Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht

Gebonden Nederlands 2016 9789013137590
In herdruk, verschijningsdatum onbekend

Samenvatting

Dit proefschrift heeft als onderwerp het principe dat een goederenrechtelijk recht in beginsel slechts één goed als object heeft. Aan bod komen onder meer de algemeenheid van goederen, het overdragen en bezwaren van een onderneming of (een deel van) een bijzondere gemeenschap en het verpanden van een assurantieportefeuille.

De analyses van Tweehuysen zijn tegelijkertijd dogmatisch en praktisch. De rechtsvergelijking met Frans en Duits recht geeft blijk van een diepgaand inzicht in deze rechtsstelsels.

Tweehuysen is erin geslaagd de rechtsvergelijking op een inspirerende wijze te verbinden met het Nederlandse recht. Haar betoog laat zien dat het loslaten van het uniciteitsbeginsel in het Nederlandse recht geen praktische voordelen zal opleveren.

Specificaties

ISBN13:9789013137590
Taal:Nederlands
Bindwijze:gebonden
Aantal pagina's:388
Druk:1
Verschijningsdatum:13-5-2016
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Inhoudsopgave

Woord vooraf V
Gebruikte afkortingen XI

Hoofdstuk 1 Inleiding 1
1.1 De algemeenheid van goederen en het uniciteitsbeginsel 1
1.2 Probleemstelling 5
1.3 Verdere afbakening van het onderzoek 8
1.3.1 Bepaaldheid 8
1.3.2 Terminologie 10
1.4 Methode 12
1.5 Opzet 15

Hoofdstuk 2 Nadere uitgangspunten van het onderzoek 17
2.1 Inleiding 17
2.2 Goederenrechtelijke rechten en rechtsobjecten 17
2.3 Algemeenheid of uniciteit? 26
2.3.1 Inleiding 26
2.3.2 Nederlands recht 26
2.3.3 Duits recht 33
2.3.4 Frans recht 39
2.4 Conclusie 42

Hoofdstuk 3 De algemeenheid van goederen 45
3.1 Inleiding 45
3.2 Het begrip algemeenheid van goederen 46
3.3 Vruchtgebruik van een algemeenheid van goederen 49
3.3.1 Inleiding 49
3.3.2 Vruchtgebruik van een algemeenheid in het Nederlandse recht 51
3.3.3 Vruchtgebruik van een algemeenheid in het Duitse recht 60
3.3.4 Vruchtgebruik van een algemeenheid in het Franse recht 65
3.3.5 Tussenconclusie 69
3.4 De nalatenschap 71
3.5 Conclusie 75

Hoofdstuk 4 De onderneming als rechtsobject 77
4.1 Inleiding 77
4.2 De regeling van het fonds de commerce 78
4.2.1 Het fonds de commerce 78
4.2.2 Overdracht van het fonds de commerce 86
4.2.2.1 Het Franse stelsel van overdracht in het algemeen 86
4.2.2.2 Overdracht van het fonds de commerce in het bijzonder 89
4.2.3 Verpanding van het fonds de commerce 95
4.3 De onderneming in het Nederlandse en Duitse recht 104
4.3.1 Verleden 104
4.3.2 Heden 111
4.3.2.1 Onderneming geen object van goederenrechtelijke rechten 111
4.3.2.2 De rol van de levering of vestiging en het bepaaldheidsvereiste 114
4.3.2.3 De rol van contractuele regelingen 124
4.3.3 Toekomst 125
4.4 Meerwaarde van de onderneming als rechtsobject 127
4.4.1 De oplossing van het Franse recht en overgang onder algemene titel 127
4.4.2 De floating charge 134
4.4.3 Meerwaarde gelegen in goodwill? 136
4.4.3.1 De goodwill van een onderneming 136
4.4.3.2 Vergelijkbaar vraagstuk: de assurantieportefeuille 139
4.5 Conclusie 144

Hoofdstuk 5 Hypotheek op meer dan één goed 147
5.1 Inleiding 147
5.2 Het specialiteitsbeginsel 147
5.2.1 Inleiding 147
5.2.2 Ontwikkeling van het Franse hypotheekrecht 149
5.2.3 Ontwikkeling van het Nederlandse hypotheekrecht 159
5.2.4 Specialiteit en publiciteit 164
5.3 Hypotheek in het Nederlandse recht 167
5.4 De Duitse Gesamthypothek 172
5.5 Ondeelbaarheid 180
5.5.1 Pand en hypotheek 180
5.5.2 Erfdienstbaarheid 188
5.6 Conclusie 190

Hoofdstuk 6 Splitsing van het object van een beperkt recht 193
6.1 Inleiding 193
6.2 Splitsing van objecten in het algemeen 194
6.2.1 Inleiding 194
6.2.2 Verticale splitsing van een met hypotheek bezwaarde onroerende zaak 195
6.2.3 Splitsing van met pand of vruchtgebruik bezwaarde roerende zaken en vorderingen 201
6.2.4 Ideële splitsing van bezwaard goed in aandelen 208
6.2.5 Splitsing van bezwaard goed in appartementsrechten 209
6.2.6 Tussenconclusie 211
6.3 Verticale splitsing en erfpacht in het bijzonder 212
6.3.1 Het object van erfpacht en de bedingen uit art. 5:91 BW 212
6.3.2 Samenvoeging en splitsing in het Duitse recht en het Gesamterbbaurecht 218
6.3.3 Nogmaals het object van erfpacht en de bedingen uit art. 5:91 BW 222
6.3.4 Tussenconclusie 224
6.4 Conclusie 225

Hoofdstuk 7 Eén eigendomsrecht op meer zaken? 227
7.1 Inleiding 227
7.2 Bestanddelen 227
7.2.1 Inleiding 227
7.2.2 Bestanddelen van roerende zaken 228
7.2.3 Is een gebouw bestanddeel van de grond? 233
7.2.4 Rechten als bestanddelen 239
7.3 Hulpzaken en toebehoren 242
7.3.1 Inleiding 242
7.3.2 Immeubles par destination 243
7.3.3 Zubehör 245
7.3.4 Scheeps- en appartementstoebehoren 248
7.4 Conclusie 251

Hoofdstuk 8 Gemeenschap van meerdere goederen 255
8.1 Inleiding 255
8.2 Appartementsrecht 256
8.2.1 Groep van gebouwen 256
8.2.2 Wohnungseigentum en Teileigentum 261
8.3 Het “aandeel in de gehele gemeenschap” 263
8.4 Beschermende gemeenschapsconstructies 266
8.4.1 Aandeel in het verzameldepot uit de Wge 266
8.4.2 Beleggingsinstellingen en bewaring van effecten en zaken naar Duits recht 269
8.4.3 Kwaliteitsrekening van art. 25 Wna 271
8.4.4 Tussenconclusie 274
8.5 Conclusie 274

Hoofdstuk 9 Conclusie 277

Samenvatting 283
Summary 291
Verkort aangehaalde literatuur 295

Trefwoordenregister 343
Jurisprudentieregister 351
Wetsartikelenregister 355
Curriculum vitae 363

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht