Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Wilsdelegatie in het erfrecht

Gebonden Nederlands 2014 9789013127287
Niet leverbaar.

Samenvatting

Mag in een testament aan een derde de bevoegdheid worden verleend om na erflaters overlijden te bepalen wie, bijvoorbeeld, de erfgenamen zijn of wie als executeur optreedt? Ofwel, in hoeverre is wilsdelegatie in het erfrecht geoorloofd? In het voorliggende werk staat deze vraag centraal. Aan de hand van de bestudering van het beginsel van testeervrijheid, de algemene aard van de uiterste wilsbeschikking en een vergelijking met het Duitse beginsel van die materielle Höchstpersönlichkeit, wordt schoon schip gemaakt met de idee van een algemeen erfrechtelijk delegatieverbod. Delegatie is niet per definitie ongeoorloofd. De toetsstenen waarmee kan worden beoordeeld in hoeverre wilsdelegatie is toegestaan, worden zichtbaar door een beschouwing over het bepaaldheidsvereiste, de betekenis van dit vereiste voor uiterste wilsbeschikkingen en de vraag naar de toelaatbaarheid van wilsafhankelijke voorwaarden in het erfrecht.

Spreken over het leerstuk van ongeoorloofde wilsdelegatie dient passé te zijn en plaats te maken voor het 'leerstuk van wilsdelegatie'.

Specificaties

ISBN13:9789013127287
Trefwoorden:erfrecht
Taal:Nederlands
Bindwijze:gebonden
Aantal pagina's:412
Druk:1
Verschijningsdatum:11-10-2014
Hoofdrubriek:Juridisch
Jongbloed:Erfrecht

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Inhoudsopgave

Lijst van afkortingen XIX
DEEL I: ALGEMEEN DELEGATIEVERBOD? 1
Inleiding en verantwoording 3
I. Onderzoeksthema 3
II. Verantwoording 4
A) Achtergronden en veronderstellingen 5
B) Praktisch belang 7
C) Wetenschappelijk belang 9
D) Vermogensrecht 10
E) Rechtsvergelijking 10
III. Terminologie en reikwijdte 11
IV. Opbouw van het onderzoek 12
Hoofdstuk 1 Testeervrijheid 15
1.1. Inleidend 15
1.2. Testeervrijheid: een fundamenteel erfrechtelijk beginsel 16
1.2.1. Autonomiebeginsel in het erfrecht 16
1.2.2. Erfrechtelijke tegenhanger van de contractsvrijheid 17
1.2.2.1. Twee ‘subvrijheden’ 17
1.2.2.2. Intermezzo: een delegatieverbod omwille van de
testeervrijheid 20
1.2.3. Ongeschreven grondrecht 24
1.2.4. Onderdeel van het eigendomsrecht 26
1.3. Testeervrijheid: een gebonden beginsel 27
1.3.1. Inleidend 27
1.3.2. Grenzen van de testeervrijheid in formele zin 28
1.3.2.1. Algemeen 28
1.3.2.2. Testeer- en wilsbekwaamheid 29
1.3.2.3. Vormvoorschriften 30
1.3.2.4. Het gesloten stelsel 31
1.3.2.5. Tussenconclusie 33
1.3.3. Grenzen van de testeervrijheid in materiële zin 34
1.3.3.1. Algemeen 34
1.3.3.2. Goede zeden of openbare orde 35
A) Art. 4:44 BW 35
B) Art. 4:4 BW 36
C) Art. 4:45 BW 37
1.3.3.3. Andere wettelijke rechten 38
1.3.3.4. Legitieme portie 39
1.3.3.5. Testeren ten behoeve van wie men wil 42
1.3.3.6. Tussenconclusie 43
1.3.4. Delegatieverbod? 43
1.3.4.1. Delegatieverbod nodig vanwege erflaters zelfbescherming? 43
1.3.4.2. Delegatieverbod nodig vanwege andermans belang? 45
A) Schutz der gesetzlichen Erben also Schutz der Familie 45
B) Schutz des öffentlichen Interesses 48
Hoofdstuk 2 Uiterste wilsbeschikking, vormgebondenheid en
hoogstpersoonlijk karakter 51
2.1. Inleidend 51
2.2. Uiterste wilsbeschikking 51
2.2.1. Algemeen: haar bouwstenen 51
2.2.2. Rechtshandeling 53
2.2.2.1. Algemeen 53
2.2.2.2. Beoogd rechtsgevolg 53
2.2.2.3. Wilsuiting 54
2.2.2.4. Bepaaldheidsvereiste 54
2.2.2.5. Link met wilsdelegatie 55
2.2.3. Passend binnen het gesloten stelsel 56
2.2.4. Herroepelijkheid 58
2.3. Vormgebondenheid 59
2.3.1. Algemeen 59
2.3.2. Notarieel of depot-testament 59
2.3.3. Codicil en buitengewone vormvoorschriften 59
2.3.4. Ontduiking vormgebondenheid 60
2.4. Intermezzo: schenking 61
2.4.1. Algemeen: haar bouwstenen 61
2.4.2. Totstandkoming 62
2.4.3. Herroepelijkheid 63
2.4.4. Vormvrijheid: De notariële akte, adieu! 64
2.4.4.1. Het oude schenkingsrecht en het vormvoorschrift van de
notariële akte 64
VIII
2.4.4.2. Notariële akte thans geen vormvereiste, maar… én
behoudens… 66
2.4.5. Conclusie 67
2.5. Hoogstpersoonlijk karakter 68
2.5.1. Algemeen 68
2.5.2. Formeel aspect 70
2.5.2.1. Art. 4:42 lid 3 BW 70
2.5.2.2. Ter vergelijking: schenking 71
A) Geen vertegenwoordigingsverbod, behoudens 71
B) …de schenking ter zake des doods, art. 7:177 BW 73
C) Voorbeelden 76
2.5.2.3. Ter vergelijking: § 2064 BGB 80
2.5.3. Tussenconclusie 81
Hoofdstuk 3 Het materiële aspect van het hoogstpersoonlijke 83
3.1. Inleidend 83
3.2. Voorgeschiedenis § 2065 BGB 85
3.2.1. Inleidend 85
3.2.2. Oorsprong van ‘der Grundsatz der materiellen
Höchstpersönlichkeit’ 85
3.2.3. Grepen uit de ontwikkeling van ‘der Grundsatz der
materiellen Höchstpersönlichkeit’ 90
3.2.3.1. Middeleeuwse 13e en 14e eeuw 91
3.2.3.2. Receptie van het Romeinse recht in Duitsland omstreeks
de 16e eeuw 93
3.2.3.3. Het Duitse rechtsgevoel in de 19e eeuw 94
3.2.4. Ontwerpen BGB 95
3.2.4.1. Eerste ontwerp 95
3.2.4.2. Tweede ontwerp 98
3.2.5. Tussenconclusie 101
3.3. Inhoud § 2065 BGB 102
3.3.1. Regelungsziele 102
3.3.2. Abs. I: werking 104
3.3.3. Abs. II: inhoud 106
3.3.4. Wettelijke uitzonderingen op § 2065 II BGB 107
3.3.4.1. Vermächtnis 107
A) Person des Vermächtnisnehmers 107
B) Vermächtnisgegenstandes 109
3.3.4.2. Auflage 110
3.3.4.3. Testamentsvollstreckung 112
3.3.4.4. Auseinandersetzung 113
3.3.4.5. Tussenconclusie 113
3.3.5. Erbeinsetzung en rechtspraak 114
3.3.5.1. Reichsgericht: ‘begrenzte Drittbestimmung’ 115
IX
3.3.5.2. Bundesgerichtshof: ‘Bezeichnung’ 116
3.3.5.3. Tussenconclusie 118
3.4. Sinn und Zweck van het Drittbestimmungsverbot 119
3.4.1. Inleidend 119
3.4.2. Waarborging testeervrijheid 120
3.4.3. Bescherming versterferfgenamen 122
3.4.4. Voorkomen van ongewenste vermogensconcentratie 123
3.4.5. Persoonlijkheidsopvolging 125
3.4.6. Bescherming van het rechtsverkeer 125
3.4.7. Voorkomen van misbruik, vervalsing en verkeerde beïnvloedingen 126
3.4.8. Aanvulling op § 2064 BGB 127
3.4.9. Tussenconclusie 128
3.5. Het materiële aspect van het hoogstpersoonlijke en art. 4:42 lid 3 BW 129
3.5.1. Inleidend 129
3.5.2. Materieel aspect 130
3.5.2.1. Art. 4:42 lid 3 BW ook materieel? 130
3.5.2.2. Terug naar de roots 131
3.5.2.3. Werking afhankelijk van andermans wil 132
3.5.2.4. Inhoud afhankelijk van andermans wil 132
3.5.3. Hoogstpersoonlijk karakter en bepaaldheidsvereiste 133
3.5.3.1. Breemhaar 133
3.5.3.2. Kanttekening 1 135
3.5.3.3. Kanttekening 2 136
3.5.3.4. Tussenconclusie 137
3.5.4. Het materiële aspect van het hoogstpersoonlijke ontbloot 138
3.5.4.1. Art. 4:42 lid 3 BW ≠ materieel 138
3.5.4.2. ‘Materieel aspect’ = (on)toelaatbaarheid wilsafhankelijke
voorwaarden en bepaaldheidsvereiste 138
3.5.4.3. Bepaaldheidsvereiste ≠ delegatieverbod 138
3.5.5. Rechtvaardiging 139
3.6. Conclusie hoofdstuk 3 en deel I 139
DEEL II: DELEGEREN TEN AANZIEN VAN DE INHOUD 143
Hoofdstuk 4 Bepaaldheidsvereiste 145
4.1. Inleidend 145
4.2. Bepaaldheidsvereiste in het algemeen vermogensrecht 146
4.2.1. Ongeschreven bestaansvereiste in Titel 3.2 BW 146
4.2.2. Wettelijke bepalingen buiten Titel 3.2 BW 148
4.2.3. Parlementaire geschiedenis van Titel 3.2 BW 149
4.3. Bepaaldheidsvereiste in het verbintenissenrecht 151
4.3.1. Inleidend 151
4.3.2. Art. 1356 oud BW 151
X
4.3.2.1. Onderwerp 151
4.3.2.2. Bepaaldheid van verbintenissen… 153
A) …uit overeenkomst 153
B) …in de wet 154
C) …in de literatuur 155
4.3.3. De regel uit de rechtspraak 157
4.3.3.1. Inleidend 157
4.3.3.2. Voorbeelden bepaalbaar 158
A) Hof Arnhem 10 januari 1934, NJ 1934/p. 1205 158
B) HR 13 januari 1938, NJ 1938/566 159
4.3.3.3. Voorbeelden onbepaaldheid 160
4.3.4. Art. 6:227 BW 161
4.3.4.1. Bepaalbaarheid van verbintenissen 161
4.3.4.2. Soepel bepaaldheidsvereiste 162
4.3.5. Objectivering door redelijkheid en billijkheid voorkomt willekeur 164
4.3.6. Object van de verbintenis: concretisering door middel van
keuzes 165
4.3.6.1. Inleidend 165
4.3.6.2. Facultatieve verbintenis 166
4.3.6.3. Alternatieve verbintenis 167
4.3.6.4. Generieke verbintenis of soortverbintenis 167
4.3.6.5. Tussenconclusie 168
4.3.7. Object van de verbintenis: concretisering door middel van een
bindend oordeel 169
4.3.7.1. Inleidend 169
4.3.7.2. Bindend advies 169
4.3.7.3. Vaststellingsovereenkomst 170
4.3.7.4. Onzuiver en zuiver bindend advies 170
4.3.7.5. ‘Testamentair bindend advies’ 171
4.3.8. Subjecten van de verbintenis: bepaald of bepaalbaar 173
4.3.8.1. Inleidend 173
4.3.8.2. Facultatieve schuldeiser resp. schuldenaar 175
4.3.8.3. Alternatieve schuldeiser resp. schuldenaar 175
4.3.8.4. ‘Nader te noemen meester’ 176
4.3.9. Schakelbepaling van art. 6:216 BW 179
4.4. Bepaaldheidsvereiste in het goederenrecht 180
4.4.1. Inleidend 180
4.4.2. Art. 3:84 lid 2 BW 181
4.4.2.1. Voldoende bepaaldheid bij levering 181
4.4.2.2. Bepaaldheidsvereiste en de goederenrechtelijke
overeenkomst 183
4.4.2.3. Voldoende bepaaldheid voor registergoederen, in het
bijzonder onroerende zaken 185
4.4.2.4. Voldoende bepaaldheid voor vorderingen op naam 186
4.4.2.5. Objectieve bepaalbaarheid 188
XI
4.4.2.6. Ratio objectieve maatstaf: derdenwerking 188
4.4.2.7. Ruimte voor subjectieve elementen met betrekking tot
goederenrechtelijke verhoudingen 189
4.4.3. Tussenconclusie 191
4.5. Bepaaldheidsvereiste en eenzijdige rechtshandelingen 192
4.6. Bepaaldheidsvereiste en de uiterste wilsbeschikking 193
4.6.1. Inleidend 193
4.6.2. Te onderscheiden soorten uiterste wilsbeschikkingen 193
4.6.3. Vorm of inhoud 194
4.6.4. Vormvoorschriften 196
4.6.4.1. Bepaaldheisvereiste en algemene vormvoorschriften van
afdeling 4.4.4 BW 196
4.6.4.2. Formele geldigheidsvereiste van art. 4:42 lid 3 BW 197
4.6.4.3. Tussenconclusie 198
Hoofdstuk 5 Materiële aard van te onderscheiden soorten uiterste
wilsbeschikkingen 201
5.1. Inleidend 201
5.2. Erfstelling 202
5.2.1. Inleidend 202
5.2.2. Het subject van de erfstelling: delegatie ten aanzien van de
erfgenamen 203
5.2.2.1. ‘Daarbij aangewezen’ en de eis van onmiddellijke
identificeerbaarheid 203
5.2.2.2. Vereiste van onmiddellijke identificeerbaarheid en
art. 4:56 leden 2-4 BW 206
5.2.2.3. Rechtvaardiging van de eis van onmiddellijke
identificeerbaarheid 210
5.2.2.4. Zwevend vermogen 211
5.2.2.5. Tussenconclusie en de hypothese met betrekking tot
art. 4:115 BW 213
5.2.3. Hypothese en delegatie ten aanzien van de erfgenamen 214
5.2.3.1. Welk bepaaldheidsvereiste? 214
5.2.3.2. Het ‘goederenrechtelijke’ bepaaldheidsvereiste 214
5.2.3.3. Waarom geen subjectieve maatstaf? 216
5.2.3.4. Begrensde ‘Drittbestimmung’ ofwel de erfstelling met
keuzemogelijkheid 217
5.2.4. Het object van de erfstelling: delegatie ten aanzien van de
erfdelen 218
5.2.4.1. Inleidend 218
5.2.4.2. ‘Onmiddellijkheids’-vereiste 219
5.2.4.3. Goederenrechtelijk bepaaldheidsvereiste voor de erfdelen 220
5.2.4.4. Toch ruimte voor subjectiviteit? 221
5.2.5. Tussenconclusie 223
XII
5.3. Legaat 224
5.3.1. Inleidend 224
5.3.2. Het subject van het legaat: delegatie ten aanzien van de legataris 225
5.3.2.1. Inleidend 225
5.3.2.2. Onmiddellijke identificeerbaarheid 227
5.3.2.3. Geschrapte eis van onmiddellijke identificeerbaarheid 228
5.3.2.4. Legaat met keuzemogelijkheid (ten aanzien van de
legataris) 230
5.3.2.5. ‘Nader te noemen legataris’ 231
5.3.3. Het object van het legaat: delegatie ten aanzien van de omvang
van het legaat? 232
5.3.3.1. Bepaalbaarheid 232
5.3.3.2. Keuzelegaat (ten aanzien van de omvang van het
vorderingsrecht) 234
5.3.3.3. Keuzelegaat al dan niet tegen inbreng 235
5.3.4. Tussenconclusie 236
5.4. Testamentaire last 237
5.4.1. Inleidend 237
5.4.2. Last als verplichting om…. 238
5.4.3. Het subject van de verkrijging: delegatie ten aanzien van
degene die verkrijgt 238
5.4.3.1. Inleidend 238
5.4.3.2. Geen vereiste van onmiddellijke identificeerbaarheid 239
5.4.3.3. Geen goederenrechtelijke noch verbintenisrechtelijke
verhoudingen 240
5.4.3.4. HR 30 september 1925, PW 12040 242
5.4.3.5. HR 2 maart 1966, BNB 1966/106 243
5.4.3.6. Art. 4:130 lid 2 BW en een derde 243
5.4.4. Het object van de verkrijging: delegatie ten aanzien van hetgeen
verkregen wordt 244
5.4.5. Ter vergelijking: § 2193 BGB 244
5.4.6. Last die niet tot een verkrijging leidt 245
5.4.7. Tussenconclusie 246
5.5. Executeursbenoeming 247
5.5.1. Inleidend 247
5.5.2. Te onderscheiden soorten ‘executeurs’ 248
5.5.3. Materiële aard van executele 249
5.5.4. Delegatie ten aanzien van de executeur 250
5.5.4.1. Executeursbenoeming, art. 4:142 lid 1 BW 250
5.5.4.2. … door erflater 251
5.5.4.3. … door een executeur 252
5.5.4.4. … door de kantonrechter 253
5.5.4.5. Beperking 254
XIII
5.5.5. Delegatie ten aanzien van de taken en bevoegdheden van een
executeur 255
5.5.5.1. Wettelijk takenpakket, art. 4:144 BW 255
5.5.5.2. Ruimte voor subjectieve elementen? 257
5.5.5.3. ‘Onverminderd testamentaire lasten’ 259
5.5.6. Tussenconclusie 260
5.6. Testamentair bewind 261
5.6.1. Inleidend 261
5.6.2. Te onderscheiden vormen van testamentair bewind 262
5.6.3. Materiële aard van testamentair bewind 263
5.6.4. Delegatie ten aanzien van de bewindvoerder 265
5.6.4.1. Persoon van de bewindvoerder 265
5.6.4.2. Taken en bevoegdheden van de bewindvoerder 267
A) Inleidend 267
B) Taakverdeling bij meerdere bewindvoerders 268
C) De clausule ‘tenzij bij de instelling van het bewind
anders is bepaald’ of iets vergelijkbaars 268
D) Art. 4:171 BW 271
5.6.5. Delegatie ten aanzien van de goederen waarover bewind
wordt ingesteld en delegatie ten aanzien van het
instellen van testamentair bewind 272
5.6.5.1. Inleidend 272
5.6.5.2. Delegatie ten aanzien van de goederen waarover
bewind wordt ingesteld 273
A) Welk bepaaldheidsvereiste? 273
B) Tenzij-clausule ten aanzien van zaaksvervanging en
vruchten 273
5.6.5.3. Delegatie ten aanzien van het instellen van testamentair
bewind 274
A) Instellen van testamentair bewind 274
B) Tijdstip waarop bewind wordt ingesteld 275
5.6.6. Tussenconclusie 276
5.7. Conclusie deel II 277
Schema: Toetsing geoorloofde of ongeoorloofde wilsdelegatie ten aanzien
van de inhoud 281
DEEL III: DELEGEREN TEN AANZIEN VAN DE WERKING 283
Hoofdstuk 6 Wilsafhankelijke voorwaarden en willekeur 285
6.1. Inleidend 285
6.2. Ter inspiratie: § 2065 I BGB 286
XIV
6.3. Voorwaarden in het erfrecht (I) 288
6.3.1. Inleidend 288
6.3.2. Uiterste wilsbeschikkingen onder voorwaarde 288
6.3.3. Voorwaardelijke ouderlijke boedelverdeling 290
6.4. Potestatieve voorwaarde 294
6.4.1. Inleidend 294
6.4.2. Art. 1292 oud BW 294
6.4.3. Geen strijd met het wezen van de verbintenis 296
6.4.4. Voorbeeld: schenking 297
6.4.4.1. Inleidend 297
6.4.4.2. Ontbindende potestatieve voorwaarde 298
6.4.4.3. Opschortende potestatieve voorwaarde 298
6.4.5. Potestatieve voorwaarde in het erfrecht 299
6.4.5.1. Inleidend 299
6.4.5.2. Verschillen potestatieve voorwaarde en § 2065 I BGB 300
6.4.5.3. Potestatieve voorwaarde en wilsdelegatie ten aanzien
van de werking van een legaat 302
6.4.6. Tussenconclusie 303
6.5. Voorwaarden in het erfrecht (II) 305
6.5.1. Inleidend 305
6.5.2. Makingen onder voorwaarden 305
6.5.2.1. Algemeen 305
6.5.2.2. Erfstelling onder voorwaarde: de aard van de erfstelling
en wilsafhankelijke voorwaarden 305
6.5.2.3. Legaat onder voorwaarde: de aard van het legaat en
wilsafhankelijke voorwaarden 306
6.5.3. Tweetrapsmaking 307
6.5.3.1. Inleidend 307
6.5.3.2. Vervreemdings- en verteringsbevoegdheid 308
6.5.3.3. Boerenplaatsje-arrest 309
6.5.4. Uiterste wilsbeschikking onder last 312
6.5.5. Voorwaardelijke last 312
6.5.6. Tussenconclusie 313
6.6. Willekeur 314
6.6.1. Inleidend 314
6.6.2. Willekeur op twee manieren 315
6.6.2.1. Inleidend 315
6.6.2.2. Ten aanzien van de inhoud 315
6.6.2.3. Ten aanzien van de werking 317
6.6.2.4. Tussenconclusie 317
6.6.3. Willekeur en de redelijkheid en billijkheid 317
6.6.4. Tussenconclusie: Het ‘willekeurcriterium’ op losse schroeven 318
XV
6.7. Conclusie deel III 319
6.8. De proef op de som 321
6.8.1. Ouderlijke boedelverdeling met tenzij-clausule 321
6.8.2. Cautio Socini 322
6.8.3. Tenzij-renteclausule 323
Schema: Toetsing geoorloofde of ongeoorloofde wilsdelegatie ten aanzien
van de werking 325
Hoofdstuk 7 Samenvatting en conclusie 327
7.1. Inleidend 327
7.2. Geen algemeen delegatieverbod (deel I) 329
7.2.1. Inleidend 329
7.2.2. Testeervrijheid pleit voor wilsdelegatie 329
7.2.2.1. Inleidend 329
7.2.2.2. Geen delegatieverbod omwille van testeervrijheid 330
7.2.2.3. Geen delegatieverbod omwille van erflaters eigen belang 331
7.2.2.4. Geen delegatieverbod omwille van andermans belang 332
7.2.2.5. Conclusie 333
7.2.3. (Algemene) aard van de uiterste wilsbeschikking tolereert
wilsdelegatie 334
7.2.3.1. Elementen van de uiterste wilsbeschikking 334
7.2.3.2. Geldigheidsvereisten van de uiterste wilsbeschikking 334
7.2.3.3. Vormgebondenheid en wilsdelegatie 334
7.2.3.4. Persoonlijk testeren en wilsdelegatie 335
7.2.3.5. Conclusie 335
7.2.4. Art. 4:42 lid 3 BW kent geen materieel aspect dat een
delegatieverbod impliceert 336
7.2.4.1. Inleidend 336
7.2.4.2. Grundsatz der materiellen Höchstpersönlichkeit en zijn
wortels 336
7.2.4.3. Wettelijke uitzonderingen op § 2065 II BGB 337
7.2.4.4. Geen rechtvaardigingsgrond voor een
Drittbestimmungsverbot 337
7.2.4.5. Art. 4:42 lid 3 BW bevat geen materieel aspect 338
7.2.4.6. Bepaaldheidsvereiste betekent geen delegatieverbod 339
7.2.4.7. Conclusie 339
7.3. Bepaaldheidsvereiste als criterium voor wilsdelegatie ten aanzien van de
inhoud (deel II) 340
7.3.1. Inleidend 340
7.3.2. Aard van de rechtshandeling 340
7.3.2.1. Inleidend 340
7.3.2.2. Verbintenisrechtelijke aard 341
XVI
7.3.2.3. Goederenrechtelijke aard 341
7.3.2.4. Eenzijdige rechtshandelingen, zoals de uiterste
wilsbeschikking 342
7.3.2.5. Conclusie 343
7.3.3. Aard van de te onderscheiden soorten uiterste wilsbeschikkingen 344
7.3.3.1. Inleidend 344
7.3.3.2. Erfstelling 344
7.3.3.3. Legaat 345
7.3.3.4. Last 345
7.3.3.5. Executeursbenoeming 346
7.3.3.6. Testamentair bewind 347
7.3.3.7. Conclusie 347
7.4. (On)toelaatbaarheid wilsafhankelijke voorwaarden als criterium voor
wilsdelegatie ten aanzien van de werking (deel III) 348
7.4.1. Inleidend 348
7.4.2. Voorwaarden in het erfrecht zijn toegestaan 348
7.4.3. Wilsafhankelijke voorwaarden in het erfrecht zijn in beginsel
toegestaan, tenzij … 349
7.4.4. … strijd met het wezen van de uiterste wilsbeschikking of
willekeur 350
7.4.5. Redelijkheid en billijkheid voorkomt willekeur 350
7.4.6. Conclusie 351
7.5. Eindconclusie 351
Summary 353
Lijst van aangehaalde literatuur 359
Jurisprudentieregister 381
Trefwoordenregister 383
Curriculum vitae 387

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Wilsdelegatie in het erfrecht