Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, , , e.a.

Algemene wet inzake rijksbelastingen

Paperback Nederlands 2021 9789013162844
BestsellerMeer dan 1000 verkocht
Op voorraad | Op werkdagen voor 23:00 uur besteld, volgende dag in huis

Samenvatting

Wat zijn de formele fiscale verplichtingen van de burger? Wat zijn de bevoegdheden van de inspecteur of de heffingsambtenaar? Welke grenzen worden daaraan gesteld? En welke spelregels gelden er bij geschillen over de heffing van belasting? Deze uitgave biedt als handboek over de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) antwoord op vragen als deze.

Algemene wet inzake rijksbelastingen vormt voor studenten een onmisbare inleiding in het fiscale bestuursrecht. Daarnaast is ook de fiscale praktijk - advieskantoren, overheid en rechterlijke macht - gebaat bij dit actuele en inzichtelijke handboek over de formele fiscale verplichtingen van de burger en de rechtsbescherming tegenover de inspecteur.

De uitgave behandelt een breed scala aan thema’s omtrent de grondslagen en toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Zo krijgt de lezer inzicht in de spelregels die gelden voor (potentiële) geschillen over de heffing van belasting en fiscale bestraffing; van het uitreiken van een aangiftebiljet tot en met een (eventuele) procedure voor de Hoge Raad. Verdere verdieping is altijd dichtbij dankzij veel bronvermeldingen naar literatuur en jurisprudentie.

Belastingrecht actueel
Het belastingrecht en fiscaal strafrecht zijn als rechtsgebieden onverminderd relevant en blijven nieuwe vragen opwerpen, mede onder toenemende invloed van het recht van de Europese Unie en van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. De uitgave haakt in op actuele vraagstukken zoals geheimhouding door (onder meer) de Belastingdienst, Informatievergaring door de inspecteur, rechtsbescherming en wetsontduiking.

De inhoud is bijgewerkt naar de stand van de wet en de jurisprudentie per 1 juli 2019. Hiermee geldt de editie als een toegankelijke en meest actuele publicatie omtrent de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Specificaties

ISBN13:9789013162844
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:576
Druk:14
Verschijningsdatum:6-10-2021
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Over Robert-Jan Koopman

Dr. R.J. Koopman is Raadsheer in de belastingkamer van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Andere boeken door Robert-Jan Koopman

Inhoudsopgave

Voorwoord / V
Lijst van afkortingen / XXV

HOOFDSTUK 1 De totstandkoming van de AWR / 1
1.1 De geschiedenis van de AWR / 1
1.2 De vereenvoudigingsgedachte / 1
1.3 De Vereenvoudigingscommissie / 2
1.4 De omvang van de codificatie / 4
1.5 Van ontwerp tot wet / 4
1.6 De inwerkingtreding / 4
1.7 De ontwikkeling van de AWR / 5
1.8 De toekomst van de AWR / 5

HOOFDSTUK 2 De verhouding tussen de AWR, de Awb, het EVRM en het Unierecht / 9
2.1 Inleidende opmerkingen / 9
2.2 De verhouding tussen de AWR en de Algemene wet bestuursrecht / 9
2.2.1 De verhouding van de Awb tot andere wetgeving / 9
2.2.2 De opbouw en de inhoud van de Awb / 10
2.2.2.1 Inleidende bepalingen / 10
2.2.2.2 De eerste gelaagde structuur / 11
2.2.2.2.1 Verkeer tussen burgers en bestuursorganen / 11
2.2.2.2.2 Algemene bepalingen over besluiten / 11
2.2.2.2.3 Bijzondere bepalingen over besluiten / 14
2.2.2.3 Het hoofdstuk over handhaving / 19
2.2.2.4 De tweede gelaagde structuur / 19
2.2.2.4.1 Algemene bepalingen over bezwaar en beroep / 19
2.2.2.4.2 Bijzondere bepalingen over bezwaar en beroep / 20
2.2.2.5 Klachtbehandeling / 20
2.2.2.6 Mandaat, delegatie en attributie / 21
2.2.3 De betekenis van enkele kernbegrippen van de Awb voor het belastingrecht / 22
2.2.3.1 Bestuursorgaan / 22
2.2.3.2 Besluiten en andere handelingen / 23
2.2.3.2.1 Besluiten van algemene strekking / 23
2.2.3.2.2 Beschikkingen / 23
2.2.3.3 Belanghebbende / 24
2.2.3.4 Aanvraag / 24
2.3 De verhouding tussen de AWR en het EVRM en het IVBPR / 25
2.3.1 Art. 14, vijfde lid, IVBPR / 25
2.3.2 Art. 6 EVRM / 26
2.3.3 Art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR / 28
2.3.4 Art. 8 EVRM / 28
2.3.5 Ne bis in idem (art. 14, zevende lid, IVBPR) / 29
2.3.6 Het recht op eigendom / 31
2.4 De verhouding tussen de AWR en het recht van de Europese Unie / 32
2.4.1 Het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie / 33
2.4.2 De verlengde navorderingstermijn / 34
2.4.3 Belastingrente / 36
2.4.4 Verrekening van voorheffingen / 37

HOOFDSTUK 3 Bepalingen van algemene aard / 39
3.1 Inleidende opmerkingen / 39
3.2 De werkingssfeer van de AWR (art. 1) / 40
3.2.1 Beperkingen van de werkingssfeer / 40
3.2.2 Het begrip ‘belastingen’ / 41
3.2.3 Uitgezonderde afdelingen van de Algemene wet bestuursrecht / 41
3.2.4 Welke belastingen vallen onder de werkingssfeer van de AWR / 42
3.2.5 De Basisregistratie inkomen / 42
3.3 De begripsbepalingen (art. 2) / 43
3.3.1 Inleidende opmerkingen; het verschil tussen de definities van het eerste lid en die van het tweede en derde lid van art. 2 AWR / 43
3.3.2 Belastingwet (art. 2, eerste lid, onderdeel a) / 43
3.3.3 Lichamen (art. 2, eerste lid, onderdeel b) / 45
3.3.4 Vereniging (art. 2, tweede lid, onderdeel a) / 46
3.3.5 Een bestuurder van een lichaam (art. 2, tweede lid, onderdeel b) / 46
3.3.6 Mogendheid, staat, verdrag en regeling ter voorkoming van dubbele belasting (art. 2, tweede lid, onderdeel c tot en met f) / 47
3.3.7 Onze Minister (art. 2, derde lid, onderdeel a) / 47
3.3.8 Directeur, inspecteur, ontvanger (art. 2, derde lid, onderdeel b) / 47
3.3.8.1 Inleiding / 47
3.3.8.2 Wie is de inspecteur; de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 / 48
3.3.8.3 De instructiebevoegdheid van de Minister / 49
3.3.8.4 Mandaat / 50
3.3.9 Open commanditaire vennootschap (art. 2, derde lid, onderdeel c) / 53
3.3.9.1 Inleiding / 53
3.3.9.2 De commanditaire vennootschap in het civiele recht / 54
3.3.9.3 Wetshistorie / 54
3.3.9.4 Vrije overdraagbaarheid / 55
3.3.9.5 Buitenlandse samenwerkingsverbanden / 56
3.3.10 Koninkrijk, Rijk, Nederland en BES-eilanden (art. 2, derde lid, onderdeel d,
1°, 2°, 3° en 4°) / 57
3.3.11 Belastingaanslag (art 2, derde lid, onderdeel e) / 57
3.3.12 Aandeel (art. 2, derde lid, onderdeel f) / 58
3.3.13 Communautair douanewetboek (art. 2, derde lid, aanhef en onderdeel g, onderdeel h en onderdeel ha) / 58
3.3.14 Kind (art. 2, derde lid, onderdeel i) / 59
3.3.15 Het burgerservicenummer (art. 2, derde lid, onderdeel j) / 59
3.3.16 Partner (art. 2, derde lid, onderdeel l) / 60
3.3.17 Algemeen nut beogende instelling, culturele instelling, sociaal belang behartigende instelling en steunstichting SBBI (art. 2, derde lid, onderdeel m, n, o en p) / 60
3.3.18 Bestuur van ’s Rijks belastingen (art. 2, vierde lid) / 61
3.3.19 Schakelbepaling ten behoeve van de conserverende belastingaanslagen (art. 2, vijfde lid) / 61
3.3.20 Het geregistreerd partnerschap (art. 2, zesde lid) / 61
3.3.21 De Europese coöperatieve vennootschap (art. 2, zevende lid) / 62
3.4 De bevoegdheid van de inspecteur, de ontvanger en de directeur / 62
3.4.1 Inleiding / 62
3.4.2 De absolute competentie / 63
3.4.3 De relatieve competentie / 63
3.4.3.1 Inleiding / 63
3.4.3.2 De functionele competentie / 64
3.4.3.3 De territoriale competentie / 64
3.5 Elektronisch berichtenverkeer / 66
3.5.1 Het Awb-kader / 66
3.5.2 De geldende regeling in de AWR / 67
3.5.3 Nieuwe regeling volgens de AWR: keuzerecht voor uitgaande berichten / 69
3.6 De woonplaats en de vestigingsplaats / 71
3.6.1 Inleiding / 71
3.6.2 De functie van art. 4 AWR / 71
3.6.3 Voor de bepaling van de woon- en vestigingsplaats van belang zijnde fictiebepalingen / 72
3.6.3.1 Inleiding / 72
3.6.3.2 Fictiebepalingen in afzonderlijke heffingswetten / 72
3.6.3.3 Schepen en luchtvaartuigen (art. 4, tweede lid, AWR) / 73
3.6.3.4 Moeder-dochterrichtlijn, fusierichtlijn en interest- en royaltyrichtlijn / 73
3.6.3.5 Een instelling voor collectieve belegging in effecten / 74
3.6.3.6 De alternatieve beleggingsinstelling / 74
3.6.4 Het begrip ‘woonplaats’ in belastingverdragen / 75
3.6.4.1 Inleiding / 75
3.6.4.2 Dubbele woonplaats / 75
3.6.5 De woonplaats van natuurlijke personen / 77
3.6.5.1 Algemeen / 77
3.6.5.2 De betekenis van de wil van belanghebbende / 79
3.6.6 De plaats van vestiging van lichamen / 79
3.6.7 Bewijslastverdeling in woon- en vestigingsplaatsprocedures / 80
3.7 Het basispartnerbegrip / 81
3.7.1 Inleidende opmerkingen / 81
3.7.2 Wie kunnen als partner worden aangeduid / 82
3.7.3 Regeling voor het jaar waarin men partner wordt of uit elkaar gaat / 82
3.7.4 Niet meer dan één partner / 83
3.7.5 Partners in verpleeghuis / 83
3.8 De Geefwet / 83
3.8.1 Inleidende opmerkingen / 83
3.8.2 Algemeen nut beogende instelling / 84
3.8.2.1 Wettelijk kader / 84
3.8.2.2 ‘Algemeen nut beogend’, het toetsingskader nader bezien / 87
3.8.2.3 De steunstichting / 91
3.8.2.4 Ex-ANBI’s / 91
3.8.2.5 Integriteitsbepaling / 92
3.8.2.6 Informatieverplichting voor ex-ANBI’s / 93
3.8.2.7 Delegatiebepalingen / 93
3.8.3 De sociaal belang behartigende instelling / 94
3.8.4 De steunstichting SBBI / 94
3.9 Vergoedingsvordering tussen echtgenoten / 95
3.10 Vertegenwoordiging buiten rechte / 96
3.10.1 Inleidende opmerkingen / 96
3.10.2 De vertegenwoordiging krachtens volmacht dan wel met vergunning van de inspecteur / 98
3.10.2.1 Volmacht / 98
3.10.2.2 Zaakwaarneming / 100
3.10.2.3 Persoonlijk optreden van de belastingplichtige en uitsluiting van de vertegenwoordiger / 101
3.10.3 Weigering van bijstand of vertegenwoordiging / 101
3.10.4 De overige vormen van vertegenwoordiging / 102
3.10.4.1 Vertegenwoordiging van een lichaam / 102
3.10.4.2 Vertegenwoordiging van een minderjarige, curandus, failliet e.d. / 103
3.10.4.3 Vertegenwoordiging van erfgenamen / 103
3.11 De hardheidsclausule / 104
3.11.1 Onbillijkheden van overwegende aard / 104
3.11.2 Beoordeling door de Minister / 104
3.11.3 Beroep op de rechter? / 104
3.12 De doelmatigheidsbepaling / 105
3.13 Geheimhouding / 106
3.13.1 Twee geheimhoudingsbepalingen / 106
3.13.2 Strekking van de geheimhoudingsplicht / 107
3.13.3 Wie is tot geheimhouding verplicht? / 108
3.13.4 Wat valt onder de geheimhoudingsplicht? / 108
3.13.5 Andere uitzonderingen op de geheimhoudingsplicht / 108
3.13.6 De goede vervulling van een publiekrechtelijke taak / 111
3.13.7 Ontheffing van de geheimhoudingsverplichting / 111
3.13.8 Verschoningsrecht ambtenaar / 111
3.13.9 Schending van de geheimhoudingsverplichting / 113
3.13.10 Bevoegde rechter / 113

HOOFDSTUK 4 De verplichtingen van de belanghebbende / 115
4.1 Inleidende opmerkingen / 115
4.2 De aangifteplicht / 115
4.2.1 Inleiding / 115
4.2.2 De betekenis van de aangifte / 116
4.2.2.1 Heffing bij wege van aanslag / 116
4.2.2.2 Heffing bij wege van voldoening of afdracht op aangifte / 118
4.2.2.3 Aangifte is geen aanvraag in de zin van de Awb / 119
4.2.3 Het ontstaan van de verplichting tot het doen van aangifte / 119
4.2.3.1 Het uitnodigen tot het doen van aangifte / 119
4.2.3.2 De verplichting te verzoeken om tot het doen van aangifte te worden uitgenodigd / 122
4.2.4 Het doen van aangifte / 123
4.2.4.1 De verplichting tot het doen van aangifte / 123
4.2.4.2 De wijze waarop aangifte moet worden gedaan / 124
4.2.4.3 Gegevens, bescheiden en andere gegevensdragers / 126
4.2.4.4 Duidelijk, stellig en zonder voorbehoud / 127
4.2.4.5 De ondertekening van de aangifte / 128
4.2.5 De ontheffing voor het doen van aangifte / 129
4.2.6 De aangiftetermijnen / 129
4.2.6.1 De belastingen die worden geheven bij wege van aanslag / 129
4.2.6.2 De belastingen die worden geheven bij wege van voldoening of afdracht op aangifte / 131
4.2.7 Gelijkstelling van de spontane aangifte met een op uitnodiging gedane aangifte / 132
4.2.8 Sancties op het niet voldoen aan de aangifteplicht / 133
4.2.9 De actieve informatieverplichting / 135
4.3 Bijkomende verplichtingen ten dienste van de belastingheffing / 137
4.3.1 Inleiding / 137
4.3.2 Hoofdlijnen / 140
4.3.3 Grenzen aan de toepassing van de informatieverplichtingen / 143
4.3.3.1 Inleiding / 143
4.3.3.2 De te verstrekken informatie moet ‘van belang kunnen zijn’ / 143
4.3.3.3 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur / 145
4.3.3.4 Algemene beginselen van procesrecht / 149
4.3.3.5 De informatieverplichtingen en de mensenrechten / 151
4.3.3.5.1 Invloed van het EVRM op de belastingheffing / 151
4.3.3.5.2 Aanvang van de vervolging / 152
4.3.3.5.3 Samenloop van heffing en vervolging / 153
4.3.3.6 Onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal / 156
4.3.3.7 Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (privacy) / 159
4.3.3.8 De informatiebeschikking / 160
4.3.3.8.1 Hoofdlijn van de regeling / 161
4.3.3.8.2 Wat moet er in de informatiebeschikking staan / 161
4.3.3.8.3 De inspecteur kan een informatiebeschikking nemen of niet nemen / 162
4.3.3.8.4 Over de fase van een (potentieel) geschil waarin de informatiebeschikking kan worden genomen / 164
4.3.3.8.5 Gevolg van de informatiebeschikking, omkering en verzwaring van de bewijslast / 165
4.3.3.8.6 Het alsnog voldoen aan een verzoek om informatie / 166
4.3.3.8.7 Termijnverlenging / 167
4.3.3.8.8 De informatiebeschikking bij het niet voldoen aan de administratieplicht / 168
4.3.3.8.9 Schadevergoeding bij een onrechtmatig verzoek om informatie / 170
4.3.3.8.10 Beoordeling van de informatiebeschikking door de rechter / 170
4.3.3.8.11 Overgangsrecht / 172
4.3.4 De informatieverplichtingen met betrekking tot de eigen belastingheffing en inhoudingsplicht / 173
4.3.4.1 Het ‘desgevraagd’ verstrekken van gegevens en inlichtingen / 173
4.3.4.2 De gegevens en inlichtingen moeten van belang kunnen zijn voor de belastingheffing / 175
4.3.4.3 De wijze waarop de gegevens en inlichtingen worden verstrekt / 176
4.3.4.4 Het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers / 176
4.3.4.5 Het begrip ‘gegevensdrager’ / 177
4.3.4.6 De wijze waarop de gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar worden gesteld / 178
4.3.4.7 De plaats waar gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar moeten zijn / 178
4.3.4.8 Voor wie gelden de verplichtingen van art. 47 AWR? / 179
4.3.4.9 Nakoming van inlichtingenverplichtingen via de civiele rechter / 179
4.3.5 De informatieverplichtingen in internationale verhoudingen / 181
4.3.5.1 Inleiding / 181
4.3.5.2 Informatie in bezit van buitenlandse dochterondernemingen / 182
4.3.5.3 Informatie in bezit van buitenlanders / 182
4.3.5.4 Verdragstoepassing gaat in beginsel aan toepassing van art. 47a AWR vooraf / 183
4.3.5.5 Een gebrek aan medewerking in het buitenland pardonneert niet / 185
4.3.5.6 Volkenrechtelijke aspecten / 185
4.3.5.7 EU-rechtelijke aspecten / 186
4.3.6 De gevolgen van een niet voldoen aan de verplichtingen van art. 47, 47a, 49 en 53, eerste lid, onderdeel b, AWR / 186
4.3.7 De identificatieverplichting en het burgerservicenummer / 186
4.3.8 De administratieverplichting / 188
4.3.8.1 Inleiding / 188
4.3.8.2 Het begrip ‘administratie’ / 189
4.3.8.3 De administratieplicht in het civiele recht / 192
4.3.8.4 Voor wie geldt de administratieverplichting / 192
4.3.8.5 De bewaarplicht / 194
4.3.8.6 De vorm waarin de gegevensdragers behoren te worden bewaard / 195
4.3.8.7 De verplichting tot medewerking / 196
4.3.8.8 De gevolgen van het niet nakomen van de administratieverplichting / 196
4.3.8.9 De bewijsfictie van art. 54 AWR / 197
4.3.8.10 Toepassing van art. 52 AWR in internationale verhoudingen / 197
4.3.9 Verplichtingen ten behoeve van de belastingheffing van derden / 198
4.3.9.1 Algemeen / 198
4.3.9.2 Derdenonderzoek en privacy / 199
4.3.9.3 Inzage in een controledossier / 201
4.3.9.4 Voorschrift informatie fiscus/banken / 201
4.3.9.5 Het verstrekken van gegevens en inlichtingen uit eigen beweging / 202
4.3.9.6 De toepassing van art. 53, eerste lid, AWR in internationale verhoudingen / 203
4.3.10 Het fiscale verschoningsrecht / 204
4.3.10.1 Ratio van het verschoningsrecht / 204
4.3.10.2 Hoofdlijn van de regeling / 204
4.3.10.3 Beperking van het verschoningsrecht van notarissen / 206
4.3.10.4 De positie van accountants, belastingadviseurs en bedrijfsfiscalisten / 207
4.3.10.5 Afgeleid verschoningsrecht / 208
4.3.10.6 Wijziging van het verschoningsrecht / 209
4.3.11 Het verlenen van toegang tot gebouwen en grond / 210
4.3.12 De informatieplicht van de overheid / 210
4.3.13 Jegens wie bestaan de verplichtingen van art. 47 e.v. AWR / 211

HOOFDSTUK 5 Belastingaanslagen en voor bezwaar vatbare beschikkingen / 213
5.1 Beschikkingen in de zin van de Awb / 213
5.1.1 Inleidende opmerkingen / 213
5.1.2 Beschikkingen en beschikkingen op aanvraag / 213
5.1.3 Hoorplicht / 214
5.1.4 Beslistermijn / 215
5.1.5 Inwerkingtreding en bekendmaking / 216
5.1.6 Motiveringsplicht / 217
5.2 De methoden van heffing / 218
5.2.1 Algemeen / 218
5.2.2 De heffing bij wege van aanslag / 219
5.2.3 Modernisering van de heffing bij wege van aanslag / 219
5.2.4 De heffing bij wege van voldoening of afdracht op aangifte / 221
5.3 De aanslag / 221
5.3.1 Het vaststellen van de aanslag / 221
5.3.1.1 Inleidende opmerkingen / 221
5.3.1.2 De functie van de aanslag / 222
5.3.1.3 Geen tweede aanslag; conversie / 223
5.3.1.4 Meer aanslagen op één aanslagbiljet / 224
5.3.1.5 Nihilaanslag / 224
5.3.1.6 Ambtshalve vastgestelde aanslag / 224
5.3.1.7 Herziening van de aanslag; herziening WOZ-beschikking / 225
5.3.2 De dagtekening van het aanslagbiljet / 225
5.3.3 De aanslagtermijn / 226
5.3.3.1 Tijdvak van drie jaren / 226
5.3.3.2 Begin van de aanslagtermijn / 226
5.3.3.3 Einde van de aanslagtermijn / 227
5.3.3.4 Aanslag na de aanslagtermijn / 227
5.3.3.5 Vervallen bevoegdheid tot opleggen aanslag binnen aanslagtermijn / 228
5.3.3.6 Verlenging van de aanslagtermijn; uitstel voor het doen van aangifte / 229
5.3.3.7 Verlenging van de aanslagtermijn: spontane aangiften in het laatste halfjaar / 229
5.3.3.8 Rechterlijke toetsing aanslagtermijn / 230
5.3.4 De tenaamstelling van de aanslag / 230
5.4 De voorlopige aanslag / 231
5.4.1 Het vaststellen van de voorlopige aanslag / 231
5.4.1.1 Inleidende opmerkingen / 231
5.4.1.2 De functie van de voorlopige aanslag / 231
5.4.2 De voorlopige aanslag van art. 13 / 232
5.4.2.1 Algemeen / 232
5.4.2.2 De negatieve voorlopige aanslag en de voorlopige teruggaaf van art. 13 / 232
5.4.2.3 Integratie van het opleggen van positieve en negatieve voorlopige aanslagen inkomstenbelasting / 233
5.4.3 De voorlopige aanslag van art. 14 / 233
5.5 De verrekening van voorheffingen en voorlopige aanslagen / 234
5.5.1 Algemeen / 234
5.5.2 Verrekening / 234
5.5.3 De te verrekenen voorheffingen / 234
5.5.3.1 Inleidende opmerkingen / 234
5.5.3.2 Kansspelbelasting / 235
5.5.3.3 Dividendbelasting / 235
5.5.3.4 Loonbelasting / 235
5.5.4 Verrekening bij voor bezwaar vatbare beschikking / 236
5.6 De beschikking geen aanslag / 237
5.7 De navorderingsaanslag / 238
5.7.1 Het vaststellen van de navorderingsaanslag / 238
5.7.1.1 Inleidende opmerkingen / 238
5.7.1.2 De functie van de navorderingsaanslag / 239
5.7.2 Navordering algemeen / 240
5.7.2.1 De navordering van art. 16 AWR / 240
5.7.2.2 Verkapte navordering; foutenleer / 240
5.7.3 De navordering van art. 16, eerste lid / 241
5.7.3.1 De vereisten / 241
5.7.3.2 Enig feit / 242
5.7.3.3 Ambtelijk verzuim in de rechtspraak / 243
5.7.3.4 Kwade trouw / 245
5.7.3.5 Nuanceringen op de eis van het nieuwe feit in de rechtspraak / 246
5.7.3.6 Algemene beginselen van behoorlijk bestuur / 247
5.7.3.7 Tijdstip nieuw feit / 247
5.7.3.8 Opvolgende navorderingsaanslagen / 248
5.7.3.9 Vervanging van het nieuwe feit / 248
5.7.3.10 Navordering tot herstel van bepaalde handelingen / 249
5.7.3.11 Navordering en herziening WOZ-beschikking / 250
5.7.4 De navordering van art. 16, tweede lid / 250
5.7.4.1 Inleidende opmerkingen / 250
5.7.4.2 Art. 16, tweede lid; correcties op het wettelijke systeem / 250
5.7.4.3 Herstel verkeerde verrekening voorheffingen en voorlopige aanslagen (onderdeel a) / 251
5.7.4.4 Herstel verkeerde toerekening inkomensbestanddelen (onderdeel b) / 251
5.7.4.5 Herstel fouten (onderdeel c) / 251
5.7.4.6 DAC 6: Melding grensoverschrijdende constructies / 253
5.7.5 De navorderingstermijn / 254
5.7.5.1 Inleidende opmerkingen / 254
5.7.5.2 Verruimde navorderingstermijn bij herziening toerekening inkomens- en vermogensbestanddelen / 254
5.7.5.3 Beperkte navorderingstermijn bij herstel van fouten / 254
5.7.5.4 Verruimde navorderingstermijn voor buitenlandsituaties / 255
5.7.5.5 Navorderingstermijn en verliescompensatie / 257
5.7.5.6 Navorderingstermijn en heffingskorting / 257
5.8 De naheffingsaanslag / 257
5.8.1 Het vaststellen van de naheffingsaanslag / 257
5.8.1.1 Inleidende opmerkingen / 257
5.8.1.2 De functie van de naheffingsaanslag / 258
5.8.2 Voldoening en afdracht op aangifte / 259
5.8.2.1 Inleidende opmerkingen / 259
5.8.2.2 Tijdstip van voldoening of afdracht / 260
5.8.2.3 Uitstel van betaling en verrekening / 260
5.8.3 De voorwaarden voor naheffing / 261
5.8.3.1 Wanneer een naheffingsaanslag / 261
5.8.3.2 Wat kan worden nageheven; voldoeningsbelastingen / 262
5.8.3.3 Wat kan worden nageheven; afdrachtbelastingen / 263
5.8.3.4 Verrekening van nageheven belasting; afdrachtbelastingen / 263
5.8.3.5 Over welke periode kan worden nageheven / 263
5.8.3.6 De algemene beginselen van behoorlijk bestuur / 264
5.8.4 De tenaamstelling van de naheffingsaanslag / 265
5.8.4.1 Inleidende opmerkingen / 265
5.8.4.2 Voldoeningsbelastingen / 266
5.8.4.3 Afdrachtbelastingen / 266
5.8.5 De termijn voor naheffing / 267
5.9 Terugvordering van staatssteun / 268
5.10 Vrijwillig betaalde belasting / 268
5.11 De vermelding van het inkomensgegeven / 269
5.11.1 De Basisregistratie inkomen / 269
5.11.2 Het authentieke inkomensgegeven / 270
5.11.3 De bekendmaking van het inkomensgegeven / 271
5.11.4 De verstrekking van het inkomensgegeven / 272

HOOFDSTUK 6 De algemene beginselen en de vaststellingsovereenkomst / 273
6.1 Het kader van wet, jurisprudentie, resoluties en aanwijzingen van de bewindslieden van Financiën / 273
6.1.1 Inleidende opmerkingen / 273
6.1.2 Wetten, verdragen en supranationale regelingen / 273
6.1.3 Jurisprudentie / 274
6.1.4 Algemene rechtsbeginselen / 275
6.1.5 Beleidsregels / 277
6.1.6 Andere aanwijzingen van de bewindslieden / 280
6.2 De begrenzing van de bevoegdheden van de inspecteur door de beginselen van behoorlijk bestuur / 282
6.2.1 Het vertrouwensbeginsel / 282
6.2.1.1 Inleidende opmerkingen / 282
6.2.1.2 Beleidsregels; historische ontwikkeling / 283
6.2.1.3 Toelichting aangiftebiljet/folders / 288
6.2.1.4 Aanslag; uitspraak op bezwaarschrift; beschikking vermindering loonbelasting / 289
6.2.1.5 Inlichtingen; toezeggingen; akkoordverklaringen / 292
6.2.1.6 Boekenonderzoek / 295
6.2.1.7 Aanvang en einde van opgewekt vertrouwen / 295
6.2.1.8 Conclusie / 297
6.2.2 Het gelijkheidsbeginsel / 298
6.2.2.1 Inleidende opmerkingen / 298
6.2.2.2 Gelijke gevallen / 299
6.2.2.3 Begunstigend beleid / 300
6.2.2.4 Geen rechtvaardiging voor de beperking van de begunstiging / 301
6.2.2.5 Verandering van inzicht / 302
6.2.2.6 Fout in de meerderheid van de gevallen / 302
6.2.2.7 Stelplicht en bewijslastverdeling / 304
6.2.2.8 Toepassing van het gelijkheidsbeginsel over de grenzen van het onderdeel / 305
6.2.2.9 Gelijkheid contra het recht van de EU / 306
6.2.3 Het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel / 307
6.2.4 De overige beginselen van behoorlijk bestuur / 309
6.3 De fiscale vaststellingsovereenkomst / 310
6.3.1 Inleidende opmerkingen / 310
6.3.2 De vaststellingsovereenkomst nader beschouwd / 312
6.3.3 Een enkele akkoordverklaring met een belastingaanslag bindt de belanghebbende niet / 314
6.3.4 Fiscaal compromis en boete / 314
6.4 Advance rulings / 315
6.5 Onrechtmatige overheidsdaad / 317

HOOFDSTUK 7 Rechtsbescherming / 319
7.1 Inleidende opmerkingen / 319
7.2 Bezwaar / 319
7.2.1 Gesloten stelsel van rechtsbescherming / 319
7.2.2 Het karakter van de bezwaarschriftprocedure / 321
7.2.3 Waartegen kan bezwaar worden gemaakt? / 323
7.2.4 Wie kan bezwaar maken? / 324
7.2.5 Hoe kan bezwaar worden gemaakt? / 325
7.2.5.1 Het bezwaarschrift / 325
7.2.5.2 Aan het bezwaarschrift klevende gebreken / 327
7.2.6 Binnen welke termijn kan bezwaar worden gemaakt? / 331
7.2.6.1 De bezwaartermijn / 331
7.2.6.2 De gemitigeerde verzendtheorie / 333
7.2.6.3 Vóór aanvang van de termijn ingediend bezwaarschrift / 334
7.2.6.4 Verschoonbare termijnoverschrijding / 336
7.2.6.5 Indiening bezwaarschrift bij onbevoegde instantie / 339
7.2.7 Voeging van bezwaren / 340
7.2.8 De behandeling van het bezwaar / 342
7.2.9 De uitspraak op het bezwaarschrift / 344
7.2.9.1 De beslistermijn / 344
7.2.9.2 De beslissing op het bezwaar; interne compensatie / 345
7.2.9.3 De motivering van de uitspraak op het bezwaarschrift / 348
7.2.9.4 De bekendmaking van de uitspraak op het bezwaarschrift / 348
7.2.9.5 De totstandkoming en inwerkingtreding van de uitspraak op het bezwaarschrift / 349
7.2.9.6 Gevoegde behandeling / 349
7.2.9.7 Tweede uitspraak / 350
7.2.10 Kostenvergoeding / 350
7.2.11 De omkering van de bewijslast / 351
7.2.11.1 Algemeen / 351
7.2.11.2 Het niet doen van de vereiste aangifte / 353
7.2.11.3 Het niet voldoen aan bepaalde verplichtingen / 356
7.2.12 Collectieve uitspraak op massaal bezwaar / 358
7.2.13 Bezwaar tegen inkomensgegeven in het kader van de Basisregistratie inkomen / 359
7.3 Ambtshalve vermindering / 360
7.3.1 Karakter van de regeling / 360
7.3.2 Termijn / 361
7.3.3 Beroep op de rechter? / 362
7.3.4 Bijzondere regeling inzake ambtshalve vermindering inkomstenbelasting / 362
7.4 Beroep / 363
7.4.1 Wie is de belastingrechter? / 363
7.4.2 Waartoe is de belastingrechter op aarde? / 364
7.4.2.1 De partijen / 364
7.4.2.2 De omvang van het geschil / 364
7.4.2.3 Algemene beginselen van behoorlijk procesrecht / 365
7.4.2.3.1 Onafhankelijkheid en onpartijdigheid / 365
7.4.2.3.2 Toegankelijkheid van de procedure / 366
7.4.2.3.3 Processuele gelijkheid van partijen / 366
7.4.2.3.4 Redelijke termijn / 366
7.4.2.3.5 Hoor en wederhoor / 367
7.4.2.3.6 Geen verrassingsbeslissingen / 369
7.4.2.4 De beslissing / 369
7.4.3 Welke instrumenten heeft de belastingrechter? / 370
7.4.3.1 De vaststelling van feiten / 370
7.4.3.2 Het vinden van het recht / 372
7.4.4 De instelling van het beroep / 372
7.4.5 Het vooronderzoek / 374
7.4.6 Versnelde behandeling / 374
7.4.7 Vereenvoudigde behandeling / 374
7.4.8 De zitting / 375
7.4.9 De uitspraak / 376
7.4.10 Voorlopige voorziening / 378
7.4.11 Schadevergoeding / 378
7.5 Hoger beroep / 379
7.5.1 Inleidende opmerkingen / 379
7.5.2 De functie van het hoger beroep / 379
7.5.3 Wie kan hoger beroep instellen? / 380
7.5.4 Waartegen kan hoger beroep worden ingesteld? / 380
7.5.5 Wie is de hogerberoepsrechter? / 380
7.5.6 De instelling van het hoger beroep / 381
7.5.7 Het verdere verloop van de procedure en de instelling van incidenteel hoger beroep / 382
7.5.8 Omvang van het geding in hoger beroep / 383
7.5.9 De uitspraak / 384
7.6 Cassatie / 384
7.6.1 Inleidende opmerkingen / 384
7.6.2 De taak van de Hoge Raad / 385
7.6.3 Gronden voor cassatie / 386
7.6.3.1 Inleiding / 386
7.6.3.2 Schending van het recht / 387
7.6.3.3 Verzuim van vormen / 388
7.6.4 De omvang van het geding in cassatie / 388
7.6.5 Wie kan het cassatieberoep instellen? / 388
7.6.6 Waartegen kan cassatieberoep worden ingesteld? / 389
7.6.7 De instelling van het cassatieberoep en het verloop van de procedure / 389
7.6.8 De conclusie van de procureur-generaal / 390
7.6.9 Het arrest / 391
7.6.10 Na verwijzing / 391
7.7 Herziening / 392
7.8 Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad / 392

HOOFDSTUK 8 Fiscale rechtsvinding en fraus legis / 393
8.1 Inleiding / 393
8.1.1 Rechtsvinding in het belastingrecht / 393
8.1.2 Interpretatie van rechtsregels / 394
8.1.3 Rechtsvinding als syllogisme / 395
8.1.4 Vaststelling van de feiten / 396
8.1.5 Fiscale kwalificatie / 397
8.1.6 Rechtsvinding en rechtsvorming / 397
8.1.7 Rechtsvinding in een meerlagige rechtsorde / 399
8.1.8 Exceptieve toetsing / 401
8.1.9 Ontgaan en ontduiken van belasting / 402
8.1.10 De bijzondere rechtsmiddelen richtige heffing en fraus legis / 403
8.1.11 Verschillen tussen fraus legis en richtige heffing / 405
8.2 Fraus legis / 406
8.2.1 Inleidende opmerkingen / 406
8.2.2 De voorwaarden voor toepassing van het leerstuk van de wetsontduiking / 407
8.2.3 De verhouding tussen fraus legis en richtige heffing / 408
8.3 Misbruik van recht in Europees verband / 409

HOOFDSTUK 9 Belastingrente en revisierente / 413
9.1 Voorgeschiedenis / 413
9.2 Belastingrente / 413
9.2.1 Inleidende opmerkingen / 413
9.2.2 De belastingen die worden geheven bij wege van aanslag / 415
9.2.2.1 Inleidende opmerking / 415
9.2.2.2 Belastingrente in rekening brengen / 415
9.2.2.3 Belastingrente vergoeden / 419
9.2.3 De belastingen die worden geheven bij wege van voldoening of afdracht op aangifte / 422
9.2.3.1 Inleidende opmerking / 422
9.2.3.2 Belastingrente in rekening brengen / 422
9.2.3.3 Belastingrente vergoeden / 423
9.2.4 Afwijkingen van belastingrente in internationaal verband / 424
9.3 Revisierente / 425
9.4 Het percentage van de belastingrente / 425
9.5 Formele aspecten / 426
9.5.1 Belastingrente / 426
9.5.2 Revisierente / 427

HOOFDSTUK 10
De bestuurlijke boeten / 429
10.1 Inleidende opmerkingen / 429
10.2 Overzicht van het bestuurlijke boetestelsel van de AWR / 430
10.2.1 Wettelijk systeem / 430
10.2.2 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) / 431
10.2.3 Degene aan wie de boete kan worden opgelegd / 432
10.3 Verzuimboeten / 434
10.3.1 Algemeen / 434
10.3.1.1 Geen straf zonder schuld (AVAS) / 434
10.3.1.2 Aangifte- en betalingsverzuimen/te laat doen of niet doen / 435
10.3.1.3 De hoogte van de verzuimboete / 435
10.3.2 Aangifteverzuim bij aanslagbelastingen (art. 67a) / 437
10.3.3 Aangifteverzuim bij aangiftebelastingen (art. 67b) / 438
10.3.4 Betalingsverzuim bij aangiftebelastingen (art. 67c) / 440
10.3.5 Overige verzuimen (art. 67ca) / 442
10.4 Vergrijpboeten / 444
10.4.1 Algemeen, strafverzwarende subjectieve bestanddelen / 444
10.4.1.1 De begrippen ‘opzet’ en ‘grove schuld’ / 444
10.4.1.2 Persoonlijk karakter van opzet en culpa / 445
10.4.1.3 Afwezigheid van schuld als strafuitsluitingsgrond / 446
10.4.1.4 Opzet/grove schuld en pleitbaar standpunt / 447
10.4.1.5 Opzet of grove schuld en de grondslag van de boete / 448
10.4.1.6 Het bewijs van opzet of grove schuld, omkering van de bewijslast / 450
10.4.1.7 De hoogte van de vergrijpboeten / 452
10.4.2 Vergrijpboete in verband met een verzoek om een voorlopige aanslag dan wel herziening (art. 67cc) / 452
10.4.3 Vergrijpboete bij primitieve aanslag (art. 67d) / 453
10.4.4 Vergrijpboete bij navorderingsaanslag (art. 67e) / 455
10.4.5 Vergrijpboete bij naheffingsaanslag (art. 67f) / 456
10.4.6 Vergrijpboete bij overtreding actieve informatieverplichting / 457
10.5 Formeel boeterecht / 458
10.5.1 Algemeen / 458
10.5.1.1 Verdragsbepalingen en beginselen van behoorlijk bestuur als toetsingskader / 458
10.5.1.2 Toegang tot de rechter; invordering vóór onherroepelijk worden; termijnen. / 459
10.5.1.3 Openbaarmaking van een boetebeschikking / 460
10.5.1.4 Berechting binnen een redelijke termijn / 461
10.5.1.5 Legaliteitsbeginsel; wijziging van wetgeving / 463
10.5.1.6 Rechtsgevolgen van onrechtmatigheden / 464
10.5.2 Mededeling en inhoud van de boetebeschikking / 467
10.5.3 Recht op inzage in het boetedossier / 469
10.5.4 Zwijgrecht / 470
10.5.5 Verhoor, cautie, rechtsbijstand en oproeping / 471
10.5.6 Bijzondere waarborgen bij vergrijpboeten / 473
10.5.6.1 Vrijwillige verbetering / 473
10.5.6.2 Boeterapport en zienswijzeprocedure / 475
10.5.7 Samenloop en ‘ne bis in idem’ / 476
10.5.8 Una via / 479
10.5.9 Boeteverval bij overlijden / 480

HOOFDSTUK 11 Strafrechtelijke bepalingen / 481
11.1 Algemeen / 481
11.1.1 Inleidende opmerkingen / 481
11.1.2 De aard van het fiscale delict / 482
11.2 Opzet; het subjectieve delictsbestanddeel bij de misdrijven / 484
11.3 Poging / 484
11.4 Daderschap en deelneming / 484
11.5 Daderschap van rechtspersonen, feitelijk leidinggeven / 486
11.6 Tijd en plaats van het fiscale delict / 488
11.7 Samenloop en specialiteit; ‘hetzelfde feit’ / 489
11.8 Verval van het recht tot strafvervolging / 493
11.8.1 Art. 68 Sr, ‘ne bis in idem’ / 493
11.8.2 Una-viaregeling / 494
11.8.3 Andere redenen voor verval van het recht tot strafvervolging / 495
11.9 De strafbare feiten in de AWR / 496
11.9.1 De overtredingen van art. 68 AWR / 496
11.9.1.1 Art. 68, eerste lid, AWR / 496
11.9.1.2 Art. 68, tweede lid, AWR / 498
11.9.1.3 Art. 68, derde lid, AWR / 498
11.9.2 De misdrijven van art. 69 AWR / 499
11.9.2.1 Strekkingsvereiste / 499
11.9.2.2 Art. 69, eerste lid, AWR / 500
11.9.2.3 Art. 69, tweede lid, AWR / 502
11.9.2.4 Art. 69, derde lid, AWR (inkeerregeling) / 503
11.9.2.5 Art. 69, vierde lid, AWR (verhouding tot art. 225, tweede lid, Sr) / 505
11.9.2.6 Art. 69, vijfde lid, AWR / 505
11.9.2.7 Straffen op art. 69, tweede lid, AWR; bijkomende straf / 505
11.9.3 Art. 69a AWR / 506
11.9.4 Art. 70 en 71 AWR / 507
11.10 Strafbeschikking / 507
11.11 Fiscale strafvordering / 510
11.11.1 Inleidende opmerkingen / 510
11.11.2 De organisatie van de fiscale opsporing / 511
11.11.3 Art. 80 AWR / 512
11.11.3.1 De rol van het proces-verbaal / 512
11.11.3.2 Het belang van beleidsuitgangspunten / 513
11.11.4 Bijzondere opsporingsbevoegdheden in de AWR / 514
11.11.4.1 Inbeslagneming / 515
11.11.4.2 Betreden van plaatsen, woningen en kantoren van verschoningsgerechtigden / 516
11.11.5 Spreekplicht en zwijgrecht; samenloop van controle- en opsporingsbevoegdheden / 519
11.11.6 Vervolging / 523
11.11.7 Competentie / 526
11.11.8 Rechtsmiddelen / 526

Literatuurlijst / 527
Jurisprudentieregister / 537
Trefwoordenregister / 575

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Algemene wet inzake rijksbelastingen