Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
,

Elementair Belastingrecht (theorieboek) 2022/2023

Voor economen en bedrijfsjuristen

Paperback Nederlands 2022 9789013168297
Vandaag voor 17:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

Deze titel bevat een complete en overzichtelijke kennismaking met het belastingrecht. De structuur van de Nederlandse belastingwetgeving wordt vanuit verschillende gezichtspunten belicht. Dankzij de concrete praktijkvoorbeelden is de stof behapbaar en snel te doorgronden. Dit maakt de uitgave voor een breed publiek toegankelijk en van grote waarde voor student én professional.

Het Nederlandse belastingrecht is complex en veelomvattend. Het bijhouden en doorgronden van de laatste ontwikkelingen in het belastingrecht is soms dan ook een flinke uitdaging. Elementair belastingrecht 2022/2023 biedt daarin uitkomst en bevat een compleet en toegankelijke inleiding van het belastingrecht.

In deze uitgave is uitgebreid aandacht besteed aan de didactische formule, die de lezer helpt de stof snel en effectief te doorgronden. De concrete praktijkvoorbeelden maken de materie toegankelijk en behapbaar. Hierdoor wordt het complexe belastingrecht inzichtelijk voor zowel academici en professionals als studenten.

Daarnaast komen diverse bijzonderheden en onderwerpen aan bod, zoals:
- Deelnemingsverhoudingen
- Fusies
- Inbreng in BV of NV
- Ondernemersfaciliteiten
- Fiscale doorschuivingsmogelijkheden
- Vermogensinkomsten
- Omzetbelasting
- Loonheffing

Uiteraard wordt ook aandacht besteed aan de internationale werking van ons belastingstelsel en de EU-aspecten.

Belastingrecht wetgeving
In deze uitgave wordt de structuur van de Nederlandse belastingwetgeving vanuit verschillende gezichtspunten belicht. De positie van ondernemers en particulieren krijgt afzonderlijke aandacht, hierbij ligt de nadruk op de winstbepalingsvraagstukken in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Elementair Belastingrecht 2022/2023 is zeer geschikt als studieboek voor studenten. De titel dient ook als nuttige kennisbron voor professionals die een functie als intermediair tussen de onderneming en de fiscale specialist ambiëren. Denk aan economen, accountants, controllers, (bedrijfs)juristen en bedrijfskundigen.

Specificaties

ISBN13:9789013168297
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:500
Druk:38
Verschijningsdatum:25-7-2022
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Over Leo Stevens

Leo Stevens is emeritus-hoogleraar fiscale economie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was als onafhankelijk wetenschappelijk adviseur betrokken bij de belastingherziening 2001, maakt deel uit van diverse SER-commissies en was voorzitter van het door het Kabinet ingestelde Ondernemersklankbord Regeldruk.

Andere boeken door Leo Stevens

Inhoudsopgave

Voorwoord V
Enkele afkortingen XVII

1 Economische kenmerken van belastingheffing 1
1.1 Plaatsbepaling belastingleer 1
1.2 Fiscale politiek 3
1.3 Functies van de belastingheffing 5
1.3.a De budgettaire functie 5
1.3.b De instrumentele functie 5
1.3.c De steunfunctie 10
1.4 Grondbeginselen van de belastingheffing 10
1.4.a Het draagkrachtbeginsel 11
1.4.b Het profijtbeginsel 15
1.4.c Het beginsel van de bevoorrechte verkrijging 16
1.4.d Het welvaartsbeginsel 16
1.4.e Het beginsel van de minste pijn 17
1.4.f Het beginsel van de optimale realisatie 17
1.5 De belastingstructuur van het Rijk 17
1.6 Definitie van belasting 21
1.7 Directe en indirecte belastingen 26
1.8 Bronheffingen 27
1.9 Voorheffingen 28
1.10 Belastingheffing lagere overheden 29
1.11 EU-heffingen 31
1.12 Economische effecten van de belastingheffing 32
1.12.a Gedragsreacties 32
1.12.b Belasting en inflatie 35

2 Juridische kenmerken van de belastingwetgeving 37
2.1 Wettelijke basis van de belastingheffing 37
2.1.a Legaliteitsbeginsel 37
2.1.b Gelijkheidsbeginsel 37
2.1.c Bestuursrechtelijke beginselen 39
2.2 Formeel en materieel belastingrecht 40
2.3 Bronnen van het materiële recht 41
2.4 Pseudowetgeving 44
2.5 Algemene beginselen van bestuur 45
2.6 Bronnen van het formele belastingrecht 48
2.6.a Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) 49
2.6.b Algemene Douanewet (Adw) en Wet op de accijns 49
2.6.c Algemene wet bestuursrecht (Awb) 50
2.6.d Invorderingswet 50
2.7 Uitvoering van de belastingwet 50
2.7.a De Belastingdienst 50
2.7.b Het belastingadvieswezen 52
2.8 Heffingstechnieken 52
2.8.a Heffing bij wege van aanslag (hoofdstuk III AWR) 53
2.8.b Heffing bij wege van afdracht op aangifte (van ‘andermans’ belasting); afdrachtsbelasting (hoofdstuk IV AWR) 58
2.8.c Heffing bij wege van voldoening op aangifte (van ‘eigen’ belasting);
voldoeningsbelasting (hoofdstuk IV AWR) 60
2.9 Informatie- en administratieplicht 60
2.10 Strafbepalingen 63
2.10.a Reguliere controle of strafrechtelijke vervolging? 63
2.10.b Bestuurlijke boete 63
2.11 Invorderingsprocedures 64
2.12 Invorderings-, belasting- en revisierente 67
2.12.a Invorderingsrente 67
2.12.b Belastingrente 67
2.12.c Revisierente 68
2.13 Antimisbruikwetgeving 68
2.13.a Wet Ketenaansprakelijkheid 68
2.13.b Wet Bestuurdersaansprakelijkheid 69
2.13.c Aansprakelijkheid bestuurders na faillissement 69
2.14 Overige instanties die voor de belastingheffing van belang zijn 69
2.14.a Wet openbaarheid van bestuur (WOB) 70
2.14.b Commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven 70
2.14.c De Nationale Ombudsman 70

3 Rechtspraak in belastingzaken 71
3.1 Administratieve rechtspraak 71
3.1.a De bezwaarprocedure 71
3.1.b De beroepsprocedure 73
3.1.c De cassatieprocedure 76
3.1.d Termijnbepalingen 76
3.2 Stelplicht en bewijs 77
3.3 Fiscale rechtsvinding 78
3.4 Proceskostenvergoeding 80
3.5 Schadevergoeding bij gegrond beroep 80

4 Structuur van de Wet op de inkomstenbelasting 81
4.1 Beknopte historie 81
4.2 Het belastingsubject 84
4.2.a Individuele belasting of gezinsbelasting 86
4.2.b Fiscale behandeling partners 88
4.2.c Inkomenstoerekening van kinderen 92
4.3 Het belastingobject 93
4.3.a Componenten van het verzamelinkomen 93
4.3.b Het bronnenstelsel geïmplementeerd in het boxenstelsel 95
4.3.c Kenmerken van de bron 96
4.3.d De vermogensvergelijkingstheorie: een alternatief? 99
4.3.e Overstap naar de boxenstructuur 100
4.3.f Korte beschrijving inkomensbestanddelen van box 1 101
4.3.g Korte beschrijving inkomensbestanddelen van box 2 102
4.3.h Korte beschrijving inkomensbestanddelen van box 3 102
4.3.i De persoonsgebonden aftrek 103
4.3.j Verliescompensatie 106
4.4 Het tarief 109
4.4.a De heffingskorting 109
4.4.b Sleutelbegrippen bij de tariefgroepindeling 111
4.4.c Referentieperiode 112
4.4.d Het tarief 113
4.4.e Automatische inflatiecorrectie 114
4.4.f De wiebeltax 114
4.4.g Middeling 115
4.5 Loonbelasting geldt soms als eindheffing 116
4.6 Buitenlandse belastingplichtigen 116

5 Loonheffingen 119
5.1 Vier categorieën loonheffingen 119
5.1.a Wezenskenmerk van de loonbelasting 120
5.1.b Wezenskenmerk van de premieheffing volksverzekeringen 121
5.1.c Wezenskenmerk van de zorgverzekering 122
5.1.d Wezenskenmerk socialewerknemersverzekeringen 123
5.2 Wie is aan de loonheffingen onderworpen? (heffingssubject) 124
5.2.a Wie is onderworpen aan de loonbelasting? 124
5.2.b Wie is onderworpen aan de premieheffing volksverzekeringen? 125
5.2.c Wie is onderworpen aan de premieheffing zorgverzekering? 126
5.2.d Wie is onderworpen aan de premieheffing werknemersverzekeringen? 126
5.2.e De dienstbetrekking 126
5.2.f Fictieve dienstbetrekkingen 129
5.2.g Artiesten en sporters 131
5.2.h Uitzondering: huispersoneel 131
5.2.i Oneigenlijke dienstbetrekkingen 131
5.3 Inhoudingsplicht 132
5.4 Op basis waarvan worden de loonheffingen bepaald? (heffingsobject) 133
5.4.a Heffingsgrondslag loonbelasting 133
5.4.b Heffingsgrondslag premieheffing volksverzekeringen 140
5.4.c Heffingsgrondslag premieheffing zorgverzekering 140
5.4.d Heffingsgrondslag premieheffing werknemersverzekeringen 140
5.4.e Kostenvergoedingen en aftrekbare kosten 141
5.5 Tarief 143
5.5.a Loonbelastingtabellen 143
5.5.b Premiestructuur volksverzekeringen 143
5.5.c Premiestructuur zorgverzekering 143
5.5.d Premiestructuur werknemersverzekeringen 144

6 De ondernemer in de inkomstenbelasting 145
6.1 Ondernemingsvormen 145
6.2 Het belang van de ondernemersstatus 146
6.3 Wie is ondernemer? 147
6.3.a Feitelijk ondernemerschap 148
6.3.b Verbonden ondernemerschap 150
6.3.c Winstgerechtigden 154
6.4 Totale winst 155
6.4.a Kwalitatief winstbegrip 156
6.4.b Kwantitatief winstbegrip 163
6.4.c De fiscale jaarwinst 164
6.4.d Eindafrekeningswinst 165
6.5 Regimeverschillen winstsoorten 166
6.6 Objectieve vrijstellingen 166
6.6.a Bosbouwvrijstelling 166
6.6.b Landbouwvrijstelling 167
6.6.c Vrijstelling kwijtscheldingswinst 168
6.6.d Stakingsaftrek 169
6.6.e Vrijstelling pensioenaanspraken 170
6.6.f Saneringsvrijstelling 170
6.6.g Winstbepaling zeescheepvaart 171
6.7 Stakingslijfrenteaftrek 171

7 De jaarwinst als onderdeel van de totale winst 175
7.1 Gewone jaarwinst 175
7.2 Stakingswinst als sluitstuk 175
7.3 Eindafrekeningswinst als sluitstuk 176
7.4 De jaarwinstbepaling 176
7.4.a Grondslagen van het goede koopmansgebruik 178
7.4.b Waardering van bedrijfsmiddelen 181
7.4.c Waardering van voorraden en onderhanden werken 187
X Inhoudsopgave
7.4.d Waardering van debiteuren 192
7.4.e Waardering van overige activa 192
7.4.f Waardering van schulden 192
7.4.g Waardering van pensioenverplichtingen 194
7.4.h Waardering van VUT-verplichtingen 196
7.4.i Open fiscale reserves 197
7.5 Stakingswinst en doorschuiffaciliteiten 201
7.5.a Staking door overlijden 202
7.5.b Gedeeltelijke staking door ontbinding huwelijksgemeenschap 203
7.5.c Staking door overdracht of liquidatie 204
7.5.d Voortgezet ondernemerschap of langlopende overdracht 205
7.6 Niet met het kalenderjaar samenvallende boekjaren 205

8 Ondernemersfaciliteiten 207
8.1 Toegang tot de ondernemersfaciliteiten 207
8.2 In de onderneming meewerkende partner 207
8.3 De fiscale oudedagsreserve (FOR) 209
8.3.a Systematiek FOR 209
8.3.b Opbouw, verlaging en opheffing van de reserve 210
8.4 Investeringsfaciliteiten 212
8.4.a Ratio van investeringsfaciliteiten 212
8.4.b Investeringspremie of investeringsaftrek? 213
8.4.c De bestaande investeringsfaciliteiten 213
8.4.d Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 220
8.4.e Energie-investeringsaftrek 221
8.4.f Milieu-investeringsaftrek 221
8.4.g Aanvullende aftrek speur- en ontwikkelingswerk 222
8.5 Doorschuiffaciliteiten voor ondernemers 222
8.5.a Doorschuiving tussen verschillende subjecten 222
8.5.b Doorschuiving bij overlijden van de ondernemer 224
8.5.c Doorschuiving bij ontbinding huwelijksgemeenschap anders dan door overlijden van de ondernemer 227
8.5.d Doorschuiving naar ondernemers of werknemers 228
8.5.e Doorschuiving van (een deel van) een onderneming tussen partners 228
8.5.f Doorschuiving bij inbreng van een onderneming in een NV of BV (de zogenoemde geruisloze inbreng) 229
8.5.g Doorschuiving stakingswinst bij bedrijfsverplaatsing 229
8.5.h Doorschuiving van de FOR 230
8.6 Zelfstandigenaftrek 230
8.7 Aftrek speur- en ontwikkelingswerk 232
8.8 MKB-winstvrijstelling 232
8.9 Ondernemersauto, ondernemersfiets en ondernemerswoning 232

9 Samenwerkingsvormen en omzettingen van rechtsvorm 235
9.1 Indeling 235
9.2 Samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid 235
9.2.a Algemeen 235
9.2.b De maatschap 236
9.2.c De vennootschap onder firma 237
9.2.d De commanditaire vennootschap 239
9.3 Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (inbreng- en terugkeeraspecten) 240
9.3.a Motieven voor oprichting van een BV 240
9.3.b Andere fiscale beoordelingspunten bij oprichting van een BV 241
9.3.c Twee inbrengvarianten 243
9.3.d Geruisloze inbreng en FOR 245
9.3.e Inbreng in een BV en de investeringsaftrek 245
9.3.f Geruisloze terugkeer uit de BV 246
9.4 Overige rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsvormen 247

10 Overige werkzaamheden, periodieke uitkeringen, eigen woning en oudedagsvoorzieningen in box 1 249
10.1 Inkomsten uit werkzaamheid 249
10.1.a Verzamelbegrip: inkomsten uit werkzaamheid 249
10.1.b Meewerkende partners 250
10.1.c Uitbreiding van het begrip ‘werkzaamheid’ 250
10.1.d Bepaling van het resultaat uit werkzaamheid 252
10.1.e Uitwerking van de terbeschikkingstellingsregelingen 253
10.2 Inkomsten uit periodieke uitkeringen en verstrekkingen 262
10.2.a Vermogensrechtelijke p.u’s die op grond van een tegenprestatie zijn verkregen 263
10.2.b Vermogensrechtelijke p.u’s die niet op grond van een tegenprestatie zijn verkregen 263
10.2.c Familierechtelijke p.u’s 264
10.2.d Publiekrechtelijke p.u’s 264
10.3 Lijfrente en lijfrentebanksparen 265
10.3.a Het lijfrentebegrip 265
10.3.b Gefacilieerde lijfrente 266
10.3.c Lijfrentebanksparen 269
10.4 Inkomsten uit eigen woning 270
10.4.a Inpassing van de eigen woning in het boxenstelsel 270
10.4.b Eigenwoningforfait als vereenvoudigde regelgeving 271
10.4.c Aftrekbare kosten eigen woning 276
10.4.d Kwalificatie tot hoofdverblijf 278
10.5 Kapitaalverzekering eigen woning 280

11 De aanmerkelijkbelanghouder 281
11.1 De plaats van het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang in de inkomstenbelasting 281
11.2 Wie is aan te merken als aanmerkelijkbelanghouder? 285
11.2.a Het gewone aanmerkelijk belang 286
11.2.b Het meesleepaanmerkelijkbelang 289
11.2.c Het meetrekaanmerkelijkbelang 291
11.2.d Het fictief aanmerkelijk belang 292
11.3 Heffingsobject 293
11.4 Het belastbare feit 293
11.4.a Reguliere inkomsten uit aanmerkelijkbelangpakketten 293
11.4.b Vervreemdingsvoordelen uit aanmerkelijkbelangpakketten 296
11.5 Doorschuiffaciliteiten 301
11.6 Persoonlijke omstandigheden die op de ab-status van invloed zijn 304
11.6.a Het overlijden van de aanmerkelijkbelanghouder 304
11.6.b Echtscheiding van de aanmerkelijkbelanghouder 307
11.6.c Beëindiging partnerschap 308
11.6.d Emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder 309
11.7 Omstandigheden die de vennootschap betreffen en die van invloed zijn op de ab-status 309
11.7.a Aandelenfusie 309
11.7.b Liquidatie van de vennootschap waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden 310
11.8 Het tarief 310
11.9 Fictieve dienstbetrekking en gebruikelijkloonfictie voor de directeur-grootaandeelhouder 311

12 Beleggers in de inkomstenbelasting 313
12.1 Vermogensrendementsheffing als boegbeeld van de Belastingherziening 2001 313
12.2 Voordeel uit sparen en beleggen 315
12.3 Rendementsgrondslag 318
12.4 Vrijgestelde vermogensbestanddelen 322
12.5 Waarderingsregels 323
12.5.a De hoofdregel 323
12.5.b Waardering genotsrechten 324
12.5.c Waardering van courante effecten 325
12.5.d Waardering van incourante aandelen in aandelenvennootschappen 325
12.5.e Overige waarderingsregels 326
12.6 Heffingvrij vermogen en tarief 326

13 De vennootschapsbelasting 327
13.1 Algemeen 327
13.2 Het klassieke stelsel 327
13.3 Het stelsel van volledige integratie 330
13.4 Het verrekeningsstelsel 331
13.5 Cijfermatige vergelijking van de diverse stelsels 332
13.6 Rechtsgrond vennootschapsbelasting 333
13.7 Het belastingsubject 334
13.7.a Binnenlandse belastingplichtigen 334
13.7.b Buitenlandse belastingplichtigen 338
13.8 Het belastingobject 338
13.8.a Heffingsgrondslag binnenlandse belastingplichtigen 338
13.8.b Heffingsgrondslag buitenlandse belastingplichtigen 339
13.8.c Verliescompensatie 339
13.9 Kwalitatief winstbegrip en totale winst 342
13.10 Tarief 352
13.11 De leer van het globale evenwicht 353
13.12 Verhouding commerciële en fiscale winst 353

14 Speciale regelingen in de vennootschapsbelasting 355
14.1 Deelnemingsvrijstelling 355
14.1.a Reikwijdte van de deelnemingsvrijstelling 355
14.1.b Geen onderscheid binnenlandse/buitenlandse deelneming 356
14.1.c Deelnemen contra beleggen 356
14.1.d De vrijgestelde deelnemingsvoordelen 359
14.1.e Financieringskosten in deelnemingsverhoudingen 360
14.1.f Verlies op de deelneming 362
14.1.g Verlies op verstrekte vorderingen aan de deelneming 363
14.2 Fiscale eenheid 364
14.2.a Wettelijke vereisten 364
14.2.b Voor- en nadelen van de fiscale eenheid 365
14.2.c Boekhoudkundige verwerking van de samenvoeging 366
14.2.d Fiscale eenheid en verliescompensatie 367
14.2.e Reparatiewetgeving 367
14.3 Fiscale beleggingsinstelling en vrijgestelde beleggingsinstelling 368
14.3.a Voorwaarden voor status beleggingsinstelling (FBI) 368
14.3.b Ratio afwijkend regime voor beleggingsinstellingen 369
14.3.c Vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) 370
14.4 Innovatiebox 370

15 Fusie en splitsing 373
15.1 Fusiemogelijkheden 373
15.2 Aandelenfusie 373
15.3 Bedrijfsfusie 380
15.4 Juridische fusie 386
15.5 Juridische splitsing 386

16 Belasting van vermogen 387
16.1 Inleiding 387
16.2 Successiewet 387
16.2.a Algemeen 387
16.2.b Erfbelasting 388
16.2.c Schenkbelasting 389
16.2.d Heffingsterritoir 390
16.2.e Grondslag van heffing 391
16.2.f Tarief 392
16.3 Overdrachtsbelasting 397
16.4 Gemeentelijke onroerendezaakbelastingen 399

17 Omzetbelasting 401
17.1 Inleiding 401
17.2 Harmonisatie van omzetbelastingsystemen 401
17.3 Systemen van omzetbelasting 402
17.4 Het belastbare feit 404
17.4.a Bestemmingslandbeginsel 404
17.4.b Definities belastbare feiten 405
17.4.c De positie van de ondernemer in de Wet OB 413
17.5 De heffingsgrondslag 418
17.5.a Voldoening van belasting 418
17.5.b Aftrek van voorbelasting 420
17.6 Tarief 426
17.7 Verschuldigdheid van de belasting 428
17.8 Formele bepalingen 429
17.9 Bijzondere regelingen 430
17.10 Onroerende zaken 431
17.10.a Levering 431
17.10.b Verhuur en verpachting 434

18 Internationale aspecten van de belastingheffing 437
18.1 Algemeen 437
18.2 Internationale dubbele belasting 440
18.3 Regelingen ter voorkoming van internationale dubbele belasting 443
18.4 Inkomsten uit vermogen 447
18.4.a Inkomsten uit onroerende zaken 447
18.4.b Dividendinkomsten 447
18.4.c Interest- en royalty-inkomsten 449
18.4.d Vervreemdingswinsten 450
18.5 Winst uit onderneming 450
18.5.a Dochtervennootschap of vaste inrichting 450
18.5.b Vaste inrichting 451
18.5.c Verschil tussen de vaste inrichting in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting 452
18.6 Internationale winstsplitsing 452
18.7 Rulings 453
18.8 Internationale strijd tegen belastingontwijking door multinationals 454
18.9 Werken in het buitenland 455
18.10 Pensioenen 456

19 Europese aspecten van de belastingheffing 457
19.1 Interne markt 457
19.2 Fasen van harmonisatie 458
19.2.a Omzetbelasting 459
19.2.b Vennootschapsbelasting 459
19.2.c Mobiliteits- en milieubelastingen 462
19.3 Fiscale aspecten van de algemene rechtsbeginselen van de EU 462
19.3.a Subsidiariteitsbeginsel 462
19.3.b Algemene beginselen van gemeenschapsrecht 463
19.3.c Beginsel van de gemeenschapstrouw 463
19.3.d Non-discriminatiebeginsel 463
19.3.e Rechtvaardigingsgronden voor doorbreking klassieke vrijheden 464
19.4 Internationale strijd tegen belastingontwijking 465

Alfabetisch register 467

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Elementair Belastingrecht (theorieboek) 2022/2023