Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, ,

Hoofdstukken van bestuursrecht

Paperback Nederlands 2014 9789013119404
Vandaag voor 17:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

De zestiende druk van 'Hoofdstukken van bestuursrecht' is de eerste druk die bij Kluwer verschijnt. De vorige vijftien drukken zijn bij Reed Business Media verschenen.

In deze nieuwe druk is het een en ander veranderd:
Allereerst is de verdeling over grote en kleine letters systematisch bezien. Dat betekent voor studenten het volgende. Men zal – afhankelijk van de instructie door de docenten – de grote letters moeten ‘kennen’, maar het verdient sterke aanbeveling de kleine letters de eerste keer ook goed door te nemen: die geven voorbeelden en verdere uitwerking, waardoor de grote letters meer gaan ‘leven’.

Voor docenten en practici geldt dat ook zij om te beginnen geïnteresseerd zullen zijn in de grote letters. Maar voor meer diepgang en detail zijn voor hen de kleine letters en de noten ten minste zozeer van belang. Daarin veel relevante jurisprudentieverwijzingen en literatuur.

Wetgeving, jurisprudentie en literatuur zijn verwerkt tot mei 2014. De ontwikkelingen sinds de vorige druk, maar ook voortschrijdend inzicht van de bewerkers – soms gestimuleerd door opmerkingen van lezers; zo hebben prof. Rogier van de EUR en zijn vakgroep de nodige opmerkingen ingezonden, met een bijzonder accent op hoofdstuk 10, waarvan wij dankbaar gebruik hebben gemaakt –, hebben tot de nodige aanpassingen geleid.

Specificaties

ISBN13:9789013119404
Trefwoorden:bestuursrecht
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:952
Druk:16
Verschijningsdatum:24-11-2015
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Over Willem Konijnenbelt

Willem Konijnenbelt heeft van 1978-1993 wetgevingsonderwijs gegeven aan de universiteiten van Tilburg en Amsterdam en van 1985 tot heden aan wetgevingsjuristen in Nederland, van de EU, van diverse andere landen en van de Caribische landen. Van 1973-1976 was hij wetgevingsjurist bij het ministerie van (toen nog) Binnenlandse Zaken, van 1993-2005 staatsraad-wetgevingsadviseur bij de Raad van State en sinds 2011 is hij zelfstandig gevestigd wetgevingsadviseur.

Andere boeken door Willem Konijnenbelt

Inhoudsopgave

1 BESTUURSRECHT
§ 1 Bestuursrecht, administratief recht
1 Wat is bestuursrecht?
2 Instrumenten en waarborgen
3 Besturen, wetgeven en rechtspreken
§ 2 De onderverdeling van het bestuursrecht
4 Algemeen en bijzonder deel
5 Bijzonder deel
§ 3 Bibliografie
6 Nederland
7 Andere landen
§ 4 De ontwikkeling van het bestuursrecht in Nederland
8 Inleiding
9 Groeifactoren
10 Europese integratie
§ 5 De ontwikkeling van de rechtsbescherming tegen de overheid
11 In den beginne: administratief beroep
12 Tot WO II
13 Wet Bab en Wet Arob
14 Einde van het Kroonberoep
15 Rechtsbescherming sinds de Awb
§ 6 Pogingen tot vereenvoudiging
16 Naar meer eenheid en eenvoud
17 Algemene wet bestuursrecht
18 Deregulering
19 Privatisering
20 Achtergronden
§ 7 Bestuursrecht en andere delen van het recht
21 Inleiding; materieel en formeel recht
22 Burgerlijk recht
23 Strafrecht
24 Bestuursrecht: individualiserend en instrumenteel
25 Bestuursinstrumenten
26 Procesrecht
27 Staatsrecht
28 Internationaal publiekrecht; recht van de EU
29 Verschillende invalshoeken
30 Literatuur bij hoofdstuk 1
2
2 DE GRONDSLAGEN VAN HET BESTUURSRECHT
§ 1 Rechtsstaat
1 Rechtsstaat
2 Wetmatigheidsbeginsel
3 Ingrijpende besluiten
4 Gehoorzaamheid aan de wet
5 Gelijkheid
6 Rechtszekerheid
7 Grondrechten
8 Machtsevenwicht, decentralisatie
9 Rechterlijke controle
§ 2 Democratie
10 Democratisch ideaal
11 Positievertegenwoordigende lichamen, afzetbaarheid van bestuurders
12 Openbaarheid van bestuur en persvrijheid
13 Inspraak
14 Referendum en volksinitiatief
15 Andere belangen ontzien
§ 3 Instrumentele vereisten
16 Instrumenteel karakter
17 Effectiviteit
18 Efficiëntie
§ 4 Balans
19 Waarborgen en instrumenten
20 Vier rationaliteiten
21 Samenvatting
22 Literatuur bij hoofdstuk 2
3 DE ROL VAN DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT
§ 1 De Awb als codificatie
1 Algemene karakteristiek
2 Overzicht inhoud Awb
3 Opbouw en systeem Awb
4 Awb en bijzondere wet (1): het stelsel
5 Awb en bijzondere wet (2): een voorbeeld
6 Systeem van hoofdstuk 3 Awb
7 De relatie bestuur-bestuurde als rechtsbetrekking
§ 2 Bestuursorganen
8 Definitie
9 'a-organen'
10 'b-organen'
11 Belang onderscheid
12 Uitgezonderde organen
3
§ 3 Belanghebbenden
13 Belang van het begrip
14 Belanghebbenden: vereisten
15 Eigen belang
16 Objectief bepaalbaar
17 Actueel belang
18 Persoonlijk belang
19 Rechtstreeks betrokken; afgeleide belangen
20 Belang bij besluiten van algemene strekking
21 Belang van bestuursorganen
22 Belang van rechtspersonen: inleiding
23 Algemene belangen en collectieve belangen
24 Voorgeschiedenis derde lid
25 Procesbelang
26 Belangen die moeten worden afgewogen; relativiteitseis
§ 4 Aanvragen
27 Aanvraag van 'belanghebbende'
§ 5 Besluiten
28 Definitie
29 Besluiten van algemene strekking en beschikkingen
30 Weigering
§ 6 Reikwijdte definities Awb
31 Algemene gelding, tenzij
32 Literatuur bij hoofdstuk 3
4 DE ORGANISATIE VAN HET OPENBAAR BESTUUR
§ 1 Openbare lichamen en rechtspersonen naar publiekrecht
1 Rechtspersonen naar publiekrecht en openbare lichamen
2 Bestuursorganen
3 Organen van rechtspersonen naar publiekrecht
4 Zelfstandige bestuursorganen
5 Agentschappen
6 Functionele decentralisatie
§ 2 Bestuur met en door particulieren
7 Inleiding
8 Overheid als privaat rechtspersoon
9 Publiekrecht van toepassing?
10 Samenwerking, privaatrechtelijk
11 Samenwerking, publiekrechtelijk
12 Privaatrechtelijke of publiekrechtelijke vorm
13 Particulieren als overheid
§ 3 'Overheidspersonen'
14 Ambten, bestuursorganen, bestuurders
15 Bestuurders
16 Overheidspersoneel
17 Ambtenaren
18 Rechtspositieregelingen
4
19 Karakter ambtenaarspositie, medezeggenschap
20 Rechtsbescherming ambtenaren
21 Arbeidscontractanten
22 Overheidspersoneel en grondrechten
23 Klokkenluiders
24 Stakingsrecht
§ 4 Organen van de Europese Unie
25 Instellingen en organen
26 Literatuur bij hoofdstuk 4
5 DE BEVOEGDHEID OM TE BESTUREN
§ 1 Bestuursbevoegdheden
1 Rechten en bevoegdheden van bestuursorganen
2 De bevoegdheid algemeen verbindende
voorschriften vast te stellen
§ 2 Attributie
3 Attributie door een wetgever
4 Attributie aan ambtenaren
5 Attributie bij beschikking
6 Bestuursbevoegdheden krachtens
ongeschreven recht en geïmpliceerde bevoegdheden
§ 3 Delegatie
7 Overdracht en delegatie
8 Gevolgen van delegatie
9 Wettelijke grondslag nodig
10 Bijzondere wettelijke basis
11 Algemene wettelijke basis voor delegatie
12 Gevolgen gebrekkige delegatie
13 Rechtskarakter delegatiebesluit
14 Subdelegatie
15 Overdracht door een ander bestuursorgaan
16 Delegatie van besluitbevoegdheid?
§ 4 Mandaat
17 Plaatsbepaling; machtiging en mandaat
18 Toelaatbaarheid
19 Gevolgen mandaatverlening
20 Gevolgen mandaatsgebreken
21 Mandaatsbesluit
22 Ondermandaat
23 Mandaat aan niet-ondergeschikten
24 Ondertekeningsmandaat
25 Literatuur bij hoofdstuk 5
5
6 BESLISSINGEN VAN BESTUURSORGANEN
§ 1 Gelede normstelling
1 Gelede normstelling in het bestuursrecht
2 Gelede normstelling bij communautair medebewind
3 Beschikking als rechtsnorm
4 Terugtredende wetgever
5 Rol van de wetgever
§ 2 Beleidsvrijheid en vage normen
6 Beoordelingsruimte en beleidsruimte
7 Beoordelingsruimte en beoordelingsvrijheid
8 Beleidsruimte is beleidsvrijheid
9 Beoordelingsvrijheid en beleidsvrijheid
10 Beslissingsruimte: rechtsvrije ruimte?
11 Samenvattend schema
§ 3 Besluiten en andere handelingen
12 Overzicht
13 Besluit of andere beslissing
14 Schriftelijke beslissing
15 Het strategisch besluitbegrip
Rechtshandeling of feitelijke handeling 4
16 Inleiding
17 Jurisprudentie
18 Beslissingen gericht op feitelijk handelen
19 Beslissingen die slechts refereren aan de bestaande rechtstoestand
20 Bestuurlijke rechtsoordelen; inlichtingen
21 Gedoogverklaringen
22 Waarschuwingen
23 Inzage in stukken/wettelijk geregelde handelingen
24 Plannen
25 Rechtshandeling of feitelijke handeling: overzicht en betekenis
Publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtshandeling
26 Inleiding
27 Oplostheorie
28 Subsidies c.a.
29 Zelfstandige schadebesluiten en nadeelcompensatiebesluiten
30 Publieke taak bij publiek domein en financiële verstrekkingen
31 Ongeschreven publiekrechtelijke grondslag
32 Uitvoering van privaatrechtelijke regelingen
33 Publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtshandeling:
overzicht en betekenis
§ 4 Beschikkingen en besluiten van algemene strekking
34 Beschikking of besluit van algemene strekking:inleiding
35 Beschikking: kenmerken
36 Individuele beschikkingen
37 Individuele beschikkingen met zakelijke werking;
overdraagbaarheid
38 Concrete beschikkingen
39 Weigeringen
40 Belang van het onderscheid
6
§ 5 Soorten beschikkingen
41 Inleiding
42 Rechtvaststellende en rechtscheppende beschikkingen
43 Begunstigende en belastende beschikkingen
44 Aflopende en duurzame beschikkingen
45 Reële en fictieve beschikkingen; inwilliging van rechtswege
(silencio positivo)
46 Vrije en gebonden beschikkingen
47 Overleg
48 Rechtsbescherming bij vrije en bij gebonden beschikkingen
49 Voorschriften en verplichtingen
50 Geoorloofd?
51 Inhoud voorschriften en verplichtingen
52 Financiële voorwaarden
§ 6 Handelen krachtens beschikking
53 Inleiding
54 Strafrechtelijke en bestuursrechtelijke onrechtmatigheid
55 Privaatrechtelijke onrechtmatigheid a: rechtens onaantastbare vergunning
56 b: Vernietigde vergunning
57 c: Nog niet onaantastbare vergunning
§ 7 Algemeen verbindende voorschriften
58 Het begrip a.v.v.; belang daarvan
59 a: Bevoegdheid
60 b:Algemene rechtsnormen
61 c: Externe werking
62 'A.v.v.' en 'wettelijk voorschrift' in de Awb
63 Algemene maatregelen van bestuur
64 Zelfstandige a.m.v.b.
65 Regelende kleine KB's
66 Ministeriële regelingen
67 Verordeningen van decentrale overheden
68 Autonome verordeningen
69 Medebewindsverordeningen
70 Gemengde verordeningen
§ 8 Beleidsregels
71 Achtergrond
72 Beleidsregels in de Awb; soorten beleidsregels
73 Beleidsregels en andere vormen van beleid
74 Geen algemeen verbindend voorschrift
75 Gebruik bestaande bevoegdheid van bestuursorgaan
76 Inherente afwijkingsbevoegdheid
77 Beleidswijziging
78 Beleidsregels en motivering
79 Recht in de zin van 79 RO?
80 'Wet' in de zin van het EVRM?
81 Beleidsregels en a.v.v.: balans
82 Beleidsregels en 'richtlijnen'
§ 9 Plannen
83 Samenhangend beleid
84 Soorten plannen
85 Juridische aspecten
7
86 Planprocedures, rechtsbescherming en rechtsgevolgen
87 Rechtskarakter
§ 10 Concretiserende en andere besluiten van algemene strekking
88 Concretiserende besluiten
89 Overige besluiten van algemene strekking
90 Belang categorisering
§ 11 Publiekrechtelijke overeenkomsten
91 Overeenkomst als algemene rechtsfiguur
92 Bevoegdhedenovereenkomsten; kenmerken
93 Toepasselijk recht
94 Algemeen contractenrecht
95 Aanvaardbaarheid bevoegdhedenovereenkomst
96 Publiekrechtelijke tweewegenleer
97 Bevoegde contractspartij
98 Bevoegde rechter
99 Tegenprestatie
100 Rechtsgevolgen
101 Convenanten
§ 12 Europese rechtshandelingen
102 Overzicht
103 Verordeningen
104 Richtlijnen
105 Versnelde implementatie
106 Besluiten
107 Aanbevelingen en adviezen
108 Literatuur bij hoofdstuk 6
7 RECHTSNORMEN VOOR HET BESTUREN
§ 1 Geschreven en ongeschreven recht
1 Rechtmatigheid
2 Toepasselijk recht
3 Toepasselijkheid Awb
4 Beginselen van behoorlijk bestuur en de Awb. Formele en materiële
beginselen
5 Geschiedenis a.b.b.b.
6 Verdere ontwikkeling
§ 2 Algemene normen voor het verkeer tussen burgers enbestuursorganen
7 Inleiding
8 Bijstand en vertegenwoordiging
9 Doorzendplicht
10 Elektronisch verkeer
11 Voertaal
12 Geheimhouding
13 Openbaarheid
14 Transparantie
15 Verbod van vooringenomenheid
16 Correcte behandeling
§ 3 Algemene normen voor besluiten I: voorbereiding van besluiten
8
17 Overzicht
18 Aanvraag van beschikking
19 Zorgvuldige voorbereiding
20 Advisering, zorgvuldigheid en vergewisplicht
21 Inspraak
22 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure
23 Voorbereidingsprocedure en bezwaarschriftprocedure
24 Hoorplicht bij beschikkingen
25 Verdedigingsbeginsel
§ 4 Algemene normen voor besluiten II: besluitvorming en inrichting van besluiten
26 Overzicht
27 Verbod van détournement de procédure
28 Af te wegen belangen; specialiteitsbeginsel
29 Deugdelijke motivering
30 Kenbare motivering
31 Motivering besluiten van vertegenwoordigende lichamen
32 Formele rechtszekerheid
33 Beslistermijnen bij beschikkingen. Dwangsom en beroep bij niet tijdig
beschikken
34 Beslistermijn en fair play
§ 5 Algemene normen voor besluiten III: inhoud van besluiten
35 Overzicht
36 Materiële rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel
37 Materieel rechtszekerheidsbeginsel
38 Terugwerkende kracht van algemeen verbindende voorschriften
39 Terugwerkende kracht van beschikkingen
40 Vertrouwensbeginsel
41 Wie wekte vertrouwen?
42 Wat wekte vertrouwen?
43 Dispositievereiste
44 Contra-indicaties
45 Gelijkheidsbeginsel
46 Vertrouwen en gelijkheid
47 Verbod van détournement de pouvoir
48 Materiële zorgvuldigheid: verschillende elementen
49 Zorgvuldige besluitvorming
50 Minste pijn
51 Evenredigheid
52 Égalité devant les charges publiques
53 Willekeurverbod en marginale beleidstoetsing
§ 6 Ongeschreven rechtsbeginselen in het recht van de Europese Unie
54 Overzicht
55 Algemene normen voor verkeer met burgers
56 Voorbereiding van besluiten
57 Motivering en inrichting van besluiten
58 Materiële beginselen
§ 7' A.b.b.b. contra legem'
59 Derogerende werking en beginselconforme wetsuitleg
60 Jurisprudentie belastingrechter
61 Centrale Raad van Beroep
62 College van Beroep voor het bedrijfsleven
9
63 Rechtsprekende Afdelingen van de Raad van State
64 Burgerlijke rechter
65 Systeem
66 Theoretische verklaring
67 Andere opvattingen
§ 8 Betekenis van beginselen van behoorlijk bestuur
68 Twee functies, drie niveaus
69 A.b.b.b. en wetsuitleg
70 A.b.b.b. en beleidsvorming door het bestuur
71 A.b.b.b. en beschikkingen
§ 9 Bekendmaking van besluiten
72 Inleiding. Bekendmaking en inwerkingtreding
73 Bekendmaking van algemeen verbindende voorschriften
74 Bekendmaking van andere besluiten
75 Literatuur bij hoofdstuk 7
8 RECHTSNORMEN VOOR ENKELE BIJZONDERE BESLUITEN
§ 1 Wijzigen en intrekken van beschikkingen
1 Inleiding
2 Terugnemen en opzeggen
3 Expliciete en impliciete intrekkingsbevoegdheid
4 Begunstigende wijziging of intrekking
5 Belastende wijziging of intrekking
6 Wijzigen en intrekken hangende bezwaar of beroep
7 Bibo-intrekkingen
§ 2 Samenhangende besluiten
8 Verschillende coördinatiestelsels
9 Wabo
10 Waterwet
11 Samenhangende besluiten in de Awb
§ 3 Schaarse publieke rechten
12 Inleiding
13 Toedeling van schaarse rechten
§ 4 Subsidiebesluiten
14 Begrip subsidie; reikwijdte subsidietitel
15 Systeem van titel 4.2
16 Bevoegdheid tot subsidiëren
17 Subsidieverlening; uitvoeringsovereenkomst
18 Weigeringsgronden; subsidieplafond
19 Subsidie en verboden staatssteun
20 Verplichtingen van de gesubsidieerde
21 Subsidievaststelling
22 Intrekking, wijziging en beëindiging
23 Betaling en terugvordering
24 Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen
§ 5 Bestuursrechtelijke geldschulden
25 Bestuursrechtelijke geldschulden
10
26 Literatuur bij hoofdstuk 8
9 BESTUUR EN PRIVAATRECHT
§ 1 Publiekrecht en privaatrecht
1 Kenmerken
2 Belang van het onderscheid
3 Bevoegdheid
4 Materieel recht
5 Bevoegde rechter
6 Het onderscheid: balans
7 Gemene-rechtsleer, gemengde-rechtsleer, gemeenschappelijke-rechtsleer
en invullende rechtsleer
§ 2 Beleidsovereenkomsten c.a.
8 Karakterisering
9 Aanvaardbaarheid: tweewegen- of doorkruisingsleer
10 De doorkruisingsleer op andere gebieden
11 Doorkruisingsleer: balans
12 Vereisten
§ 3 Publiek domein
13 Inleiding
14 'Zaken buiten den handel'?
15 Effect van publieke bestemming op bijzondergebruik
16 Effect van publieke bestemming op de omgeving
17 Publieke zaak en publieke bestemming
18 Literatuur bij hoofdstuk 9
10 HANDHAVING, TOEZICHT EN SANCTIES
§ 1 Handhaving
1 Handhaving en handhavingsbeleid
§ 2 Toezicht op de naleving
2 Toezicht
3 Toezichthouders
4 Toezichtsbevoegdheden
5 Normen voor het uitoefenen van toezicht
6 ‘Marktmeesters’, toezichtsautoriteiten
§ 3 Sancties in het bestuursrecht – algemeen
7 Inleiding en overzicht
8 Sanctiebeleid, handhavingsplicht en gedogen
9 ‘Beginselplicht’ tot handhaven
10 Gedogen
11 Herstelsancties, bestraffende sancties en andere
12 Algemene punten van bestuurlijk sanctierecht
13 Bestuurlijke sancties en het EVRM. Sancties en evenredigheidstoetsing
§ 4 Herstelsancties: last onder bestuursdwang of onder dwangsom
11
14 Last onder bestuursdwang: inleiding
15 Bestuursdwangbesluit: vereisten
16 Mededeling
17 Spoedbestuursdwang
18 Kostenverhaal
19 Accessoire bevoegdheden
20 Last onder dwangsom: bevoegdheid
21 Last onder dwangsom: vereisten
22 Eerst waarschuwen?
23 Verbeuren en invorderen dwangsom
24 Partiële handhaving
25 Preventieve handhaving
26 Andere herstelsancties
§ 5 Intrekken begunstigende beschikking
27 Intrekking als sanctie
28 Vereisten
§ 6 Bestuurlijke boetes
29 Diverse bestuurlijke boetes
30 Bestuurlijke boeten in de Awb
§ 7 Andere bestuurlijke sancties
31 Diverse bestuurlijke sancties; naming & shaming
§ 8 Straffen en strafrechtelijke maatregelen
32 Strafsancties
33 Wet economische delicten
§ 9 Samenloop van sancties
34 Bis in idem?
35 Disciplinaire sancties
36 Verschillende bewijsregels
37 Literatuur bij hoofdstuk 10
11 TOEZICHT OP BESTUURSORGANEN
§ 1 Toezicht door bestuursorganen op bestuursorganen
1 Toezicht bij decentralisatie en bij zelfstandigebestuursorganen
2 Vormen van toezicht
3 Toezicht als beïnvloedingsmiddel
4 Toezichtsbevoegdheid en Awb
§ 2 Preventief toezicht
5 Goedkeuring en andere vormen van preventief toezicht
6 Aan goedkeuring onderworpen beslissingen
7 Weigeringsgronden
8 Beslissingsprocedure; overleg
9 Goedkeuring en rechtsbescherming
§ 3 Repressief toezicht
12
10 Spontane vernietiging en andere vormen van repressief toezicht
11 Vernietigbare beslissingen
12 Vernietigingsgronden; vernietiging en goedkeuring
13 Beslissingsprocedure en beslistermijn
14 Gevolgen van vernietiging
15 Vernietiging en rechtsbescherming
16 Schorsing
17 Spontane vernietiging en administratief beroep
§ 4 Revitalisering generiek toezicht?
18 Wet revitalisering
19 Literatuur bij hoofdstuk 11
12 RECHTSBESCHERMING TEGEN HET BESTUUR
§ 1 Schets van het stelsel van rechtsbescherming
1 Hoe ziet het stelsel van rechtsbescherming er uit?
§ 2 Rechtsbescherming: grondslag en begripsvorming
2 Wat is rechtsbescherming?
3 Rechtsstatelijke grondslag
4 Belang van rechtsbescherming
5 Rechtsbescherming door wie?
6 Definitie bestuursrechtspraak
7 Rechtsbescherming waartegen?
8 Toetsing: rechtmatigheid en doelmatigheid
9 Drie soorten rechtmatigheidsgebreken
10 Bevoegdheidsgebreken
11 Procedurele of vormgebreken
12 Inhoudsgebreken
13 Van toetsing naar rechtsvinding
§ 3 Bestuursrechtspraak: organisatie en bevoegdheid
14 Algemene bestuursrechtspraak door de bestuursrechter; organisatie
en bevoegdheid
15 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
16 Centrale Raad van Beroep
17 Belastingrechtspraak
18 Rechtspraak economisch bestuursrecht
19 Bestuursrechtspraak door de gewone rechterlijke macht; bevoegdheid
20 Bijzondere vormen van rechtsbescherming: rechtspraak?
21 Tuchtrechtspraak
§ 4 Procesrecht: systeem van de Algemene wet bestuursrecht
22 Toepassingssfeer
23 Systeem van de hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Awb
24 Literatuur bij hoofdstuk 12
13 BESTUURLIJKE VOORPROCEDURES
13
§ 1 Inleiding
1 Algemeen; het syeteem van artikel 7:1
2 Onderscheid bezwaar en administratief beroep
3 Functies bezwaarschriftprocedure
4 Functies administratief beroep
§ 2 Geen rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter
5 Bestuurlijke heroverweging
6 De bestuurlijke voorprocedure is in beginsel verplicht
7 Prorogatie
§ 3 Procesrecht bezwaar en administratief beroep
8 Bevoegdheid, termijn en kosten
9 Vorm van het bezwaar of administratief beroep
10 Horen
11 Stukken
12 Horen door wie?
13 Regels voor het horen
14 Het aanvoeren van gronden en verweren
15 Beslistermijn
16 Volledige heroverweging
17 Toetsing in administratief beroep
18 Dicta
19 De beslissing op bezwaar of administratief beroep en de
bekendmaking ervan
20 Beslissing op bezwaar is voorwerp van beroep bij de rechter
21 Literatuur bij hoofdstuk 13
14 KARAKTERISTIEKEN BESTUURSPROCESRECHT
1 Toepassingssfeer
2 Algemene karakteristieken
3 Specifieke karakteristieken
4 Rechtmatigheidstoetsing ex tunc van een besluit
5 Vermoeden van rechtmatigheid
6 Korte beroepstermijn
7 Rechter is dominus litis; procesregelingen bestuursrecht
8 Bewijs
9 Ontbreken verplichte procesvertegenwoordiging
10 Beginselen van behoorlijk procesrecht
15 BEVOEGDHEID VAN DE BESTUURSRECHTER EN ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP
§ 1 Bevoegdheids- en ontvankelijkheidsvragen
1 Toegang tot de rechter
2 Bevoegdheid van de bestuursrechter: inleiding
3 Absolute competentie; voor beroep vatbare besluiten en handelingen
4 Voorrang bijzondere competenties
5 Relatieve competentie: welke rechtbank?
6 Jurisdictiegeschillen
14
§ 2 Ontvankelijkheid: belanghebbenden en procesbelang
7 Partijen: inleiding
8 Bijstand en vertegenwoordiging
9 Weigeren van bijstand of vertegenwoordiging door een bepaalde
gemachtigde
10 De belanghebbende in het procesrecht
11 Beroep voor belanghebbenden
12 Procesbelang
§ 3 Instellen van beroep en heffing van griffierecht
13 Instellen van beroep
14 Griffierecht
§ 4 Termijnen en gevolgen daarvan, formele rechtskracht, trechterwerking
15 Bezwaar- en beroepstermijnen
16 Het begin van de termijn
17 Prematuur beroep
18 Einde van de termijn
19 Het tijdstip van indienen; ontvangsttheorie en
verzendtheorie
20 Doorzendplicht
21 De termijn bij niet tijdig beslissen
22 Verschoonbare termijnoverschrijding
23 Gevolgen van niet (tijdig) instellen van bezwaar of beroep;
formele rechtskracht
24 Artikel 6:13 Awb en trechterwerking
25 Terugkomen van een in rechte onaantastbaar geworden besluit
26 Instellen van bezwaar of beroep heeft geen schorsende werking
§ 5 Meenemen van een nieuw besluit
27 Meeneembesluiten: een nieuw besluit hangende de procedure;
artikelen 6:18 en 6:19 Awb
16 BEHANDELING VAN HET BEROEP
§ 1 Inleiding
1 Soorten behandelingen
§ 2 Enkelvoudig, meervoudig, wraking en verschoning
2 Behandeling door een enkelvoudige of een meervoudige kamer
3 Verwijzing, voeging en splitsing
4 Wraking en verschoning van rechters
§ 3 De gewone behandeling
5 Vooronderzoek
§ 4 Versnelde en vereenvousigde behandeling
6 De versnelde behandeling
7 De vereenvoudigde behandeling
§ 5 De zitting
8 Het houden van een openbare zitting 621
9 Behandeling van de zaak op een zitting
§ 6 Behandeling binnen een redelijke termijn
15
10 Behandeling binnen een redelijke termijn
11 Begin van de redelijke termijn
12 Einde van de redelijke termijn
13 Lengte van de redelijke termijn
14 Gevolg van overschrijding van de redelijke termijn
15 De aansprakelijke partij
17 RECHTSVINDING EN UITSPRAAK
§ 1 Inleiding
1 Gegrondverklaring, vernietiging en het regelen van de gevolgen
§ 2 Omvang geding en geschil
2 Omvang van het geding en omvang van het geschil
§ 3 Beoordeling van het beroep
3 Ambtshalve toetsing
4 De grondslag van de uitspraak: toetsing, gronden en feiten
5 Bewijs
6 Het aanvoeren van beroepsgronden; trechterwerking?
7 Trechterwerking bezwaarfase
§ 3 De uitspraak
8 De uitspraak: vormvoorschriften
9 Dicta
10 Onbevoegdverklaring
11 Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep
12 Ongegrondverklaring van het beroep
13 Gegrondverklaring van het beroep; relativiteitsbeginsel
14 Verbod van reformatio in peius
§ 3 Uitspraakbevoegdheden en geschilbeslechting
15 Uitspraakbevoegdheden van de bestuursrechter
16 Vernietiging van het bestreden besluit
17 Het regelen van de gevolgen
18 De opdracht
19 Termijn en dwangsom
10 In stand laten van de rechtsgevolgen
21 Zelf voorzien
22 Voorlopige voorziening
§ 4 Bestuurlijke lus
23 Bestuurlijke lus
§ 5 Proceskosten en vergoeding van griffierecht
24 Vergoeding van proceskosten
25 Besluit proceskosten bestuursrecht
26 Proceskosten voorprocedure
27 Vergoeding van griffierecht
18 BIJZONDERE PROCEDURES
16
§ 1 Verzoekschriftprocedure
1 De verzoekschriftprocedure van titel 8.4 Awb
§ 2 Voorlopige voorziening
2 Geen schorsende werking bezwaar en beroep
3 Voorlopige voorzieningen
4 Connexiteitseis
5 Maatstaven
6 Dicta
7 Einde van de voorlopige voorziening
8 Uitspraak in de hoofdzaak
§ 3 Hoger beroep
9 Inleiding
10 Waartegen hoger beroep en voor wie?
11 Schorsende werking hoger beroep?
12 Procesrecht behandeling hoger beroep
13 Incidenteel hoger beroep
14 Omvang van het hoger beroep
§ 4 Bijzondere rechtsmiddelen
15 Herziening
16 Vervallenverklaring
17 Cassatie
19 RECHTSBESCHERMING DOOR DE BURGERLIJKE RECHTER: FORMEEL RECHT
§ 1 De onrechtmatige overheidsdaad
1 Belang van artikel 6:162 BW
2 Bevoegdheid burgerlijke rechter
3 Burgerlijke rechter en andere rechtsgangen
4 Ontvankelijkheid
5 Burgerlijke rechter en niet-gevolgde bestuursrechtelijke rechtsgang:
formele rechtskracht
6 Ratio van de formele rechtskracht
7 De hoofdregel: formele rechtskracht
8 Uitzonderingen op de formele rechtskracht
9 Voorbereidingshandelingen
10 Formele rechtskracht bij de bestuursrechter
11 Condictio indebiti
12 Voorlopige voorzieningen
§ 2 Onrechtmatige wetgeving
13 Actie uit onrechtmatige daad
14 Incidentele toetsing; exceptie van onverbindendheid
15 Betekenis van het verzuim de exceptie van onverbindendheid
te stellen
§ 3 Onrechtmatige rechtspraak
16 Onrechtmatige rechtspraak
20 SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE OVERHEIDSDAAD:
MATERIEEL RECHT
17
1 Aansprakelijkheidsvereisten
2 Onrechtmatigheid; algemeen
3 Toetsing van overheidshandelen
4 Onrechtmatigheid en toerekening
– Beoordeling van de (on)rechtmatigheid van een in bezwaar
herroepen besluit
– Beoordeling van voorbereidingshandelingen
5 Relativiteit
6 Causaal verband
7 Schade
– Vermogensschade (materiële schade)
– Wettelijke rente
– Immateriële schade
– Voordeelstoerekening
8 'Eigen schuld' en schadebeperking
9 Verjaring
10 Aansprakelijkheid krachtens EU-recht
21 SCHADEVERGOEDING BIJ RECHTMATIGE OVERHEIDSDAAD
§ 1 Drie tradities
1 Drie tradities
2 Onteigeningswet c.a.
3 Wet ruimtelijke ordening c.a.
4 De bestuurspraktijk
§ 2 Burgerlijke rechter
5 Rechtspraak van de burgerlijke rechter
§ 3 Nadeelcompensatie
6 Nadeelcompensatie: twee wegen, twee grondslagen
7 Onzuivere schadebesluiten
8 Zuivere schadebesluiten; materieel nadeelcompensatierecht
9 Onevenredigheid; abnormale en speciale last
10 Normaal maatschappelijk risico/ondernemersrisico
11 Causaal verband
12 Voorzienbaarheid/risicoaanvaarding
13 Schade en voordeelverrekening
14 Schadebeperkingsplicht
15 Verjaring
16 Het nadeelcompensatiebesluit: formele aspecten
17 Afwenteling van nadeelcompensatie 807
22 NATIONALE OMBUDSMAN, ANDERE KLACHTPROCEDURES EN MEDIATION
18
§ 1 Inleiding
1 Begripsvorming en systeem
§ 2 Externe klachtprocedures: de ombudsman
2 De ombudsman
3 Bevoegdheid van de ombudsman
4 Het verzoekschrift
5 Het onderzoek: verplicht of onverplicht
6 De verzoektermijn
7 De procedure van behandeling van het verzoek
8 Toetsingsnormen
9 Rapport
§ 3 De Nationale ombudsman
10 Het instituut Nationale ombudsman
11 Bevoegdheid
12 Het onderzoek door de Nationale ombudsman
§ 4 Interne klachtprocedures en mediation
13 Interne klachtprocedures
14 Klachten over rechters
15 Mediation
Bij de zestiende druk
In deze nieuwe druk van Hoofdstukken is het een en ander veranderd; niet alleen de uitgever.*
Allereerst is de verdeling over grote en kleine letters systematisch bezien. Die betekent
voor studenten het volgende. Men zal – afhankelijk van de instructie door de docenten – de
grote letters moeten ‘kennen’, maar het verdient sterke aanbeveling de kleine letters de eerste
keer ook goed door te nemen: die geven voorbeelden en verdere uitwerking, waardoor de
grote letters meer gaan ‘leven’. Bij belangrijke onderdelen zijn enkele rechterlijke uitspraken
zo gepresenteerd dat ook de casus kort is weergegeven, zodat men kan zien hoe de uitspraak
dáárop reageert. Wanneer men de meest opvallende of interessante passages van de kleine
letters aanstreept, kan bij tweede en derde lezing waarschijnlijk worden volstaan met de
grote letters en de aangestreepte stukken uit de kleine letters. Wil of moet men voor een
werkstuk of een scriptie dieper steken, dan bieden de kleine letters (en de noten) veel
relevante extra informatie.
Voor docenten en practici geldt dat ook zij om te beginnen geïnteresseerd zullen zijn in de
grote letters. Maar voor meer diepgang en detail zijn voor hen de kleine letters en de noten
ten minste zozeer van belang. Daarin veel relevante jurisprudentieverwijzingen en
literatuur.**
Voor studenten verdient het aanbeveling om, voordat men een hoofdstuk uit dit boek gaat
bestuderen, een korte presentatie van de desbetreffende stof te lezen uit een inleidend boek.
Bijvoorbeeld uit Résumé, van de hand van de eerste ondergetekende, waarvan najaar 2014
een nieuwe editie verschijnt, helemaal aangepast aan de nieuwe druk van dit boek. Dan
heeft men de hoofdlijnen van het onderwerp reeds in het achterhoofd, zodat de verdere
uitdieping in dit boek makkelijker op haarplaats valt.
Wetgeving, jurisprudentie en literatuur zijn verwerkt tot mei 2014. De ontwikkelingen sinds
de vorige druk, maar ook voortschrijdend inzicht van de bewerkers – soms gestimuleerd
door opmerkingen van lezers; zo hebben prof. Rogier van de EUR en zijn vakgroep de
nodige opmerkingen ingezonden, met een bijzonder accent op hoofdstuk 10, waarvan wij
dankbaar gebruik hebben gemaakt –, hebben tot de nodige aanpassingen geleid.
In hoofdstuk 7 zijn twee extra rechtsbeginselen opgevoerd: het transparantiebeginsel en
het verdedigingsbeginsel. De eerste paragrafen van hoofdstuk 10 (handhaving) zijn om
didactische redenen ingrijpend geherstructureerd. Bij de hoofdstukken 13 e.v., over
rechtsbescherming en schadevergoedingsrecht, gaf de Wet aanpassing bestuursrecht
aanleiding om niet alleen de inhoud maar ook de presentatie kritisch te bezien. Dat heeft
geleid tot meer maar kortere hoofdstukken met heel wat herschikking (en in totaal wat
minder tekst), waarmee de toegankelijkheid naar onze indruk sterk heeft gewonnen. Bij het
onderwerp nadeelcompensatie moesten huidig en toekomstig recht worden beschreven, nu
de nieuwe titel 4.5 van de Awb, Nadeelcompensatie, al wel in het Staatsblad staat maar nog
niet in werking is getreden. De planschadevergoeding is niet meer als afzonderlijk
onderwerp behandeld, nu deze door de Wet ruimtelijke ordening meer naar de
nadeelcompensatie is toegegroeid.
De eerste ondergetekende heeft weer de hoofdstukken 1 tot en 11 bewerkt, de tweede
ondergetekende de overige. Zij blijven openstaan voor opmerkingen van de lezers:*** die
stimuleren tot kritische bezinning, zo heeft de ervaring geleerd.
Daarbij past ditmaal een kanttekening. Deze druk van Hoofdstukken wordt vast een
collector’s item, want het is de laatste die wij zullen bewerken; het werd tijd het stokje door te
geven aan een volgende generatie auteurs. Onze opvolgers staan klaar om de volgende
editie ter hand te nemen en er hun inzichten op los te laten. Hun namen blijven nog even
onder de pet: de volgende druk komt naar verwachting over drie jaar, en je weet maar nooit
wat er intussen gebeurt. Wij wensen hun veel succes, en evenveel plezier met de arbeid als
wij eraan hebben beleefd.
Breda/Haaren (N-B) Willem Konijnenbelt
Ron van Male
____________________
* Deze druk blijft ook beschikbaar op de Kennisbank bestuursrecht van Reed Business, onze vorige
uitgever.
** De hoofdstukken 1 t/m 13 kennen aan het eind van elk hoofdstuk een algemene literatuuropgave.
De daaropvolgende hoofdstukken geven veelal korte overzichten bij afzonderlijke punten
*** Willem@Konijnenbelt.nl resp. RMvanMale@home.nl . Wij zullen de ontvangen opmerkingen
doorgeven aan onze opvolgers.

1
1 Bestuursrecht
'Wat is bestuursrecht?' – Het bestuursrecht (vroeger: administratief recht) is het recht
betreffende het handelen van het openbaar bestuur. Het is in een rechtsstaat een onmisbaar
middel voor de overheid om de samenleving te besturen, maar biedt tevens de nodige
waarborgen voor de burgers ten opzichte van het overheidsbestuur. Het onderscheid tussen
het algemene deel en het bijzondere deel van het bestuursrecht, de bestuursrechtelijke
literatuur, de geschiedenis van het bestuursrecht en de verhouding tussen bestuursrecht en
andere delen van het recht worden besproken in dit hoofdstuk.
Het gaat om enkele inleidende, algemene thema's.
§ 1. BESTUURSRECHT, ADMINISTRATIEF RECHT
1. Wat is bestuursrecht? – 'Noch immer suchen die Juristen eine Definition zu ihrem
Begriffe vom Recht', schreef Immanuel Kant meer dan twee eeuwen geleden.1 Wat toen waar
was en nu nog steeds is voor 'het recht' als geheel,2
gold lange tijd nog sterker voor het
bestuursrecht (of, met een inmiddels wat verouderde aanduiding, administratief recht –
3
de
twee termen betekenen hetzelfde). Zien wij echter af van een poging tot precieze definiëring,
waarmee vroegere generaties juristen zich hebben beziggehouden, dan is het niet zo moeilijk
aan te duiden waar het om gaat.
Bestuursrecht, administratief recht, heeft alles te maken met administrare, besturen.4
Globaal gezegd: het is het recht dat aan de overheid die zich actief bemoeit met de
samenleving, het daarvoor nodige, juridische instrumentarium biedt; en tegelijkertijd het recht
dat de leden van de samenleving invloed op en bescherming tegen deze zich met hen en hun
omgeving bemoeiende overheid moet geven. – Dat is een voorlopige en oppervlakkige
aanduiding; allengs zullen de contouren scherper worden.

1 Kritik der reinen Vernunft (1e dr. 1781), blz. 132.
2 Zie ook het prachtige artikel van C.H. Sieburgh, L'art de la distinction: 'Alle oordeel is dat des
onderscheids', NJB 2008, 3.
3 Aanvankelijk werd vrijwel uitsluitend gesproken van administratief recht, maar in de loop van
de 20e eeuw raakte de aanduiding bestuursrecht allengs meer in zwang. De nieuwe term kreeg
burgerrecht toen de wetgever aan de codificatie van het algemene deel van het bestuursrecht –
traditioneel 'Algemene bepalingen van administratief recht' genoemd – de citeertitel 'Algemene
wet bestuursrecht' (Awb) gaf. In 1998 besloot de Vereniging voor Administratief Recht voortaan
door het leven te gaan als 'VAR/Vereniging voor bestuursrecht'. Dit boek heette tot en met
de tiende druk 'Hoofdstukken van administratief recht'. De Awb kende tot 2013 nog de term
'administratieve rechter', maar die is sindsdien vervangen door 'bestuursrechter’; de oude terminologie
wordt alleen nog gebruikt in ‘administratief beroep’ (beroep bij een bestuursorgaan).
4 Voorlopig wordt onder 'besturen' verstaan alle overheidsactiviteit die niet bestaat uit wetgeving
of uit rechtspraak. De termen 'bestuur' en 'bestuursorgaan' slaan op overheidsorganen die (voor
zover ze) met bestuurlijke bevoegdheden zijn bekleed. Nader over dit alles punt 3 en hoofdstuk
3, par. 2.
2
Het recht betreffende de actieve overheidsbemoeiing dus.5 Nu is de sterke
overheidsbemoeiing vooral een verschijnsel van de laatste honderdvijftig jaar. De overheid
die de maatschappelijke ontwikkelingen niet passief volgt maar die meer en meer ingrijpt; de
ontwikkeling van de 'kleppermanstaat' naar de 'welvaarts- of verzorgingsstaat', dat zijn
slagwoorden die zien op een proces dat sinds de industriële revolutie – zeg: sinds het midden
van de negentiende eeuw – allengs in kracht is toegenomen; zie het historisch exposé in
paragraaf 4. Dit verklaart ook waarom het allergrootste deel van het geldende bestuursrecht
betrekkelijk jong is, zeker in vergelijking met het staatsrecht, het burgerlijke recht en het
commune strafrecht, waar de continuïteit van het geschreven recht veel groter is.
2. Instrumenten en waarborgen – Wat zijn nu die juridische instrumenten van de overheid
en de daarmee samenhangende waarborgen voor de burgers waarop de verzamelnaam
'bestuursrecht' betrekking heeft? Daarvan kunnen wij een eerste indruk krijgen door de
wettelijke regeling van een bepaalde tak van bestuurswerkzaamheid wat nader te bezien.
Nemen we de overheidsbemoeiing met de volkshuisvesting als voorbeeld.
In 1901 werd de eerste Woningwet van kracht. Tot dan golden voor de volkshuisvesting alleen
autonome gemeentelijke verordeningen. De vraag waar mocht worden gebouwd en waar niet, aan
welke veiligheidsvereisten en brandveiligheidseisen moest worden voldaan (verbod van houten
gebouwen), vereisten in verband met de hygiëne (bedsteeverbod, aansluiting op leidingwater en
eventueel riool), dat alles hing af van wat gemeentelijke verordeningen bepaalden. En die konden
van gemeente tot gemeente verschillen.
De thans geldende Woningwet stamt uit 1991 maar is sindsdien talloze malen herzien. Ze
bepaalt allereerst dat verschillende technische eisen betreffende het bouwen van woningen en
andere bouwwerken zullen worden gegeven bij of krachtens6
algemene maatregel van bestuur (dat
is thans het Bouwbesluit 2012) of, voor andere onderwerpen, bij gemeentelijke bouwverordening.
De gemeenteraad kan als hij wil bepalen dat in sommige gebieden géén esthetische eisen gelden
voor bouwwerken; voor het overige moet worden voldaan aan 'welstandseisen', waarvoor de raad
criteria neerlegt in beleidsregels die door burgemeester en wethouders moeten worden toegepast.
Voor het aanleggen van de welstandstoets moet het advies worden ingewonnen van de
stadsbouwmeester of de gemeentelijke welstandscommissie. Het welstandsbeleid wordt
vastgesteld na inspraak van 'de ingezetenen en belanghebbenden'.
De oude centrale bepaling van de wet, die verbood te bouwen zonder of in afwijking van een
door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning, is per 1 oktober 2010 vervangen
door een soortgelijke bepaling in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), art. 2.1,
eerste lid: 'Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover
dat... bestaat uit... het bouwen van een bouwwerk (…)'. Art. 2.4 van de Wabo bepaalt vervolgens
dat B&W doorgaans de instantie zijn die bevoegd is te beslissen over aanvragen voor een
omgevingsvergunning. (Over de Wabo nader in pt. 17 en in hs. 8, par. 2). De aanvrager van een
omgevingsvergunning voor een bouwproject krijgt een schriftelijke ontvangstbevestiging met
aanduiding van de beslisprocedure. Van de aanvraag moet 'onverwijld' een kennisgeving worden
gepubliceerd in een huis-aan-huisblad of andere krant. Voor sommige, ondergeschikte
bouwactiviteiten is geen vergunning nodig. De wet bepaalt precies wat de weigeringsgronden zijn;
ze komen voor bouwprojecten in hoofdzaak neer op strijd met de gemeentelijke bouwverordening
of het Bouwbesluit 2012, strijd met het bestemmingsplan7
of niet voldoen aan redelijke eisen van

5 Dat die bemoeiing een dienstbaar karakter hoort te hebben, komt tot uitdrukking in de term
'dienende overheid'. Daarover R.N.J. Schlössels, Bestaat er nog een dienende overheid?, Gst.
2010, 102.
6
'Krachtens' algemene maatregel van bestuur betekent: bij ministeriële regeling.
7 Het bestemmingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad, na een uitvoerige
voorbereidings- en inspraakprocedure, geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. In een
bestemmingsplan wordt vastgesteld wat de 'bestemming' van gronden is: woningbouw,
3
welstand. Beslissen B&W niet binnen de wettelijke termijn van acht of veertien weken over de
aanvraag, dan is de vergunning 'van rechtswege', d.w.z. automatisch, verleend. Omdat het
bestuursrecht in beginsel alleen beroep mogelijk maakt tegen expliciete besluiten van
bestuursorganen,8
zegt art. 4:20b, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de van
rechtswege verleende vergunning 'geldt als' zo'n besluit; zo kunnen de buren en andere
belanghebbenden er desgewenst toch beroep tegen instellen. De Woningwet geeft verder
bepalingen over het bij koninklijk besluit 'toelaten' van woningcorporaties, die tot belangrijkste
taak hebben 'socialewoningbouw' te plegen en te beheren. Gemeenten kunnen zo nodig zelf
overgaan tot socialewoningbouw. Daarvoor kan onder omstandigheden financiële steun van
rijkswege worden verleend.
Het overtreden van bij of krachtens de Woningwet en Wabo vastgestelde verboden en
geboden is strafbaar gesteld in de Wet op de economische delicten. Het nakomen van deze
voorschriften kan ook worden verzekerd met behulp van een bevoegdheid die in de Gemeentewet
is geregeld: B&W kunnen dan een last onder bestuursdwang of onder dwangsom opleggen. In het
eerste geval zal het gemeentebestuur, als de 'last' (bevel tot het uitvoeren van nauwkeurig
omschreven verplichtingen) niet wordt uitgevoerd, zelf de nodige werkzaamheden verrichten,
maar op kosten van de overtreder; in het tweede geval verbeurt de overtreder een dwangsom als
hij de last niet tijdig uitvoert.9
Het stelsel van de Woningwet c.a. illustreert een verschijnsel dat we veel zien in de historie
van het bestuursrecht: een bepaalde vorm van overheidsbemoeiing komt aanvankelijk alleen
voor op gemeentelijk niveau en wordt dan door de gemeentebesturen geheel autonoom
geregeld. Op den duur gaat de wetgever landelijke regels geven, maar draagt daarbij de
gemeentebesturen diverse taken op; dan is dat medebewind geworden. En na enige tijd blijkt
de wetgever zoveel regels te hebben gegeven voor activiteiten die vaak tegelijk voorkomen
(een beetje een ingewikkeld bouwproject valt ook onder de werking van de Wet ruimtelijke
ordening, de Wet milieubeheer en de Natuurbeschermingswet 1998, maar er kunnen nog
diverse andere regelingen op van toepassing zijn), dat het nodig is de zaken te gaan
coördineren. In ons geval is dat gebeurd door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
een omgevingsvergunning kan bijvoorbeeld ook betrekking hebben op activiteiten waarvoor
de genoemde Wet milieubeheer of de Natuurbeschermingswet 1998 regels geven.
Waar het hier echter vooral om gaat, is het voor het voetlicht brengen van een aantal
'instrumenten' en 'waarborgen' die in het bestuursrecht voorkomen, alsmede enige
bestuurswerkzaamheden die zich aan deze kwalificatie onttrekken.
We kwamen algemene voorschriften tegen in de vorm van enkele wetten in formele zin,
een algemene maatregel van bestuur (met de mogelijkheid van delegatie aan de ministeriële
regeling) en de gemeentelijke bouwverordening. Ook het bestemmingsplan heeft een zekere
mate van algemeenheid.
De instelling van gemeentelijke organen kwam aan de orde bij het benoemen van de
welstandscommissie of de stadsbouwmeester. Samenwerking met particulieren vindt plaats
via de 'toelating' van woningbouwcorporaties, dat zijn particuliere rechtspersonen.
Specifieke instrumenten waarmee de overheid gezag kan uitoefenen zijn, naast de reeds
genoemde wettelijke en planvoorschriften, die een algemeen karakter hebben, het stelsel van
verbod-behoudens-vergunning van de Wabo, de bevelen tot het treffen van voorzieningen

verkeersdoeleinden, bedrijvigheid, instellingen van maatschappelijk nut, agrarische of
verkeersbestemming, enz. De wet noemt ook nog enkele andere 'planologische besluiten'
waarmee een bouwplan in strijd kan zijn.
8 De mogelijkheid van (bezwaar en) beroep tegen besluiten van bestuursorganen is niet geregeld
in afzonderlijke wetten als de Woningwet en de Wabo, maar in de Algemene wet bestuursrecht.
Zie hierna, hs. 12 e.v.
9 Zie verder hs. 10, par.3.
4
e.d., en handhavingsbevoegheden als die tot het uitvaardigen van een last onder
bestuursdwang of onder dwangsom, alsmede de strafbedreiging. We ontmoetten ook een
stimulerend instrument: financiële steunverlening.10
En de waarborgen voor burgers? Allereerst de inspraak, die we tegenkomen bij het
vaststellen van het welstandsbeleid en van bestemmingsplannen. Daarnaast de mogelijkheden
voor belanghebbenden om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen een besluit waarvan
men onheil vreest; deze mogelijkheden worden nog versterkt door de verplichtingen tot
actieve openbaarheid, zoals de publicatie van aanvragen voor een omgevingsvergunning.11
Daarmee is een eerste indruk gegeven van veel rechtsfiguren en andere zaken die in het
bestuursrecht voorkomen en die in dit boek herhaaldelijk aan de orde zullen komen.
3. Besturen, wetgeven en rechtspreken – Een bestuursorgaan is een overheidsorgaan dat
bestuurt. De uitdrukking 'besturen' ziet hier op een van de drie overheidsfuncties wetgeving,
bestuur en rechtspraak.
Deze drieslag gaat terug op de trias politica van Montesquieu,12 die onderscheidde tussen
wetgeving, uitvoering en rechtspraak. Bij 'uitvoering' werd toen, meer dan driehonderdvijftig jaar
geleden, gedacht aan het betrekkelijk mechanisch verrichten van de opdrachten die de wet gaf,
opdrachten die voornamelijk zouden bestaan uit het geven van beschikkingen voor concrete
gevallen en het verrichten van feitelijke handelingen. Maar de uitvoering van wetten kan in de
praktijk van de eenentwintigste eeuw ook andere zaken omvatten, zoals het geven van (nadere)
regels (gedelegeerde wetgeving of bestuurswetgeving). En in feite was 'uitvoering' ook destijds al
de aanduiding van de restfunctie van het koningschap, nadat de twee andere functies die er
oorspronkelijk ook onder hadden geressorteerd, de wetgeving en de rechtspraak, min of meer van
het koningschap begonnen los te raken en in hoofdzaak gekoppeld werden aan het parlement
respectievelijk de rechterlijke macht.
Wat van overheidswege méér werd gedaan dan wetgeven en rechtspreken, is en was veel
meer dan het (mechanisch) uitvoeren van wetten in formele zin. Montesquieus aanduiding van
de puissance exécutrice was niet zozeer correct-beschrijvend als wel idealistisch-normatief,
ontsproten aan wat later het rechtsstaatideaal zou worden genoemd, en bedoeld om de (in
Montesquieus tijd zéér aanzienlijke en gevreesde) koningsmacht in te perken. Montesquieu
wilde daarmee komen tot wat hij een 'gematigde regeringsvorm' noemde, een gouvernement
modéré. Kan men het buitenlands beleid en de defensie zien als uitvoering van wetten? Kan
men, in onze tijd, het vaststellen van bestemmingsplannen, subsidiebeleid, het aanleggen van
een wegennet, het verzekeren van veiligheid, 'uitvoering' noemen? Kan men de werkzaamheid
van overheidsorganen die het algemene overheidsbeleid (op landelijk, gemeentelijk enzovoort
niveau) voeren en in het kader daarvan wettelijke regelingen ontwerpen die hun de nodige
juridische instrumenten moeten verschaffen, adequaat aanduiden als uitvoering?

10 Daarbij gaat het vaak om subsidiëring. Zie hierna hs. 8, par. 3.
11 Ook de wettelijke kwalificatie van de vergunning-van-rechtswege als 'besluit' staat in dit teken:
zo wordt deze vergunning vatbaar voor bezwaar en beroep, zoals we zagen.
12 Montesquieu onderscheidt in zijn De l'Esprit des Loix (1748) de puissance législative, de
puissance exécutrice des choses qui dépendent du droit des gens (dat wil zeggen van het
publiekrecht) en de puissance de juger, of puissance exécutrice des choses qui dépendent du
droit civil (privaatrecht). Deze indeling gaat rechtstreeks terug op John Locke, Two Treatises on
Government (1690), die had onderscheiden tussen de legislative, de executive en de federative
power; hij kon op zijn beurt terugvallen op bijvoorbeeld Aristoteles.
5
Dat de aanduiding uitvoering op den duur werd verdrongen door de veel ruimere term
bestuur is alleszins begrijpelijk. En onder 'bestuur' moet dan de eerdergenoemde restfunctie
worden verstaan, de overheidsfuncties minus wetgeving en rechtspraak.
Maar daarmee zijn we er nog niet: ook het onderscheid tussen wetgeving en bestuur enerzijds, en
tussen rechtspraak en bestuur anderzijds, is niet echt scherp. Er zijn parlementaire wetten die geen
algemeen verbindende regels inhouden (als ze dat wel doen zijn ze wet in formele én in materiële
zin), bijvoorbeeld een wet krachtens welke de koning het koninklijk gezag tijdelijk neerlegt (art.
36 Gw) en begrotingswetten; men zou ze bestuursbesluiten in wetsvorm kunnen noemen.
Anderzijds zijn er algemeen verbindende voorschriften die niet door de parlementaire wetgever
(wetgever in formele zin) worden vastgesteld maar, doorgaans krachtens delegatie, door andere
overheidsorganen: wetgeving door bestuursorganen, algemene bestuurswetgeving.13 Denk
bijvoorbeeld aan algemene maatregelen van bestuur en aan gemeentelijke verordeningen. Er zijn
publiekrechtelijke besluiten die geen algemene regeling (wet in materiële zin) bevatten noch
individuele beschikking zijn, bijvoorbeeld een raadsbesluit waarbij een bestemmingsplan wordt
vastgesteld of een ministerieel besluit waarbij algemene aanwijzingen worden gegeven aan een
zelfstandig bestuursorgaan.
Ten opzichte van de rechtspraak zitten we met de moeilijkheid dat er enerzijds rechterlijke
uitspraken zijn die in feite het karakter hebben van een bestuursdaad, bijvoorbeeld de benoeming
van een voogd, terwijl er anderzijds door bestuursorganen soms bestuursbeschikkingen worden
gegeven waarbij geschillen worden beslist, bijvoorbeeld in administratief beroep.14
Het gaat op deze plaats niet om een sluitende definitie van het begrip ‘besturen’. Dit punt wil
slechts enige duidelijkheid verschaffen over wat bestuursorganen doen, door aan te duiden
waarmee ze zich bezighouden. Dan is het niet strikt nodig scherpe grenzen te trekken.
Onder 'besturen' kan thans, in overeenstemming met het bereik van de Algemene wet
bestuursrecht (afgezien van de hoofdstukken 6 en 8, die tevens over de bestuursrechtspraak
gaan), worden verstaan het uitoefenen van de overheidsfunctie, uitgezonderd de parlementaire
wetgeving en de voorbereiding daarvan, en uitgezonderd de functies die worden uitgeoefend
door (onafhankelijke) rechters. Ook de werkzaamheden van het parlement die niet met de
wetgeving van doen hebben, liggen buiten het terrein van het besturen in deze zin.15
Het bestuursrecht heeft betrekking op het aldus opgevatte 'besturen' door de publieke
overheid.
§ 2. DE ONDERVERDELING VAN HET BESTUURSRECHT
4. Algemeen en bijzonder deel – De rechtsregels die de verschillende gebieden van
bestuurswerkzaamheid betreffen, worden aangeduid als het bijzondere deel van het
bestuursrecht. Bij die verschillende gebieden kan men denken aan terreinen als
volksgezondheid, cultuur, milieu, onderwijs, ruimtelijke ordening, sociale zekerheid,
belastingen en dergelijke.
Hierbij doen zich verschillende algemene vragen voor, die in alle bijzondere deelgebieden
kunnen spelen. Wanneer is een bestuursorgaan bevoegd om gezag over anderen uit te
oefenen? Bijvoorbeeld door een vergunning te eisen voor bepaalde handelingen, door bevelen

13 Daarover nader hs. 6, par. 1 en 7.
14 Zie nader hs. 13, pt. 17.
15 De complicaties die voortvloeien uit artikel 1:6 Awb worden hier gelaten voor wat ze zijn. De
daar genoemde werkzaamheden behoren eigenlijk wel tot de bestuurlijke werkzaamheden;
vergelijk punt 3 van hoofdstuk 3. Een andere complicatie biedt art. 1:9 Awb; zie hierna, pt.
6.108.
6
te geven, controle uit te oefenen, algemene en bijzondere regels op te leggen waar 'de burgers'
zich maar aan hebben te houden. Op welke manier, dat wil zeggen door middel van welke
soorten 'rechtshandelingen', kan dat gezag worden uitgeoefend? En op welke manier kan het
bestuur 'zorg' verlenen? Bijvoorbeeld door financiële uitkeringen toe te kennen of subsidies te
verlenen. Hoe is het bestuur eigenlijk georganiseerd, wat zijn 'bestuursorganen'? Aan welke
regels en andere normen heeft het bestuur zich te houden? Hoe kunnen burgers kennisnemen
van wat zich binnen het bestuur afspeelt? Hoe kan daar invloed op worden uitgeoefend, en
hoe kun je – als je het met bepaalde voornemens of besluiten niet eens bent – daartegen
opkomen? Welke mogelijkheden heeft het bestuur om te zorgen dat 'burgers' zich houden aan
de door het bestuur gestelde regels ('handhaving')? Kun je je daartegen verweren? En,
anderzijds, als je meent dat het bestuur ten onrechte nalaat op te treden tegen overtredingen,
kun je het bestuur dan tot activiteit dwingen? Hoe liggen de verhoudingen tussen
verschillende bestuursorganen, en wat is de invloed van 'Europa'? – Ziedaar een aantal
kwesties die allemaal tot het 'algemene deel' van het bestuursrecht horen, en die hier
successievelijk (maar dan ordelijk) aan de orde zullen komen.
De hier geldende regels en beginselen vormen samen het algemene bestuursrecht, het
'algemene deel'.16 Dat algemene deel was vroeger ten onzent niet gecodificeerd (en nog steeds
niet in de meeste ons omringende landen), maar nu is het voor een belangrijk deel te vinden in
de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de eerste ‘tranche’ in 1994 in werking trad.
In verschillende buitenlanden worden het comptabiliteitsrecht, het onteigeningsrecht, het
ambtenarenrecht en het bestuursrechtelijke informatierecht (en dikwijls ook het bestuurlijke
organisatierecht) tot het algemene bestuursrecht gerekend. In Nederland is een andere traditie
gegroeid, wellicht doordat het algemene deel in belangrijke mate is ontwikkeld vanuit het
rechtsbeschermingsperspectief. Van de algemene bestuursrechtelijke literatuur h.t.l. besteedt
alleen het boek Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat (2010) van (thans) R.J.N. Schlössels en S.E.
Zijlstra betrekkelijk ruime aandacht aan een aantal van deze onderwerpen, alsook aan planning als
bestuursinstrument.
Voor zover het algemene deel van het bestuursrecht wettelijk is vastgelegd, moeten we, als
gezegd, terecht in de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast wordt het algemene deel gevormd, in
de zin van geconstrueerd, door de bestuurspraktijk, de rechtspraak en de wetenschap.
Daarom heeft Eberhard Schmidt-Aßmann gelijk als hij schrijft dat het algemeen deel ook een
Ordnungsidee is, een ordeningsconceptie die moet bijdragen aan het scheppen van samenhang in
het geheel van het bijzondere bestuursrecht, die ontwikkelingstendensen dient te onderkennen en
te begeleiden, en die adequate rechtsinstituties moet ontwikkelen.17 Dit boek wil daaraan een
bijdrage leveren.
5. Bijzonder deel - Het bijzondere deel van de bestuursrechtelijke 'wetgeving'18kan op
verschillende manieren worden onderverdeeld; een algemeen gebruikelijke indeling is er niet.
De hieronder gegeven onderscheidingen zijn niet erg scherp of principieel. Ze hebben ook geen
rechtsgevolg, het maakt dus juridisch op zichzelf geen verschil of een rechtsregel, een
bevoegdheid of een verplichting in deze of in gene categorie thuishoort. Wel zal er vaak grotere
verwantschap bestaan tussen rechtsfiguren uit één groep dan tussen figuren uit verschillende

16 Het strafrecht kent een vergelijkbare onderverdeling in een algemeen en een bijzonder deel.
17 Eberhard Schmidt-Aßmann, Das allgemeine Verwaltungsrecht als Ordnungsidee (Springer, 2e
dr. 2004).
18 Het gaat hier om wetgeving in ruime zin: ook regelingen als algemene maatregelen van bestuur,
ministeriële regelingen, verordeningen van provincies, gemeenten, waterschappen horen daarbij.
7
groepen; zo wordt er wel gesproken van verschillende wetsfamilies.19
Uit didactisch oogpunt is het meest overzichtelijk een onderverdeling naar beleidsterreinen,
toegespitst op de doeleinden van het overheidsbeleid: geestelijk en cultureel levenspeil;
sociaal-economische aangelegenheden; gezondheidszorg; omgevingsrecht; veiligheid en
openbare orde, en tot slot het intern functioneren van het openbare bestuur.
a. cultuur, onderwijs en wetenschap
– onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– bibliotheekwerk
– zorg voor de cultuur (overheidsinstellingen, subsidiëring culturele instellingen)
– bescherming van de goede zeden: dierenbescherming en dierenwelzijn; de Wet op de
kansspelen; ook de Zondagswet
b. sociale en economische zaken
– de sociale wetgeving, zoals de sociale verzekeringen (Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en werkloosheidswetgeving bijvoorbeeld), de algemene
volksverzekeringen (Algemene Kinderbijslagwet, Algemene Ouderdomswet), de Wet werk
en bijstand (voorheen Algemene bijstandswet), maatschappelijk werk (Wet
maatschappelijke ondersteuning), de Arbeidsomstandighedenwet
– zorg voor het zogenoemde sociaal-culturele welzijn, bijvoorbeeld opbouwwerk, zorg voor
achtergestelde groepen, 'sociale vernieuwing' en maatschappelijke integratie
– het uitgebreide terrein van de economische ordening (hierop is naast de nationale wetgever
en andere staatsorganen vooral de Europese Unie actief): Mededingingswet, de
Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet, de In- en uitvoerwet, de Winkeltijdenwet, de Wet op
het financieel toezicht en de Pensioenwet
– werkgelegenheidsbeleid
– subsidiestelsels ter bevordering van bedrijvigheid en investeringen;
– het belastingrecht
c. gezondheidszorg en sport
– Wet marktordening gezondheidszorg en Wet toelating zorginstellingen
– Zorgverzekeringswet
– Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg
– Opiumwet
– Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
– ambulancevervoer
– Warenwetgeving
– Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
– sport en recreatie
d. omgevingsrecht
– Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Wet ruimtelijke ordening, Woningwet,
Wet milieubeheer, Crisis- en herstelwet e.d.
– de Waterwet en de verordeningen van de waterschappen, alsmede de waterstaatszorg
– verkeer en vervoer: de zorg voor de infrastructuur (spoorwegen, wegen, waterwegen,
vliegvelden), Tracéwet, Luchtvaartwet, de vervoerswetgeving en het wegenverkeersrecht
– natuurbescherming en landschapszorg (bijvoorbeeld Natuurbeschermingswet 1998, Floraen
faunawet)
e. veiligheid en openbare orde

19 De 14 wetsfamilies (S.O. van Poeljebundel, 1977).
8
– Politiewet 1993, wapenwetgeving, Beginselenwet gevangeniswezen; veel bepalingen in
Algemene plaatselijke verordeningen
– Wet veiligheidsregio’s
– vreemdelingenrecht
– defensie: Militaire Ambtenarenwet
– rampenwetgeving
– Wet openbare manifestaties
f. functioneren van de overheidsinstellingen
– Provinciewet, Gemeentewet, Wet gemeenschappelijke regelingen e.d.
– rechterlijke organisatie
– ambtenarenrecht
– Kaderwet adviescolleges, Kaderwet zelfstandige bestuursorganen
– Wet basisregistratie personen.
Dit gebied (f) wordt verder grotendeels tot het staatsrecht gerekend of tot het algemene deel van
het bestuursrecht. Denk aan onderwerpen als kiesrecht, inspraak, parlementair stelsel,
decentralisatie (met name het provincie- en gemeenterecht), verantwoordingsplicht, in het
algemeen de zorg voor 'de democratie' (voor dit ruimere gebied zou het opschrift van deze rubriek
ook niet bijster passend zijn). Sommige onderdelen, zoals de regeling van het bestuurlijke toezicht
van een 'hogere' overheid op een 'lagere' (goedkeuring, schorsing en vernietiging, en dergelijke)
worden tegenwoordig ook wel tot het bestuursrecht gerekend.20
Dit boek houdt zich bezig met de belangrijkste onderdelen – de hoofdstukken – van het
algemene deel van het bestuursrecht. Het algemene deel ontleent zijn raison d'être echter aan
het bestaan van het bijzondere deel van het bestuursrecht. Daarop, op dat meer materiële
recht, zullen we dan ook voortdurend moeten terugvallen.
§ 3. BIBLIOGRAFIE
In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste inleidingen en hand- en
leerboeken op het gebied van het algemene deel van het bestuursrecht. Voor Nederland
worden bovendien de belangrijkste vindplaatsen van de wetgeving en van de jurisprudentie
genoemd. Met betrekking tot de buitenlandse literatuur moet worden volstaan met een
beperkte selectie.
6. Nederland
Een inleidend karakter hebben:
– E.M.J. Hardy/D.W.M. Wenders, Bestuursrecht (5e dr. 2012)
– F.C.M.A. Michiels, Hoofdzaken van het bestuursrecht (7e dr. 2013)
– R.J.N. Schlössels/F.A.M. Stroink, Kern van het bestuursrecht (4e dr. 2013)G.A.C.M. van
Ballegooij/T. Barkhuysen/W. den Ouden/J.E.M. Polak, Bestuursrecht in het Awb-tijdperk (6e dr.
2013)– Willem Konijnenbelt, Résumé. Hoofdlijnen van het bestuursrecht (7e dr. 2014).
Recente hand- en leerboeken zijn (naast het onderhavige boek):

20 Vooral sinds de algemene regeling daarvan in titel 10.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Zie
daarover hs. 11.
9
– R.J.N. Schlössels/S.E. Zijlstra, Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat (6e dr. 2010), voortzetting
van het gelijknamige werk van P. de Haan/Th.G. Drupsteen/ R. Fernhout, en waarvan ook een
beknoptere versie in twee delen is verschenen als onderwijseditie
– L.J.A. Damen e.a., Bestuursrecht 1: systeem, bevoegdheid, bevoegdheidsuitoefening,
handhaving (4e dr. 2013) en 2: rechtsbescherming tegen de overheid, bestuursprocesrecht (4e dr.
2013)
– Karianne Albers, Bestuursrecht begrepen (2013).
Van de oudere literatuur:
– W.G. Vegting, Het Algemeen Nederlands Administratief Recht (2 dln. 1954/1957)21
– J.R. Stellinga, Grondtrekken van het Nederlands Administratief Recht (2e dr. 1972 m.m.v. B.J.
van der Net)
– A.M. Donner, Nederlands bestuursrecht, algemeen deel (5e dr. 1987)22
– J.B.J.M. ten Berge/F.C.M.A. Michiels/R.J.G.M. Widdershoven, Nederlands algemeen
bestuursrecht, 2dln, laatste dr. 2001.
Afzonderlijke vermelding verdienen de preadviezen, uitgebracht voor de Vereniging voor
bestuursrecht VAR (sinds 2002 ook een reeks Jonge VAR), alsmede de VAR-jubileumuitgave De
drie dimensies van het bestuursrecht (1989), een pracht van een studie over het ontstaan en de
ontwikkeling van het Nederlandse algemene bestuursrecht, door J. van der Hoeven. Bij de VAR
zijn destijds ook verschenen de rapporten Algemene bepalingen van administratief recht (‘Abar’,
1e dr. 1948, 5e dr. 1984), die van grote betekenis zijn geweest voor de totstandkoming van de
Algemene wet bestuursrecht.23
De jurisprudentie van de bestuursrechters is tegenwoordig te vinden op de website
www.rechtspraak.nl/uitspraken.
24 Geannoteerde uitspraken bieden Administratiefrechtelijke
Beslissingen/Rechtspraak Bestuursrecht (AB)25 en Jurisprudentie Bestuursrecht (JB), van de
burgerlijke rechter en de strafrechter ook in de Nederlandse Jurisprudentie/ burgerlijke en
strafzaken (NJ) en – wat het fiscale recht betreft – de Nederlandse Jurisprudentie/Beslissingen in
Belastingzaken (BNB).26
Veel jurisprudentie wordt gepubliceerd in de bladen De Gemeentestem (Gst.), Bouwrecht
(BR) en het Tijdschrift voor bouwrecht (TBR), en Overheid & Aansprakelijkheid (O&A); ook het
studentenblad Ars Aequi (AA) bevat soms geannoteerde uitspraken van bestuursrechters.
Veel socialeverzekeringsrechtspraak verschijnt in Rechtspraak Sociale Verzekering (RSV),
Jurisprudentie arbeidsrecht (JA) en Jurisprudentie Sociale Verzekeringen (JSV); jurisprudentie
ambtenarenrecht in Tijdschrift voor ambtenarenrecht (TAR); jurisprudentie vreemdelingenrecht in
het gelijknamige blad (JV); uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven en van
het Hof van Justitie van de Europese Unie, voornamelijk het economische bestuursrecht
betreffend, in SEW, Tijdschrift door Europees en economisch recht; van het HvJ ook in het

21 Het werk van Vegting, verschenen in dezelfde tijd als de eerste druk van Donners Algemeen
deel, heeft weinig blijvende invloed gehad; alleen is sedert de Algemene wet bestuursrecht
nieuwe aandacht gevallen op Vegtings leer van de administratiefrechtelijke rechtsbetrekking.
Zie verder Willem Konijnenbelt, Vegtings Algemeen Nederlands Administratiefrecht, NTB
2005, 48, en in Oude Meesters (2009), blz. 51.
22 De eerste druk van dat boek (1953), ook van de hand van Donner, legde de basis voor de moderne
bestuursrechtelijke doctrine in ons land.
In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw verschenen ook twee edities van het bijzondere
deel van het bestuursrecht (sterk beschrijvend), maar van een nieuwe serie daarvan, gestart in
1983, zijn uiteindelijk slechts enkele banden verschenen.
23 Daarover nader in pt. 17 van dit hoofdstuk.
24 De uitspraken hebben een ECLI-nummer. Voor een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State (ABRvS) kan dat bijvoorbeeld zijn ECLI:NL:RVS:2014:638.
25 Tot en met 1970 Administratieve en Rechterlijke Beslissingen (ARB) genoemd.
26 De uitspraken van de ABRvS zijn ook te vinden op www.raadvanstate.nl/uitspraken.
10
Nederlands Tijdschrift voor Europees Recht (NTER). Milieurechtelijke uitspraken worden vooral
gepubliceerd in Milieu en Recht (M en R) en in Jurisprudentie milieurecht (JM).
Een beperkte selectie van beroemde uitspraken bieden AB Klassiek, standaarduitspraken
bestuursrecht opnieuw en thematisch geannoteerd (red. T. Barkhuysen, J.E.M. Polak, B.J.
Schueler en R.J.G.M. Widdershoven , 6e dr. 2009) en, met een wat andere formule, R.J.N.
Schlössels, C.L.G.F.H. Albers, A.J. Bok en A.M.M.M. Bots (red.), JB Select (2e dr. 2009).
Sinds medio 1987 is er een algemeen bestuursrechtelijk periodiek, het Nederlands Tijdschrift voor
Bestuursrecht (NTB); daarin worden de ontwikkelingen op het hele gebied van het algemene deel
in een aantal kronieken bijgehouden.
De Algemene wet bestuursrecht heeft tot een golf literatuur geleid. Praktisch-documentair is de
handige uitgave van T.C. Borman/P.J.J. van Buuren e.a. (red.), Algemene wet bestuursrecht Tekst
& commentaar (8e dr. 2013), evenals de jongere evenknie daarvan, K.J. de Graaf e.a. (red.), SduCommentaar
Awb (2011). Ook vallen te noemen de cahiers Staats- en bestuursrecht van Ars
Aequi. Ten slotte de opstellenbundel van T. Barkhuysen/W. den Ouden/J.E.M. Polak (red.),
Bestuursrecht harmoniseren: 15 jaar Awb (2010), met enkele tientallen opstellen over diverse
aspecten van de Awb. De parlementaire geschiedenis van de Awb is te vinden op de website
www.pgawb.nl .
Over het bestuursrecht van de Europese Unie: R.J.G.M. Widdershoven e.a., De Europese agenda
van de Awb (2007); T. Barkhuysen/W. den Ouden/E. Steyger, Europees recht effectueren (2007);
J.H. Jans/R.J.G.M. Widdershoven/S. Prechal, Inleiding tot het Europees bestuursrecht; R.
Widdershoven, European Administrative Law, in: R. Seerden (red.), Administrative Law of the
European Union and its Member States and the United States (3e dr. 2012), blz. 289); F.H. van der
Burg/W.J.M. Voermans, Unierecht in de Nederlandse rechtsorde (4e dr. 2012). Zie ook E.
Steyger, De Awb en het economisch ordeningsrecht: een ontregelende relatie, in: Bestuursrecht
harmoniseren, 15 jaar Awb (2010), blz. 655.
De wettelijke regelingen van de centrale overheid (wetten, a.m.v.b.'s, ministeriële regelingen en
enkele reglementen van orde) en die van provincies en gemeenten zijn het gemakkelijkst te vinden
op het internet v

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Hoofdstukken van bestuursrecht