Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
U heeft gezocht op 9789013129151. Het product dat u zocht is niet meer in die editie leverbaar en is vervangen door de onderstaande editie.

De gewone rechter en de bestuursrechtspraak

Gebonden Nederlands 2022 9789013169928
Op voorraad | Vandaag voor 21:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

Deze titel geeft inzicht in de verhouding en taakverdeling tussen de gewone rechter en de bestuursrechtspraak. Deze geactualiseerde 8e druk bespreekt de formele rechtskracht en de toegang van belanghebbenden tot de bestuursrechter. Ook wordt een licht geworpen op de maatstaf bij de beoordeling van de belangenafweging door bestuursorganen.

De gewone rechter en de bestuursrechtspraak behandelt de taakverdeling tussen de gewone rechter (de burgerlijk rechter en strafrechter) en de organen die met de bestuursrechtspraak zijn belast. Het uitgangspunt is de regeling van de rechtsmacht in de Grondwet en de verschillende wetten. De bevoegdheid van de bestuursrechter is bepalend, maar in de praktijk wordt de scheidslijn getrokken door de rechtspraak van de burgerlijke rechter en de strafrechter. Centraal staat het beginsel van de formele rechtskracht, dat door de Hoge Raad als onontbeerlijk wordt beschouwd en inhoudt dat een geldig besluit wordt geacht rechtmatig te zijn.

De titel concentreert zich op de jurisprudentie en de gevolgen die er zijn voor het inzicht in de verhouding van de verschillende vormen van rechtspraak. De belangrijkste wijzigingen vloeien voort uit nieuwe rechtspraak en de soms veranderde inzichten die deze jurisprudentie met zich meebrengt.

Bestuursrechtspraak ontwikkelingen
De rechtspraak, in het bijzonder van de Hoge Raad, is continu in ontwikkeling. Deze 8e druk is dan ook volledig geactualiseerd en behandelt de tot 1 juli 2022 gepubliceerde rechtspraak. Twee arresten van het Europese Hof in Luxemburg waren aanleiding tot aanvulling van de delen over de formele rechtskracht en de toegang van al dan niet belanghebbenden tot de bestuursrechter. Ook is er een uitvoerige beschouwing gewijd aan de maatstaf, toegepast door de bestuursrechter en de burgerlijke rechter bij de beoordeling van de belangenafweging door bestuursorganen.

De gewone rechter en de bestuursrechtspraak is van grote waarde voor iedereen die beroepsmatig met de genoemde rechtsgebieden in aanraking komt. Denk aan advocaten en andere rechtshulpverleners en rechterlijke colleges.

Specificaties

ISBN13:9789013169928
Taal:Nederlands
Bindwijze:gebonden
Aantal pagina's:436
Druk:8
Verschijningsdatum:2-12-2022
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Inhoudsopgave

Voorwoord / V

DEEL I DE RECHTSMACHT
HOOFDSTUK 1
De Grondwet / 3
1.1 Waarborg / 3
1.2 Exclusiviteit / 4
1.3 Doorbreking bij de wet / 4
1.4 Het begrip ‘rechterlijke macht’ / 5
1.5 Burgerlijke rechten / 6
1.6 Conclusie burgerlijke en bestuursrechtelijke gedingen / 7
1.7 Strafzaken / 8

HOOFDSTUK 2
De wet / 9
2.1 De gewone rechter; het vroegere artikel 2 Wet op de rechterlijke organisatie geschrapt / 9
2.1.1 De ontwikkeling van de bestuursrechtspraak, inclusief het inmiddels ingetrokken voorstel van een Wet organisatie hoogste bestuursrechtspraak / 10
2.2 Berechting van bestuursrechtelijke geschillen, opgedragen aan één of meer gerechten van de rechterlijke macht / 18
2.3 Berechting in eerste en enige aanleg van bestuursrechtelijke geschillen, opgedragen aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren / 18
2.4 Berechting in hoger beroep van bestuursrechtelijke geschillen, opgedragen aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren, in hoger beroep / 19

HOOFDSTUK 3
Commentaar op het (Grond)wettelijk stelsel / 21
3.1 Uniform bestuursprocesrecht / 21
3.2 Rechterlijke macht / 21
3.3 Systematiek in de regeling van de berechting in eerste instantie en in hoger beroep / 21
3.4 Verbrokkeling en rechtseenheid / 22
3.5 Conclusie over het thans bestaande stelsel / 23
3.6 Verhouding tot algemene bevoegdheid / 24
3.7 Oordeel over de bevoegdheidsverhouding / 25

HOOFDSTUK 4
De jurisprudentie inzake de bevoegdheidsverhouding / 27
4.1 Inleiding / 27
4.2 Competentiegeschillen / 27
4.3 De grondslag / 27
4.4 De algemene competentie van de gewone rechter / 28
4.5 De afgrenzing van bevoegdheden van burgerlijke rechter en bestuursrechter / 29
4.6 De basis van artikel 112 Grondwet / 33
4.7 De gewone rechter / 34
4.8 Gedingen tussen overheden / 34

DEEL II DE ONTVANKELIJKHEID TEN PRINCIPALE
HOOFDSTUK 5
Inleiding / 37
5.1 Beslissend voor de ontvankelijkheid bij de gewone rechter is in de eerste plaats de bevoegdheid van de bestuursrechter en de door deze te bieden rechtsbescherming / 37

HOOFDSTUK 6
Mate van gebondenheid aan het oordeel van de bestuursrechter / 73
6.1 Burgerlijke rechter gebonden aan de uitspraak van de bestuursrechter betreffende de geldigheid van het besluit. Aanhouding als geldigheid van een besluit in het geding is. Betekenis van andere overwegingen van de bestuursrechter dan die welke de geldigheid van het besluit betreffen. Maatstaf bij de belangenafweging toegepast door de bestuursrechter en de burgerlijke rechter / 73
6.2 Geen gebruik gemaakt van rechtsgang / 90
6.3 Wel gebruik gemaakt van rechtsgang / 91

HOOFDSTUK 7
De formele rechtskracht / 93
7.1 De betekenis van het beginsel van de formele rechtskracht / 93
7.2 De hoofdregel van de formele rechtskracht vooral toegepast in civiele zaken. Taakverdeling tussen strafrechter en bestuursrechter. Formele rechtskracht binnen het bestuursrecht. Op bestuursorganen rustende beginselplicht tot handhaving / 103
7.3 Het begrip ‘formele rechtskracht’ expliciet gebruikt / 107
7.4 De waarborgen waarmee de rechtsgang is omgeven; de oudere rechtspraak / 109
7.5 De latere rechtspraak. De formele rechtskracht als centrale overweging / 111
7.6 Conclusies rechtspraak formele rechtskracht bij niet gebruik van de bestuursrechtelijke rechtsgang / 113
7.6.1 De twee functies van het beginsel: afgrenzing van de taken van de gewone rechter en van de bestuursrechter mede ter voorkoming van tegenstrijdige uitspraken, en het waarborgen van de rechtszekerheid. Rechtspraak van de Hoge Raad. Rechtspraak van het EU-Hof. Onrechtmatigheid van een besluit jegens de bij het besluit betrokkenen / 114
7.6.2 Formele rechtskracht en aansprakelijkheid Staat jegens derden voor rechtsgeldige instemmingsbesluiten gaswinning Groningen / 122
7.6.3 Al dan niet rechtmatig gebruik door de houder van een positief besluit / 124
7.7 Gevallen waarin geen uitzondering werd gemaakt op de hoofdregel / 126
7.8 De eerste uitzondering: niet verwijtbaar verzuim de bestuursrechtelijke weg te bewandelen / 179
7.9 De tweede uitzondering: zelfstandige schadebesluiten; wetswijziging / 184
7.9.1 Het evidentiecriterium / 187
7.10 Conclusies / 188

HOOFDSTUK 8
Ingesteld beroep, maar geen vernietiging besluit / 191
8.1 Geen vernietiging betekent geldigheid van het besluit; rechtsgevolgen van die geldigheid voor het bestuursorgaan / 191
8.2 Geldigheid van het besluit betekent rechtmatigheid daarvan; omgekeerd betekent ongeldigheid niet steeds onrechtmatigheid; nieuwe regeling van artikel 6:22 Algemene wet bestuursrecht / 193
8.3 De rechtsgang was al dan niet met voldoende waarborgen omgeven / 195
8.4 Al dan niet gemaakte uitzonderingen op de formele rechtskracht van besluiten die niet door de bestuursrechter zijn vernietigd: strijd met een fundamenteel rechtsbeginsel en strijd met het EU-recht / 196
8.5 Spiegelbeeld van situatie na vernietiging / 203
8.6 De formele rechtskracht in de tijd / 204

HOOFDSTUK 9
Ingesteld beroep en vernietiging besluit / 207
9.1 Rechtsgang al of niet met voldoende waarborgen omgeven / 207
9.1.1 De situatie na het in werking treden van de Algemene wet bestuursrecht / 207
9.1.2 Aantasting in een rechtsgang, die niet met voldoende waarborgen was omgeven / 207
9.2 De betekenis van de vernietiging van het besluit door de bestuursrechter voor de burgerlijke rechter: de onrechtmatigheid / 208
9.2.1 Oordeel bestuursrechter beslissend. Betekenis vernietiging door de bestuursrechter van een negatief besluit; vertragingsschade / 208
9.2.1.1 Betekenis van de vernietiging van het besluit voor degene die er reeds gebruik van heeft gemaakt / 212
9.2.1.2 Betekenis van de vernietiging van het besluit voor de verschillende bij dat besluit betrokkenen / 218
9.2.1.3 Gevolgen van de vernietiging van een beslissing op bezwaar voor het primaire besluit / 227
9.2.2 Strijd met het geschreven en ongeschreven recht; situatie bij intrekking of herroeping van het besluit / 232
9.2.3 Strijd met materiële of procedurele regels / 236
9.2.4 De vernietiging, gelet op het tijdselement / 238
9.2.4.1 De gevolgen van de vernietiging voor de aansprakelijkheid van de houder en bestuursorgaan jegens derden en onderling / 239
9.3 De betekenis van de vernietiging van het besluit door de bestuursrechter voor de burgerlijke rechter: de toerekening / 240
9.3.1 De oudere jurisprudentie: schuld is niet gegeven / 240
9.3.2 Latere jurisprudentie: schuld is gegeven; toerekening bij intrekking of herroeping van het besluit / 242
9.3.3 Invloed van vernietigingsgronden op gegeven van de schuld? / 243
9.3.4 Waarop berust de toerekening na vernietiging? / 244
9.4 Uitzonderingen op de hoofdregel van het gegeven van de schuld / 246
9.4.1 Uitzonderingen, door het bestuursorgaan gesteld in gedingen voor de burgerlijke rechter / 246
9.4.2 Uitzonderingen, geopperd in publicaties / 249
9.4.3 De huidige stand van zaken en de schuldverdeling tussen de eerste belanghebbende
en het bestuursorgaan / 249
9.4.4 Uitzonderingen op het gegeven van de schuld? / 253
9.5 De betekenis van de vernietiging van het besluit door de bestuursrechter voor de burgerlijke rechter: het causaal verband / 254
9.5.1 Inleiding / 254
9.5.2 De invloed van het vereiste van causaal verband op de positie van de eerste belanghebbende ten opzichte van het bestuursorgaan dat het ongeldige besluit nam / 255
9.5.3 De invloed van het vereiste van causaal verband op de positie van de derde belanghebbende ten opzichte van het bestuursorgaan dat het ongeldige besluit nam en de houder daarvan / 266
9.6 De betekenis van de vernietiging van het besluit door de bestuursrechter voor de burgerlijke rechter: de relativiteit / 267
9.6.1 Inleiding; nieuwe wetgeving: art. 8:69a Awb
9.6.2 Het relativiteitsvereiste bij de verhouding eerste belanghebbende en bestuursorgaan / 268
9.6.3 Het relativiteitsvereiste bij de verhouding van de derde ten opzichte van het bestuursorgaan en van de derde tegenover de eerste belanghebbende (de houder van de vergunning) / 270
9.6.3.1 Het relativiteitsvereiste in het nieuwe artikel 8:69a Algemene wet bestuursrecht. Het vereiste en bepalingen Europees recht / 280
9.7 De betekenis van de vernietiging van het besluit door de bestuursrechter voor de burgerlijke rechter: de schade / 284
9.7.1 Inleiding / 284
9.7.2 De mogelijkheid die vóór 1 juli 2013 bestond om via artikel 8:73 Algemene wet bestuursrecht bij de bestuursrechter een veroordeling tot schadevergoeding te verkrijgen, en schadevergoedingsacties bij de burgerlijke rechter. De nieuwe regeling ingevolge de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten. / 285
9.7.3 Zelfstandige schadebesluiten. De Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten en de daarin opgenomen verzoekschriftprocedure bij de bestuursrechter / 289
9.7.4 Proceskosten / 303

HOOFDSTUK 10
De positie van derden / 307
10.1 Omvang van de groep van derden. De positie van de derde tegenover het bestuursorgaan en de houder en gebruiker van het besluit (bijvoorbeeld een vergunning) / 307
10.2 De derde heeft een bezwaar- of beroepsmogelijkheid via de bestuursrechtelijke rechtsgang, maar heeft deze niet benut; zijn positie ten opzichte van het bestuursorgaan / 307
10.3 De derde heeft een bezwaar- of beroepsmogelijkheid via de bestuursrechtelijke rechtsgang, maar heeft deze niet benut; zijn positie ten opzichte van houder en gebruiker van een besluit (bijvoorbeeld een vergunning) / 312
10.4 De derde heeft een bezwaar- of beroepsmogelijkheid via de bestuursrechtelijke rechtsgang en heeft deze benut; zijn positie ten opzichte van het bestuursorgaan / 314
10.5 De derde heeft een bezwaar- of beroepsmogelijkheid via de bestuursrechtelijke rechtsgang en heeft deze benut; zijn positie ten opzichte van de houder en gebruiker van het besluit (bijvoorbeeld een vergunning) / 316
10.6 De derde heeft geen bezwaar- of beroepsmogelijkheid via de bestuursrechtelijke rechtsgang; zijn positie ten opzichte van het bestuursorgaan / 318
10.7 De derde heeft geen bezwaar- of beroepsmogelijkheid via de bestuursrechtelijke rechtsgang; zijn positie ten opzichte van de houder en gebruiker van het besluit (bijvoorbeeld een vergunning) / 324

DEEL III SPOEDPROCEDURES BIJ DE BESTUURSRECHTER
HOOFDSTUK 11
Spoedprocedures tegen de overheid en tussen eerste en derde belanghebbende / 331
11.1 Inleiding / 331
11.2 Vorderingen tot voorlopige voorzieningen, gericht tegen het bestuursorgaan / 333
11.3 Vorderingen tot voorlopige voorziening van een derde belanghebbende tegen de houder van een besluit / 342

HOOFDSTUK 12
Spoedprocedures, door de overheid ingesteld / 345
12.1 Vorderingen van bestuursorganen in bestuursrechtelijke geschillen en afstemming
door de burgerlijke voorzieningenrechter op de (te verwachten) uitspraak van de bestuursrechter / 345

DEEL IV ONAANVAARDBARE DOORKRUISING
HOOFSTUK 13
De jurisprudentie op basis van het Windmill-arrest / 353
13.1 Het Windmill-arrest / 353

DEEL V RECHTMATIGE OVERHEIDSDAAD
HOOFDSTUK 14
Verhouding burgerlijke rechter en bestuursrechter inzake rechtmatige overheidsdaad / 375
14.1 Inleiding / 375
14.2 De positie van de burgerlijke rechter; schade door rechtmatig strafvorderlijk optreden; verdeling van de schade tussen overheid en benadeelde; nieuwe wetgeving / 376

Jurisprudentieregister / 387
Zakenregister / 403

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        De gewone rechter en de bestuursrechtspraak