Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht

Wet en praktijk in het licht van internationale en Europese kinder- en mensenrechten

Paperback Nederlands 2018 9789013146837
Op werkdagen voor 17:00 uur besteld, volgende dag in huis

Samenvatting

In hoeverre neemt de voorlopige hechtenispraktijk in het Nederlandse jeugdstrafrecht de rechten van minderjarige verdachten in ogenschouw? Een vraag die de gemoederen al enige tijd bezighoudt. Deze uitgave biedt een grondige analyse op de voorlopige hechtenispraktijk in het licht van het kinder- en mensenrechtelijke verbod op onrechtmatige en willekeurige vrijheidsbeneming.

De afgelopen jaren zijn er door verschillende instanties, waaronder het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties, zorgen geuit over de toepassing van voorlopige hechtenis van minderjarige verdachten in Nederland. Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht onderzoekt en analyseert de functie, de juridische inbedding en de toepassingspraktijk van de voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht. Dit alles in het licht van het kinder- en mensenrechtelijke verbod op onrechtmatige en willekeurige vrijheidsbeneming.

Een minderjarige verdachte wordt in voorlopige hechtenis genomen. Hoe gaat dat in zijn werk? En in hoeverre worden daarbij de fundamentele kinder- en mensenrechten in ogenschouw genomen? Deze uitgave onderzoekt op unieke wijze het antwoord op deze complexe vragen. Het is de vrucht van tal van observaties bij verschillende rechtbanken, aangevuld met interviews met rechters, officieren van justitie, advocaten en professionals van de Raad voor de Kinderbescherming, jeugdreclassering en justitiële jeugdinrichtingen. Voor het eerst wordt een goed beeld geschetst van de positie die voorlopige hechtenis inneemt in het jeugdstrafrecht.

Naast waardevolle inzichten, levert de uitgave concrete aanbevelingen voor wetgevers, beleidsmakers, de rechterlijke macht en andere betrokkenen in de rechtspraktijk. Deze aanbevelingen bieden een kompas voor een toekomstbestendige hervorming van het jeugdstrafrecht; een koers die meer recht doet aan de belangen van minderjarigen en de samenleving an sich.

Deze titel mag beslist niet op de plank ontbreken van rechters en officieren van justitie die beslissingen nemen over de voorlopige hechtenis in jeugdstrafzaken.

In bredere zin spreekt de inhoud alle professionals aan die zich beroepsmatig bezighouden met de voorlopige hechtenis van minderjarige verdachten in het kader van wetgeving, beleid of praktijk. Tot slot halen ook wetenschappers, docenten en studenten met interesse in (jeugd) strafrecht, (jeugd)criminologie en/of kinder- en mensenrechten profijt uit deze uitgave.

Specificaties

ISBN13:9789013146837
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:800
Druk:1
Verschijningsdatum:20-2-2018
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Inhoudsopgave

TITELPAGINA
COPYRIGHT PAGINA
OVERZICHT FIGUREN, TABELLEN EN SCHEMA’S
LIJST MET AFKORTINGEN

DEEL I INTRODUCTIE
1 INLEIDING TOT HET ONDERZOEK
1.1 Aanleiding tot het onderzoek
1.2. Voorlopige hechtenis van minderjarigen in Nederland
1.3 De complexiteit van de voorlopige hechtenisbeslissing
1.4 Gebrek aan kennis over de voorlopige hechtenis in jeugdstrafzaken
1.5 Centrale vraagstelling en doel van het onderzoek
1.6 Verantwoording en methoden van onderzoek
1.6.1 Kinder- en mensenrechten als overkoepelend normatief analysekader
1.6.1.1 Verantwoording van kinder- en mensenrechten als normatief analysekader
1.6.1.2 Concretisering van het analysekader
1.6.1.3 Methode: ‘desk research’
1.6.2 Analyse van Nederlandse wet- en regelgeving
1.6.3 Analyse van de Nederlandse praktijk
1.6.3.1 Rechterlijke besluitvorming als onderzoeksobject
1.6.3.2 Kwalitatief empirisch onderzoek: observaties en interviews
1.7 Definities en afbakeningen
1.8 Leeswijzer

DEEL II KINDER- EN MENSENRECHTELIJK ANALYSEKADER
2 HET VERBOD OP ONRECHTMATIGE EN WILLEKEURIGE VRIJHEIDSBENEMING VAN MINDERJARIGEN
2.1 Inleiding
2.2 Inbreuken op het recht op persoonlijke vrijheid
2.2.1 Definitie en reikwijdte van ‘vrijheidsbeneming’
2.2.2 Vrijheidsbeneming versus vrijheidsbeperking
2.3 Internationale waarborgen tegen onrechtmatige en willekeurige vrijheidsbeneming
2.3.1 Rechtmatigheid
2.3.2 Willekeur
2.3.3 Voorlopige hechtenis en artikel 9 IVBPR
2.3.4 Voorlopige hechtenis en artikel 37(b) IVRK: uiterste maatregel en zo kort mogelijk
2.4 Europese waarborgen tegen onrechtmatige en willekeurige vrijheidsbeneming
2.4.1 Een tweeledig rechtmatigheidsvereiste
2.4.2 Willekeur
2.4.3 Voorlopige hechtenis en artikel 5 EVRM
2.4.3.1 ‘Redelijke verdenking’
2.4.3.2 ‘Relevante en voldoende redenen’
2.4.3.3 ‘Noodzakelijk’
2.4.3.4 Publiek belang versus persoonlijke vrijheid verdachte
2.4.3.5 ‘Redelijke’ duur
2.4.3.6 Motivering
2.4.4 Voorlopige hechtenis van minderjarigen; uiterste maatregel en zo kort mogelijk
2.5 Intermezzo: samenhang tussen internationale en Europese waarborgen
2.6 ‘Habeas corpus’ als recht van minderjarigen in voorlopige hechtenis
2.7 Alternatieven voor vrijheidsbeneming
2.7.1 Alternatieven voor voorlopige hechtenis en de eisen van proportionaliteit
2.7.2 Vrijheidsbeperking als alternatief voor voorlopige hechtenis
2.7.2.1 Vrijheidsbeperking en artikel 12 IVBPR
2.7.2.2 Vrijheidsbeperking en artikel 2 Vierde Protocol EVRM
2.7.2.3 Rechtswaarborgen bij vrijheidsbeperking nader bezien
2.8 Resumé: minimumvoorwaarden voor een rechtmatige en niet-willekeurige toepassing van voorlopige hechtenis ten aanzien van minderjarigen
2.9 Tot besluit

3 KINDER- EN MENSENRECHTENCONFORME VOORLOPIGE HECHTENISBESLISSINGEN; EEN BESLUITVORMINGSSCHEMA
3.1 Inleiding
3.2 Voorlopige hechtenisbeslissingen; een ‘vijf-stappenplan’ voor de rechter
3.2.1 Stap één: ‘Redelijke verdenking’ van een (ernstig) strafbaar feit?
3.2.2 Stap twee: ‘Relevante en voldoende redenen’ voor voorlopige hechtenis?
3.2.3 Stap drie: Noodzakelijkheidstoets; minder ingrijpende alternatieven?
3.2.4 Stap vier: Proportionaliteitstoets stricto sensu; een belangenafweging
3.2.5 Stap vijf: Redelijkheidstoets; de duur van de voorlopige hechtenis
3.3 Intermezzo: de rechterlijke belangenafweging als methode
3.3.1 Belangen versus rechten?
3.3.2 Belangenafweging als (rationele) beslismethode?
3.3.3 Selecteren van belangen
3.3.4 Definiëren van belangen
3.3.5 Clusteren van belangen
3.3.6 Afwegen van belangen
3.3.6.1 Het probleem van incommensurabiliteit
3.3.6.2 Intrinsieke gewichtsbepaling
3.3.6.3 Afstand doen van het (relatieve) weegelement
3.3.7 Resumé
3.4 Voorlopige hechtenis van minderjarigen; een belangenafweging conform kinder-en mensenrechten
3.4.1 Een ingekaderde belangenafweging
3.4.2 De context van de belangenafweging: het jeugdstrafrecht
3.4.3 ‘Relevante’ categorieën belangen
3.4.3.1 Strafvorderlijke belangen
3.4.3.2 Belangen van persoonlijke vrijheid
3.4.3.3 Belangen van een eerlijk proces
3.4.3.4 Pedagogische belangen van vroegtijdig ingrijpen
3.4.4 Voorlopige hechtenis en het ‘belang van het kind’
3.4.4.1 Het ‘belang van het kind’ als centrale kinderrechtelijke notie
3.4.4.2 Het ‘belang van het kind’ in het jeugdstrafrecht
3.4.4.3 Het ‘belang van het kind’ bij voorlopige hechtenisbeslissingen
3.4.5 Belangenafweging bij voorlopige hechtenisbeslissingen
3.4.5.1 Selecteren, definiëren en clusteren van belangen
3.4.5.2 Afwegen van belangen
3.4.5.3 De uitkomst van de belangenafweging
3.5 Tot besluit; een drietal reflecties op het geïntroduceerde beslissingsschema
3.5.1 Voorlopige hechtenis als vertrekpunt?
3.5.2 Een transparant besluitvormingsschema
3.5.3 Toepasbaarheid in de nationale context

DEEL III WET EN PRAKTIJK IN NEDERLAND
4 Voorlopige hechtenis van minderjarigen in Nederland; het wettelijke kader
4.1 Inleiding
4.2 De context; een korte schets van het Nederlandse jeugdstrafrecht
4.3 Het instituut van de voorlopige hechtenis
4.3.1 Een strafvorderlijk dwangmiddel
4.3.2 De ‘strafvorderlijke’ doelstellingen van voorlopige hechtenis
4.3.3 De onschuldpresumptie
4.3.4 Proportionaliteit en subsidiariteit
4.4 De wettelijke regeling van voorlopige hechtenis van minderjarigen
4.4.1 Procedure en termijnen
4.4.1.1 Het traject voorafgaand aan de inbewaringstelling
4.4.1.2 De inbewaringstelling
4.4.1.3 De gevangenhouding en gevangenneming
4.4.1.4 Voorlopige hechtenis na aanvang van het onderzoek ter zitting
4.4.1.5 Tussentijdse verzoeken om opheffing of schorsing van voorlopige hechtenis
4.4.2 Bevel tot voorlopige hechtenis
4.4.2.1 Gevallen
4.4.2.2 Ernstige bezwaren
4.4.2.3 Gronden
4.4.2.4 Anticipatiegebod
4.4.3 Tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis en schorsing daarvan
4.4.3.1 Plaats van tenuitvoerlegging
4.4.3.2 Schorsing van tenuitvoerlegging
4.4.3.3 Schorsingsvoorwaarden
4.4.3.4 Opheffing van de schorsing
4.4.4 Motiveringsplicht
4.4.5 Verrekening
4.5 De voorlopige hechtenis in de context van het jeugdstrafrecht
4.5.1 De justitiële jeugdinrichting: beveiliging, opvoeding en resocialisatie
4.5.2 Gedragsbeïnvloeding door schorsingsvoorwaarden
4.5.3 Commune doelstellingen, een pedagogische aanpak
4.6 Tot besluit: het wettelijke kader en de ‘tweelagige’ voorlopige hechtenisbeslissing

5 VOORLOPIGE HECHTENIS VAN JEUGDIGEN IN DE PRAKTIJK; KENNIS UIT EERDER ONDERZOEK
5.1 Inleiding
5.2 Nederlandse voorlopige hechtenispraktijk van minderjarigen in cijfers
5.3 Populatiekenmerken van jeugdigen in voorlopige hechtenis
5.4 Rechterlijke besluitvorming over voorlopige hechtenis (van jeugdigen)
5.4.1 Voorlopige hechtenisbeslissingen in Nederlandse jeugdstrafzaken
5.4.2 Voorlopige hechtenisbeslissingen in Nederlandse commune strafzaken
5.4.3 Kennis over voorlopige hechtenisbeslissingen in andere jurisdicties
5.4.3.1 Voorlopige hechtenisbeslissingen in strafzaken van volwassenen
5.4.3.2 Voorlopige hechtenisbeslissingen in jeugdstrafzaken
5.5 Uitvoering van (alternatieve) modaliteiten van voorlopige hechtenis in de Nederlandse jeugdstrafrechtspraktijk
5.6 Positionering van het onderhavige onderzoek

6 METHODEN EN UITVOERING VAN HET EMPIRISCHE ONDERZOEK
6.1 Inleiding
6.2 Toegang
6.3 Selectie
6.3.1 Selectie rechtbanken
6.3.2 Selectie zaken voor observaties
6.3.2.1 Kenmerken van de geobserveerde zaken
6.3.3 Selectie respondenten voor interviews
6.4 Uitvoering van het observatieonderzoek
6.5 Uitvoering van de interviews
6.6 Data-analyse
6.7 Methodologische reflecties
6.7.1 Kwaliteitscriteria
6.7.2 Strategieën om de methodologische kwaliteit te versterken
6.7.3 Methodologische beperkingen van het onderzoek
6.8 Ethische (en juridische) dilemma’s: transparantie versus vertrouwelijkheid
6.9 Tot besluit: ontwikkelingen in de rechtspraktijk tijdens het onderzoek

7 RECHTERLIJKE BESLUITVORMING OVER VOORLOPIGE HECHTENIS VAN MINDERJARIGE VERDACHTEN IN NEDERLAND
7.1 Inleiding
7.2 Werkproces van de rechter-commissaris en raadkamer
7.2.1 Welke rechters beslissen over voorlopige hechtenis van minderjarigen?
7.2.2 Voorbereiding van voorgeleiding en raadkamerzitting
7.2.3 Gang van zaken ter voorgeleiding en raadkamerzitting
7.2.4 Proces van besluitvorming
7.2.5 Motivering van voorlopige hechtenisbeslissingen
7.3 Rechterlijke besluitvorming inzake voorlopige hechtenis van minderjarigen
7.3.1 Een eerste illustratie: overwegingen van rechters in casus ‘Jeffrey’
7.4 Bevelsbeslissing
7.4.1 Gevallen
7.4.2 Ernstige bezwaren
7.4.2.1 De ondergrens
7.4.2.2 Tijdsverloop: een glijdende schaal
7.4.2.3 ‘Magere’ ernstige bezwaren: afwijzen of toch schorsen?
7.4.3 Gronden
7.4.3.1 Recidivegrond
7.4.3.2 ‘12-jaarsfeit’ en de ernstig geschokte rechtsorde
7.4.3.3 Onderzoeksgrond
7.4.3.4 Vluchtgevaar
7.4.4 Anticipatiegebod
7.4.4.1 Anticiperen… waarop?
7.4.4.2 De verwachte strafmaat: richtlijnen en oriëntatiepunten?
7.4.4.3 Een ‘pedagogische’ benadering
7.4.4.4 Anticiperen op het anticipatiegebod
7.4.4.5 De interactie tussen voorlopige hechtenis en straf
7.4.5 Duur van het bevel
7.4.5.1 Maatwerk
7.4.5.2 Signaalfunctie
7.5 Tenuitvoerleggingsbeslissing
7.5.1 Schorsing van de voorlopige hechtenis
7.5.1.1 Uitgangspunt of onderzoeksplicht?
7.5.1.2 Schorsingsbeslissing
7.5.2 Schorsingsvoorwaarden
7.5.2.1 Soorten bijzondere voorwaarden
7.5.2.2 Maatwerk
7.5.2.3 Duur schorsingsvoorwaarden
7.5.3 Huisarrest
7.5.3.1 Voorlopige hechtenis thuis of in de justitiële jeugdinrichting?
7.5.3.2 Voorlopige hechtenis thuis of schorsen?
7.5.4 Nachtdetentie
7.6 Overige voorlopige hechtenisbeslissingen
7.6.1 Opheffing schorsing
7.7 Een analyse: vijf patronen in de rechterlijke besluitvorming
7.7.1 Interactie bevels- en tenuitvoerleggingsbeslissing
7.7.2 Verhouding voorlopige hechtenis en schorsing onder voorwaarden
7.7.3 Samenhang voorlopige hechtenisbeslissing en straftoemeting
7.7.4 Afhankelijkheid van instanties en voorzieningen
7.7.5 Pedagogische invalshoek
7.8 Tot besluit

8 DE DYNAMIEK TUSSEN DE PROFESSIONELE ACTOREN IN DE VOORLOPIGE HECHTENISPRAKTIJK
8.1 Inleiding
8.2 Officier van justitie
8.2.1 Rol van de officier van justitie
8.2.1.1 Toeleiding naar voorlopige hechtenistraject
8.2.1.2 Rol van officier van justitie tijdens voorlopige hechtenistraject
8.2.2 Vordering tot inbewaringstelling of gevangenhouding
8.2.2.1 Het besluitvormingsproces en de beschikbare informatie
8.2.2.2 Wettelijke criteria
8.2.2.3 Opportuniteit
8.2.2.4 Duur van gevorderde inbewaringstelling of gevangenhouding
8.2.3 Alternatieve tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis
8.2.4 Schorsing en schorsingsvoorwaarden
8.2.4.1 Standpunt van officier over schorsing
8.2.4.2 Standpunt van officier over schorsingsvoorwaarden
8.2.5 Opheffing van de schorsing
8.2.6 Voorlopige hechtenis en de strafeis
8.3 Advocaat
8.3.1 Rol van de advocaat
8.3.1.1 Toeleiding en rol tijdens voorlopige hechtenistraject
8.3.1.2 Taakopvatting advocaat in jeugdzaken
8.3.2 Verweer tegen vordering inbewaringstelling of gevangenhouding
8.3.2.1 Verdedigingsstrategie
8.3.2.2 Proceshouding
8.3.2.3 Afwijzen vordering
8.3.2.4 Schorsingsverzoek
8.3.2.5 Schorsingsvoorwaarden
8.3.2.6 Alternatieve tenuitvoerlegging
8.3.2.7 Duur van voorlopige hechtenis
8.3.3 Verweer tegen opheffing schorsing
8.3.4 Samenhang voorlopige hechtenis en straf vanuit verdedigingsperspectief
8.4 Raad voor de Kinderbescherming
8.4.1 Rol van de Raad
8.4.1.1 Vroeghulp en raadsonderzoek (IVS-2A)
8.4.1.2 Rapporteren en adviseren ten behoeve van de voorgeleiding
8.4.1.3 Rapporteren en adviseren ten behoeve van de raadkamerzitting
8.4.1.4 Raadsonderzoek (IVS-2B) en het strafadvies
8.4.2 Adviezen van de Raad
8.4.2.1 Advies over schorsing
8.4.2.2 Advies over schorsingsvoorwaarden
8.4.2.3 Advies over alternatieve tenuitvoerlegging voorlopige hechtenis
8.4.3 Trajectbenadering: voorlopige hechtenis, schorsing onder voorwaarden en straf
8.5 Jeugdreclassering
8.5.1 Rol van de jeugdreclassering
8.5.1.1 Toeleiding naar jeugdreclassering in voorlopige hechteniszaken
8.5.1.2 Informeren en (pre-)adviseren bij voorgeleiding en raadkamer
8.5.1.3 Jeugdreclassering tijdens voorlopige hechtenis
8.5.1.4 Toezicht en begeleiding tijdens schorsing
8.5.2 Adviezen van de jeugdreclassering
8.5.2.1 Advies over schorsen
8.5.2.2 Advies over schorsingsvoorwaarden
8.5.2.3 Advies over alternatieve tenuitvoerlegging voorlopige hechtenis
8.5.3 Terugmelden voor opheffing schorsing
8.5.4 Hulpverleningstraject in een strafrechtelijk kader
8.6 Justitiële jeugdinrichting
8.6.1 Tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis in een justitiële jeugdinrichting
8.6.2 Het perspectiefplan en de samenwerking met ketenpartners
8.6.2.1 Het eerste perspectiefplan
8.6.2.2 Het tweede perspectiefplan
8.6.2.3 Perspectiefplannen en samenwerking met ketenpartners
8.6.3 Percepties over de functie en impact van tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis
8.6.3.1 Functie van tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis
8.6.3.2 Impact van tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis
8.6.4 Alternatieve tenuitvoerlegging: nachtdetentie
8.6.5 Informerende en adviserende rol justitiële jeugdinrichting bij raadkamer?
8.7 Voorlopige hechtenisbeslissingen als onderdeel van een dynamisch proces
8.7.1 Verschillende disciplines en invalshoeken: juridisch versus hulpverlening?
8.7.2 Dynamiek die stuurt richting toewijzing voorlopige hechtenis en schorsing
8.7.3 Dynamiek die bijdraagt aan het hulpverleningskarakter van de schorsing
8.7.4 Dynamiek die de samenhang tussen voorlopige hechtenis en straf versterkt
8.7.5 Dynamiek beïnvloed door (gebrekkige) informatie-uitwisseling en afstemming
8.8 Tot besluit

9 DE FUNCTIES VAN VOORLOPIGE HECHTENIS IN HET NEDERLANDSE JEUGDSTRAFRECHT
9.1 Inleiding
9.2 Voorlopige hechtenis als strafvorderlijk dwangmiddel
9.3 Voorlopige hechtenis als handhavingssignaal
9.4 Voorlopige hechtenis als bestraffende reactie
9.5 Voorlopige hechtenis ter bescherming van het welzijn van de minderjarige
9.6 Voorlopige hechtenis als kader om een ‘diagnose’ te kunnen stellen
9.7 Voorlopige hechtenis als kader voor ‘bijsturing’ van de minderjarige
9.8 Voorlopige hechtenis zet de toon in de jeugdstrafzaak

DEEL IV SYNTHESE
10 NAAR EEN RECHTMATIGE EN NIET-WILLEKEURIGE TOEPASSING VAN VOORLOPIGE HECHTENIS IN HET NEDERLANDSE JEUGDSTRAFRECHT; CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
10.1 Naar een beantwoording van de onderzoeksvraag
10.2 Kinder- en mensenrechtenconforme besluitvorming binnen het huidige wettelijke kader van voorlopige hechtenis van minderjarigen
10.2.1 ‘Bevelsbeslissing’
10.2.2 ‘Tenuitvoerleggingsbeslissing’
10.2.3 Beslissing over de opheffing van de schorsing
10.2.4 Belangenafweging
10.2.5 Motivering
10.3 Knelpunten op drie niveaus uitgelicht
10.3.1 Het wettelijke kader
10.3.1.1 Het schorsingsmodel
10.3.1.2 Gronden
10.3.1.3 Termijnen
10.3.2 Rechterlijke besluitvorming
10.3.2.1 Voorlopige hechtenis en straftoemeting
10.3.2.2 Pedagogische schaduwfuncties van voorlopige hechtenis
10.3.2.3 Gebrek aan transparantie
10.3.3 Stelsel en organisatie van instanties en voorzieningen
10.3.3.1 Beschikbare voorzieningen als alternatieven voor voorlopige hechtenis
10.3.3.2 Informatie-uitwisseling en afstemming tussen professionele actoren
10.3.3.3 Interne organisatie rechtbanken en parketten
10.4 Naar een nieuw model voor voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht
10.4.1 De figuur van de ‘voorlopige preventieve maatregel’
10.4.2 Continuüm van voorlopige preventieve maatregelen
10.4.3 Bevoegdheden en rollen van professionele actoren in het nieuwe model
10.4.4 Toepassingscriteria voor voorlopige preventieve maatregelen
10.4.5 Termijnen van voorlopige preventieve maatregelen
10.4.6 Wijziging van voorlopige preventieve maatregelen
10.4.7 Aanvullende verplichtingen bij voorlopige preventieve maatregelen
10.4.8 Verrekening van voorlopige preventieve maatregelen met de straf
10.4.9 Kinderrechtenconforme besluitvorming inzake voorlopige preventieve maatregelen
10.4.10 Reflecties op het model van voorlopige preventieve maatregelen
10.5 Conclusies
10.6 Slotbeschouwingen
10.6.1 De waarde van kinder- en mensenrechten
10.6.2 Toekomstig onderzoek naar besluitvorming in het jeugdstrafrecht: de grenzen over
10.6.3 Schurende paradigma’s en de toekomst van het jeugdstrafrecht in Nederland
Appendix bij hoofdstuk 10: Concept-wettekst model van voorlopige preventieve maatregelen voor minderjarigen

NASCHRIFT
LITERATUUR
RECHTSPRAAK
OFFICIËLE PUBLICATIES

BIJLAGE 1: SELECTIE VAN RECHTBANKEN
BIJLAGE 2: OVERZICHT VAN BESLISSINGEN BIJ GEOBSERVEERDE VOORGELEIDINGEN EN RAADKAMERZITTINGEN
BIJLAGE 3: OPERATIONALISERING VAN KENMERKEN VAN GEOBSERVEERDE ZAKEN
BIJLAGE 4: OBSERVATIEFORMULIER RECHTBANKONDERZOEK
BIJLAGE 5: OVERZICHT VAN RESPONDENTEN INTERVIEWS
BIJLAGE 6: CASUS ‘BART’
BIJLAGE 7: TOPICLIJST INTERVIEWS RECHTERS
SAMENVATTING
SUMMARY
DANKWOORD
CURRICULUM VITAE

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Voorlopige hechtenis in het Nederlandse jeugdstrafrecht