Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
U heeft gezocht op 9789013140828. Het product dat u zocht is niet meer in die editie leverbaar en is vervangen door de onderstaande editie.
,

Hoofdstukken vermogensrecht

Paperback Nederlands 2022 9789013167177
BestsellerMeer dan 1000 verkocht
Nog niet verschenen, verwacht op 23‑08‑2022
34,50

Samenvatting

'Hoofdstukken vermogensrecht' zet in korte teksten de kern van het vermogensrecht uiteen. Overeenkomst, onrechtmatige daad, eigendomsoverdracht, pand, hypotheek en nog vele andere figuren krijgen, ruim geïllustreerd, tekst en uitleg. Iedere tekst wordt gevolgd door ten minste één casus waarvan de oplossing achterin het boek is opgenomen. Zo kun je je eigen groeiende kennis van het vermogensrecht toetsen.

Hoofdstukken vermogensrecht legt in korte teksten de kern van het vermogensrecht uit. Alle facetten komen aan bod: overeenkomst, onrechtmatige daad, eigendomsoverdracht, pand, hypotheek enzovoort.

Nieuw in deze druk is de introductie van vergoeding van affectieschade aan naasten en nabestaanden van gelaedeerden.

Kern vermogensrecht
De onderwerpen zijn ruim geïllustreerd, met tekst en uitleg. Zo helpt de uitgave je de materie snel te begrijpen en reproduceren. Iedere tekst wordt gevolgd door ten minste één casus waarvan de oplossing achterin het boek is opgenomen. Op deze manier kun je je kennis van het vermogensrecht toetsen.

Voor het gemak is een register toegevoegd, zodat je snel je weg kunt vinden. Bij de verwijzingen naar de rechtspraak staan de ECLI-nummers, waarmee je ze er gemakkelijk bij kunt zoeken.

Niet voor niets wordt Hoofdstukken vermogensrecht al 40 jaar veelgebruikt binnen het onderwijs.

Specificaties

ISBN13:9789013167177
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:236
Druk:13
Verschijningsdatum:23-8-2022
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Inhoudsopgave

I VERMOGENSRECHTEN / 1
1.1 Inleiding / 1
1.1.1 Goed, zaak, registergoed / 1
1.2 Eigendom en vorderingsrecht / 2
1.2.1 Absolute en relatieve rechten / 2
1.2.2 Zakelijke en persoonlijke rechten / 2
1.2.3 Individualisering / 3
1.2.4 Eenheidsbeginsel / 3
1.2.5 Beperkte rechten / 5
1.2.6 Prioriteit van het oudste beperkte recht en gelijkwaardigheid van vorderingsrechten / 7
1.2.7 Vermogensrechten in het faillissement / 8
1.2.8 Vervagende grenzen / 9
1.2.9 Relativering van een absoluut recht; ‘roerend goed heeft geen gevolg’ / 9
1.2.10 Een relatief recht met absolute trekken / 9
1.2.11 Invloed van het prioriteitsbeginsel ten aanzien van vorderingsrechten / 10

II DE TOTSTANDKOMING VAN OBLIGATOIRE OVEREENKOMSTEN / 12
2.1 Inleiding / 12
2.2 Aanbod en aanvaarding / 13
2.2.1 Twee afwijkende vormen van het aanbod: het vrijblijvend en het onherroepelijk aanbod / 16
2.2.2 Op welk tijdstip komt de overeenkomst tot stand? / 18
2.3 Handelingsbekwaamheid / 19
2.4 Wil of verklaring? / 23
2.4.1 Geestelijke stoornis / 25
2.4.2 Het vertrouwensbeginsel; art. 3:35 / 27
2.4.3 Samenloop van art. 3:32, 3:34 en 3:35 / 29
2.5 De ongeoorloofde overeenkomst / 29
2.6 Dwaling / 32
2.6.1 Samenvatting / 40
2.7 Bedrog / 41
2.8 Bedreiging / 43
2.9 Misbruik van omstandigheden / 44
2.10 Nietigheid en vernietigbaarheid / 45
2.10.1 Uitoefening van het beroep op vernietigbaarheid / 46
2.10.2 Het gevolg van nietigheid (van rechtswege dan wel na vernietiging) / 47

III VERTEGENWOORDIGING KRACHTENS VOLMACHT / 48
3.1 De droom van Carl en August / 48
3.2 De begrippen lastgeving, vertegenwoordiging en volmacht / 48
3.3 Volmachtverlening / 51
3.4 Het ontbreken van een toereikende volmacht / 52

IV HET VASTSTELLEN VAN DE INHOUD VAN DE OVEREENKOMST / 57
4.1 Inleiding / 57
4.2 Overige factoren die de inhoud van de overeenkomst bepalen / 59
4.2.1 De aanvullende en beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid / 62
4.2.2 Onvoorziene omstandigheden / 64

V NAKOMING / 66
5.1 Inleiding / 66
5.2 Betaling; door wie? / 66
5.3 Betaling; aan wie? / 68

VI RECHTEN VAN DE SCHULDEISER BIJ NIET-NAKOMING DOOR DE SCHULDENAAR / 71
6.1 Inleiding / 71
6.2 Nakoming / 72
6.3 Schadevergoeding / 74
6.4 Niet-toerekenbare tekortkoming / 77
6.4.1 De gevolgen van overmacht / 82
6.5 Verzuim en ingebrekestelling / 83
6.5.1 Het intreden van het verzuim / 84
6.5.2 De gevolgen van het verzuim / 85
6.5.3 Is nakoming mogelijk nadat het verzuim is ingetreden? / 86
6.6 Opschorting en ontbinding / 87
6.6.1 Exceptio non adimpleti contractus / 88
6.6.2 Ontbinding / 89
6.6.3 De gevolgen van de ontbinding / 90

VII ONRECHTMATIGE DAAD / 92
7.1 Inleiding / 92
7.1.1 Onrechtmatige daad en tekortkoming / 93
7.1.2 Samenloop van onrechtmatige daad en tekortkoming / 94
7.2 Wanneer is een daad onrechtmatig? / 95
7.2.1 De verhouding tussen de verschillende onrechtmatigheidscriteria / 99
7.2.2 Rechtvaardigingsgronden / 100
7.2.3 Het relatieve karakter van de onrechtmatigheid / 102
7.2.4 Inbreuk op een recht / 103
7.2.5 Strijd met een wettelijke plicht / 103
7.2.6 Strijd met de maatschappelijke betamelijkheid / 105
7.2.7 De correctie Langemeijer / 106
7.3 Toerekening / 108
7.4 Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid / 111
7.4.1 Aansprakelijkheid voor kinderen / 111
7.4.2 Aansprakelijkheid voor ondergeschikten / 112
7.4.3 Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten / 113
7.4.4 Aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers / 114
7.4.5 Aansprakelijkheid voor roerende zaken / 115
7.4.6 Aansprakelijkheid voor opstallen / 115
7.4.7 ‘Tenzij’ / 116
7.4.8 Aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen / 117
7.4.9 Aansprakelijkheid voor dieren / 117
7.4.10 Aansprakelijkheid voor producten / 118

VIII VERBINTENISSEN UIT ANDERE BRON DAN ONRECHTMATIGE DAAD OF OVEREENKOMST / 120
8.1 Inleiding / 120
8.2 Zaakwaarneming / 120
8.3 Onverschuldigde betaling / 121
8.4 Ongerechtvaardigde verrijking / 123

IX SCHADEVERGOEDING / 125
9.1 Inleiding / 125
9.2 Vermogensschade en ander nadeel / 125
9.2.1 Positief en negatief belang / 126
9.2.2 Hoe de schade vast te stellen: concreet of abstract? / 128
9.3 Causaal verband / 130
9.3.1 Oorzaak en gevolg: sine qua non-verband / 130
9.3.2 Proportionele aansprakelijkheid / 132
9.3.3 Oorzaak en gevolg: toerekening / 132
9.4 Alternatieve causaliteit / 135
9.5 Voordeelstoerekening / 136
9.6 Medeschuld en eigen schuld / 138
9.7 De vorm van de schadevergoeding / 141
9.8 Matiging van de verplichting tot schadevergoeding / 142

X OVERDRACHT / 144
10.1 Inleiding / 144
10.1.1 De vereisten voor een geldige overdracht / 145
10.1.2 Levering / 146
10.1.3 Krachtens geldige titel / 146
10.1.4 Wat is de relatie tussen titel en levering? / 147
10.1.5 Titelgebreken / 149
10.1.6 Beschikkingsbevoegdheid / 150
10.2 Levering van onroerende zaken / 151
10.2.1 Het individualiseringsvereiste / 153
10.2.2 Bescherming van latere verkrijgers / 154
10.2.3 Bescherming tegen onvolledigheid en onjuistheid van de inschrijving in de registers / 156
10.3 Levering van roerende zaken / 157
10.3.1 Levering door bezitsverschaffing / 158
10.3.2 Bezit en houderschap / 158
10.3.3 Hoe wordt bezit verschaft? / 159
10.3.4 Levering onder eigendomsvoorbehoud / 161
10.3.5 Een voorschot op art. 3:86 / 161
10.3.6 Relativering van de bezitsoverdracht per constitutum possessorium / 162
10.3.7 Overdracht van bezit en overdracht van eigendom vergeleken / 163
10.3.8 Kan een houder bezit verschaffen? / 164
10.3.9 Verkrijging van een beschikkingsonbevoegde / 166
10.3.10 Vereisten voor een beroep op art. 3:86 lid 1 / 166
10.3.11 Het gevolg van een geslaagd beroep op art. 3:86 lid 1 / 169
10.3.12 Gestolen zaken; het derde lid van art. 3:86 / 169
10.4 Levering van vorderingen op naam / 170
10.4.1 Consequenties van de dubbele eis van art. 3:94 lid 1: akte en mededeling / 172
10.4.2 Het dubbele karakter van de cessie / 173
10.4.3 Verkrijging van een beschikkingsonbevoegde / 173

XI EXECUTIE EN FAILLISSEMENT / 176
11.1 Inleiding / 176
11.2 Vereiste van executoriale titel – parate executie / 176
11.3 Executoriaal beslag en faillissement / 177
11.4 Gemeenschappelijke gevolgen van beslag en faillissement / 178
11.5 Hoe kunnen de bij het faillissement betrokkenen hun rechten uitoefenen? / 179

XII DE RANGORDE BIJ VERHAAL / 181
12.1 Inleiding / 181
12.2 De voorrechten / 183
12.3 Retentierecht / 184
12.4 Tegen wie kan het retentierecht worden ingeroepen? / 185

XIII PAND EN HYPOTHEEK / 186
13.1 Inleiding / 186
13.2 Pandrecht / 188
13.3 De vestiging van het pandrecht / 188
13.3.1 Hoe wordt een pandrecht op een roerende zaak gevestigd? / 189
13.3.2 Hoe wordt een pandrecht op een vordering op naam gevestigd? / 190
13.3.3 Op welke wijze dient de pandhouder zijn verhaalsbevoegdheid uit te oefenen? / 191
13.4 Roerende zaken / 191
13.5 Afwijkingen van de hier beschreven gang van zaken / 192
13.6 Vorderingen op naam / 194
13.7 Hypotheek / 195
13.7.1 Op welk moment dient de hypotheekgever beschikkingsbevoegd te zijn? / 197
13.7.2 Op welke wijze dient de hypotheekhouder zijn verhaalsbevoegdheid uit te oefenen? / 198

ANTWOORDEN / 199
REGISTER VAN ARTIKELEN / 207
REGISTER VAN AANGEHAALDE RECHTSPRAAK / 210
REGISTER VAN ONDERWERPEN / 213

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Hoofdstukken vermogensrecht