2 procent. Zo kijk ik eigenlijk tegen het hele poldervraagstuk aan. Je moet lef en leiderschap tonen. Nieuwe wegen in durven slaan en niet door blijven doormodderen. We blijven zitten in onze heilige huisjes. Ga experimenteren, durf als instituten je eigen zwakte te laten zien en vertrouw op je eigen mensen. Zoek nieuwe partners. Maar ja, wie pakt die handdoek op?

Poldermodel 3.0 - De toekomst van arbeidsverhoudingen preview
7 juni 2017 | Fedde Monsma

Fedde Monsma geeft  in Poldermodel 3.0 zijn visie en kennis op de toekomstige arbeidsmarktverhoudingen. Een preview.

Ik geef het direct toe: ik ben een polderadept. Daarom heb ik ook het boek Poldermodel 3.0 - De toekomst van arbeidsverhoudingen geschreven. Maar de wereld verandert en ‘de polder’ is opgebouwd langs instituties en structuren die het na de wederopbouw in de vorige eeuw goed deden en nog immer goed doen voor traditionele achterbannen. De samenleving vraagt echter steeds harder om nieuwe, andere antwoorden en oplossingen voor de arbeidsmarkt. Mijn boek gaat over vandaag en hoe het zo is gekomen, maar vooral ook over morgen, en welke kansen er liggen om weer opnieuw te bouwen...

De kracht en de macht van het polderoverleg neemt af. De externe oorzaken hiervoor liggen in de veranderende maatschappij, individualisering, technologische en demografische ontwikkelingen en globalisering. De interne oorzaken voor deze poldererosie liggen bij sociale partners zelf. De polder is zo geïnstitutionaliseerd dat nieuwe initiatieven en toetreders nauwelijks kansen hebben om mee te doen. Deze oorzaken zijn nauwelijks te beïnvloeden om zo sociale partners te bewegen tot modernisering en vernieuwing van eigen organisaties. Hans Biesheuvel, de voorzitter van Ondernemend Nederland (ONL), zegt in mijn boek: “Ik heb altijd erg gehecht aan de overlegeconomie, maar ik ben wel tegen de huidige polder, omdat ik vind dat in die huidige polder een veel te klein deel van de samenleving zich nog vertegenwoordigd voelt. (…) Die polderstructuur moet op de schop.”

Polderparadox

Het ter discussie stellen van de eigen representativiteit is als de hand die jou voedt en die je bestaansrecht legitimeert, vragen om daarmee op te houden. Daarnaast hebben de polderinstituties zelf geen intrinsiek belang bij veranderen of vernieuwen. Het bestaansrecht van de SER, van vakbonden en werkgeversorganisaties bestaat juist voor een groot deel uit de legitimering van het huidige poldermodel. Ik noem dat de polderparadox. Het verschaft sociale partners positie. Dat ter discussie stellen, is jezelf ter discussie stellen.

Arbeidsverhoudingen veranderen ook op decentraal niveau; er komt een grotere diversiteit werkenden die keuzevrijheid in werk en arbeidsvoorwaarden steeds belangrijker vindt. Werkgevers willen maatwerk in arbeidsvoorwaarden faciliteren waarbij ook andere stakeholders als de ondernemingsraad en hr een grotere rol in arbeidsverhoudingen (moeten) gaan spelen. Het instrument cao, een metafoor voor de gestolde polder, is niet vanzelfsprekend meer in de huidige vorm, evenals de inrichting van cao-onderhandelingen. De positie van werkgeversorganisaties en vooral vakbonden als preferred suppliers van de cao komt daarmee ook onder druk te staan. In mijn boek geef ik op basis van kennis en mijn eigen ervaringen als cao-onderhandelaar een aantal suggesties om de cao anders in te regelen.

Vernieuwing

Vanaf de zomer van 2016 heb ik uitgebreid gesproken met mensen met verstand van de polder en het arbeidsvoorwaardenoverleg. Mensen uit de politiek, vakbondsleiders, werkgevers, adviesbureaus, experts en wetenschappers. Maar ook met ‘gewone’ werkenden, het gaat immers over hen. Een aantal vragen stond in die gesprekken centraal: Hoe ziet de arbeidsmarkt van de toekomst eruit? Spelen sociale partners daar nog een rol in en zo ja, welke dan? Ik wilde weten ‘hoe het zit’, nieuwsgierig naar de visie op en analyse van de stand van zaken in de polder en de consequenties van de veranderende arbeidsmarkt op het polderoverleg en de kansen die er zijn.

De polder zal zich moeten vernieuwen om te overleven. Er is behoefte aan verbinding, en aan het samen zoeken naar gedeelde waarden. Dat moet gaan langs de lijn van vernieuwing van denken, vernieuwing van werken en vernieuwing van dienstverlening. In mijn boek geef ik vijf onderwerpen aan die cruciaal zijn voor de toekomst van arbeidsverhoudingen om het poldermodel te vernieuwen naar een poldermodel 3.0: representativiteit, participatie, thematische benaderingen in multidisciplinair overleg, lef en leiderschap en vooral ook vertrouwen.

Tijdens het schrijfproces ben ik gaan hopen dat het een aanzet is voor vakbonden en werkgevers, maar ook voor de politiek, om eens goed naar zichzelf en om zich heen te kijken naar alle kansen die er liggen. Ik weet zeker dat het kan leiden tot een inrichting van een moderne polder: poldermodel 3.0!

Fedde Monsma is arbeidsmarktdeskundige en auteur van Poldermodel 3.0 - De toekomst van arbeidsverhoudingen. Hij heeft een lange staat van dienst als (o.a.) cao-onderhandelaar bij grote bedrijven en branches. Fedde is nu werkzaam bij Sportwerkgevers als Adviseur Nieuw Beleid en als zelfstandig adviseur Arbeidsvoorwaarden en -Verhoudingen. Hij is de auteur van Poldermodel 3.0.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden