Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
U heeft gezocht op 9789462900332. Het product dat u zocht is niet meer in die editie leverbaar en is vervangen door de onderstaande editie.
e.a.

Fiscale behandeling van de DGA

Paperback Nederlands 2022 9789462127111
Verwachte levertijd ongeveer 2 werkdagen

Samenvatting

Fiscale behandeling van de DGA bevat een overzicht van de fiscale behandeling van de directeur-grootaandeelhouder (DGA). Bij de behandeling wordt ingegaan op de diverse fiscale wet- en regelgeving waarmee de DGA te maken krijgt.

De volgende heffingen staan centraal: Wet inkomstenbelasting 2001, Wet op de loonbelasting 1964, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 en de Successiewet 1956. Het boek is verdeeld in twee afzonderlijke delen. Het eerste gedeelte vormt een behandeling op hoofdlijnen van de verschillende fiscale regelingen waarmee een DGA te maken krijgt.

In het tweede gedeelte wordt op thematische wijze ingegaan op de fiscale gevolgen van een aantal veelvoorkomende situaties waarmee een DGA in de praktijk geconfronteerd kan worden. In oorsprong is Fiscale behandeling van de DGA bedoeld als studieboek voor studenten fiscaal recht en fiscale economie aan de universiteiten en hogescholen, maar het is ook geschikt voor de fiscale beroepspraktijk.

Het boek is een initiatief van de leerstoelgroep belastingrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.

Specificaties

ISBN13:9789462127111
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:280
Druk:7
Verschijningsdatum:31-8-2022
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Over Suzanne Mol-Verver

Suzanne Mol-Verver is sinds 2000 verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Tevens is zij werkzaam bij Loyens & Loeff NV.

Andere boeken door Suzanne Mol-Verver

Inhoudsopgave

Afkortingen 17
I INLEIDEND DEEL 19
1 Positie van de DGA binnen het fiscale spectrum 21
1.1 Inleiding 21
1.2 De DGA fiscaal vergeleken met de IB-ondernemer 22
1.3 Samenloop box 2 en box 3 Wet IB 2001 24
1.4 Het leerstuk van de rechtsvormneutraliteit 25

2 Kwalificatie als DGA 27
2.1 Inleiding 27
2.2 Fiscaal partnerschap 27
2.3 Basisregels aanmerkelijk belang 29
2.3.1 Aanmerkelijk belang volgens artikel 4.6 Wet IB 2001 29
2.3.2 Economische eigendom uitgangspunt bij artikel 4.6 Wet IB 2001 34
2.3.3 Aanmerkelijk belang volgens de soortbenadering van artikel 4.7 Wet IB 2001 35
2.4 Bijzondere vormen van aanmerkelijk belang 38
2.4.1 Genotsrechten artikel 4.3 Wet IB 2001 38
2.4.2 Meesleepregeling artikel 4.9 Wet IB 2001 38
2.4.3 Meetrekregeling artikel 4.10 Wet IB 2001 39
2.4.4 Fictief aanmerkelijk belang artikel 4.11 Wet IB 2001 40

3 Hoofdregels voor het inkomen uit aanmerkelijk belang (object) 41
3.1 Inleiding 41
3.2 Opbouw belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang 41
3.3 Inkomen uit aanmerkelijk belang: reguliere voordelen 42
3.3.1 Inleiding 42
3.3.2 Winstuitdelingen 43
3.3.2.1 Verkapte of vermomde winstuitdeling 43
3.3.2.2 Vererfd aanmerkelijk belang 44
3.3.3 Uitbreidingen en beperkingen van het begrip reguliere voordelen 45
3.3.3.1 Forfaitair voordeel buitenlandse beleggingsmaatschappijen 45
3.3.3.2 Teruggaaf van op aandelen gestort kapitaal 46
3.3.3.3 Teruggaaf van wat op winstbewijzen is gestort 48
3.3.3.4 Bonusaandelen 48
3.3.3.5 Excessief lenen bij eigen vennootschap 49
3.3.4 Aftrekbare kosten 51
3.3.5 Niet-aftrekbare kosten 52
3.4 Inkomen uit aanmerkelijk belang: vervreemdingsvoordelen 53
3.4.1 Inleiding 53
3.4.2 Het reguliere begrip ‘vervreemding’ 53
3.4.3 Fictieve vervreemdingen 53
3.4.3.1 Inkoop van aandelen 53
3.4.3.2 Afkopen en inkopen van winstbewijzen 55
3.4.3.3 Betaalbaar stellen van liquidatie-uitkeringen 55
3.4.3.4 Juridische fusie/juridische splitsing 55
3.4.3.5 Overgang onder algemene titel/overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel 57
3.4.3.6 Het brengen in het ondernemingsvermogen/het gaan behoren tot het resultaat uit een werkzaamheid 59
3.4.3.7 Aanmerkelijk belang niet langer aanwezig 60
3.4.3.8 Einde binnenlandse belastingplicht 62
3.4.3.9 Verlenen van een koopoptie (= calloptie) 63
3.4.3.10 Afgezonderd particulier vermogen 64
3.4.3.11 Vrijgestelde beleggingsinstelling 65
3.5 De omvang van vervreemdingsvoordelen 66
3.5.1 Inleiding 66
3.5.2 Overdrachtsprijs en verkrijgingsprijs 66
3.5.3 Bijzondere regelingen voor het bepalen van het vervreemdingsvoordeel 67
3.5.3.1 Onzakelijke of ontbrekende tegenprestatie 67
3.5.3.2 Aandelen of winstbewijzen gaan op later tijdstip tot aanmerkelijk belang behoren 68
3.5.3.3 Uitstel nemen van een verlies uit aanmerkelijk belang 69
3.5.3.4 Negatief vervreemdingsvoordeel bij afgezonderd particulier vermogen 70
3.5.3.5 Verkrijgingsprijs bij immigratie en remigratie 70
3.5.3.6 Forfaitair voordeel bij buitenlandse beleggingsmaatschappij 71
3.5.3.7 (Ver)koop met tegenprestatie in onzekere termijnen 72
3.5.3.8 Latere wijziging overdrachtsprijs 72
3.5.3.9 Call- en putopties 73
3.5.3.10 Betaalbaar stellen van liquidatie-uitkeringen 75
3.6 Doorschuiffaciliteiten 76
3.6.1 Inleiding 76
3.6.2 Doorschuiving verkrijgingsprijs 77
3.6.3 Niet langer aanwezig zijn van een (fictief) aanmerkelijk belang 78
3.7 Tijdstip van heffing (heffingsmomenten) 79
3.7.1 Inleiding 79
3.7.2 Tijdstip van heffing bij reguliere voordelen 79
3.7.3 Tijdstip van heffing bij vervreemdingsvoordelen 79
3.8 Verrekening van een verlies uit aanmerkelijk belang 82
3.8.1 Inleiding 82
3.8.2 Voorwaarden 82
3.9 Omzetting van een verlies uit aanmerkelijk belang in een belastingkorting 83
3.9.1 Inleiding 83
3.9.2 Voorwaarden 84

4 De TBS-regeling van artikel 3.92 Wet IB 2001 87
4.1 Inleiding 87
4.2 TBS-regeling 87
4.2.1 Algemeen 87
4.2.2 Hoofdregel kwalificatie terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92 Wet IB 2001 89
4.2.2.1 Ruime invulling begrip ‘ter beschikking stellen’ 89
4.2.2.2 Vereist is een aanmerkelijk belang in de vennootschap waaraan ter beschikking wordt gesteld 91
4.2.2.3 De ‘voor zover’-benadering 94
4.2.3 Gelijkstellingen aan feitelijke terbeschikkingstelling in de zin van artikel 3.92 lid 1 Wet IB 2001 95
4.2.4 Samenwerkingsverbanden en de TBS-regeling 96
4.2.5 De maatstaf van heffing bij de TBS-regeling 97
4.2.6 Aanvang en einde van TBS-situaties 99
4.2.6.1 Start van een terbeschikkingstellingsituatie 99
4.2.6.2 Eindtijdstip terbeschikkingstelling 102

5 Lucratief belang 105
5.1 Lucratiefbelangregeling algemeen 105
5.2 Systematiek van de lucratiefbelangregeling 106
5.3 Wijze van bepaling van het resultaat bij een lucratief belang 107

6 Dividendbelasting 111
6.1 Inleiding 111
6.2 Werkwijze heffing van dividendbelasting 111
6.3 Belaste opbrengst uit aandelen in de zin van de Wet DB 1965 113

7 De bedrijfsopvolgingsregeling in de SW 1956 115
7.1 Inleiding 115
7.2 De faciliteiten 115
7.2.1 Voorwaardelijke vrijstelling 116
7.2.2 Uitstel van betaling 117
7.3 De voorwaarden 117
7.3.1 Ondernemingsvermogen 118
7.3.2 Bezitstermijn 121
7.3.3 Voortzettingsvereiste 122

8 De DGA en de loonheffingen 123
8.1 Algemeen 123
8.1.1 De loonheffingen 123
8.1.2 De relatie van de loonbelasting met de inkomstenbelasting 123
8.1.3 De heffing van premies sociale verzekeringen 124
8.2 Belasting- en premieplicht van de DGA 125
8.2.1 Belasting- en premieplicht 125
8.2.2 De werknemer voor de loonbelasting 126
8.2.3 De dienstbetrekking 127
8.2.3.1 De privaatrechtelijke dienstbetrekking 127
8.2.3.2 De fictieve dienstbetrekking 130
8.2.3.3 De management-BV 131
8.2.4 De inhoudingsplichtige 133
8.2.4.1 Algemeen 133
8.2.4.2 Modelovereenkomsten 134
8.2.4.3 De samenhangende groep inhoudingsplichtigen 134
8.2.4.4 De doorbetaaldloonregeling 135
8.2.5 Premieplicht voor de volksverzekeringen 137
8.2.6 Premieplicht voor de werknemersverzekeringen 138
8.2.6.1 Werknemers 138
8.2.6.2 De uitzondering voor DGA’s 139
8.2.7 Bijdrageplicht voor de Zvw 143
8.3 Loon: de maatstaf van heffing 144
8.3.1 Het loonbegrip 144
8.3.1.1 Algemeen 144
8.3.1.2 Negatief loon 145
8.3.2 Loon in natura 145
8.3.3 Aanspraken 149
8.3.4 De gebruikelijkloonregeling 150
8.4 Loon: het moment van genieten 156
8.4.1 Het genietingsmoment 156
8.4.2 Vrijgestelde aanspraken 158
8.4.3 Pensioenaanspraken 159
8.4.3.1 Algemeen 159
8.4.3.2 Ouderdomspensioen 163
8.4.3.3 Partnerpensioen 167
8.4.3.4 Wezenpensioen 168
8.4.3.5 Arbeidsongeschiktheidspensioen 169
8.4.3.6 Toegelaten verzekeraar 170
8.4.3.7 Afkoop, vervreemden, tot zekerheid stellen en afzien van een pensioenrecht 170
8.4.3.8 Rechtszekerheid 172
8.4.3.9 Splitsen van een pensioenaanspraak 172
8.4.4 (Aanvullende) socialeverzekeringsaanspraken 173
8.4.5 Verlofaanspraken 173
8.4.6 Loon genieten op een ongebruikelijk tijdstip 173
8.5 Tarief 175
8.5.1 Algemeen 175
8.5.2 De loonheffingskorting 176
8.6 Wijze van heffen 177
8.6.1 Inhouding van loonbelasting 177
8.6.2 Verplichtingen van de inhoudingsplichtige (de BV) en de werknemer (de DGA) 178
8.6.2.1 Verplichtingen van de werkgever (de BV) 178
8.6.2.2 Verplichtingen van de werknemer (de DGA) 179
8.6.3 Eindheffing en pseudo-eindheffing 180
8.6.3.1 Eindheffing 180
8.6.3.2 Pseudo-eindheffing 181
8.6.4 De werkkostenregeling 182

9 De buitenlandse belastingplicht van de DGA 187
9.1 Inleiding 187
9.2 Fiscale woonplaats van een natuurlijke persoon 188
9.3 Buitenlandse belastingplicht ter zake van aanmerkelijk belang in een in Nederland gevestigd lichaam 188
9.4 Buitenlandse belastingplicht ter zake van terbeschikkingstelling aan een in Nederland gevestigd lichaam 190

II THEMATISCH DEEL 191
10 Fiscale behandeling (on)zakelijke handelingen tussen de DGA en de BV 193
10.1 Inleiding 193
10.2 (On)zakelijk handelen in de arbeidsrelatie van de DGA 194
10.3 (On)zakelijk handelen in de vreemdvermogensverhouding 195
10.3.1 Gehele vermogensverstrekking door DGA is in fiscale zin eigen vermogen 195
10.3.2 Onzakelijke rente op zakelijke vordering van de DGA op de BV 197
10.3.3 Onzakelijke lening in de zin van de ‘25 november 2011’-arresten 199
10.3.4 Onzakelijke-leningproblematiek in DGA-sfeer uitgewerkt in een aantal voorbeelden 202
10.3.5 Fiscale gevolgen in omgekeerde situatie 204
10.3.5.1 Lening van BV aan DGA kwalificeert fiscaal als eigen vermogen 204
10.3.5.2 Lening van BV aan DGA kent rentecomponent die niet at arm’s length is 204
10.3.5.3 Lening van BV aan DGA draagt onzakelijk debiteurenrisico 205
10.4 Borgstellingen 205
10.4.1 Borgstelling die zich volledig in de aandeelhoudersfeer afspeelt versus een zakelijke borgstelling 205
10.4.2 Fiscale behandeling zakelijke borgstelling 206
10.4.3 Fiscale behandeling borgstelling in de kapitaalsfeer 208

11 Privébetrekkingen aandeelhouder 211
11.1 Inleiding 211
11.2 De fiscale gevolgen van het huwelijk van de DGA 211
11.2.1 Huwelijk en ontstaan fiscaal partnerschap 211
11.2.2 De DGA en het gekozen huwelijksgoederenregime 212
11.2.3 De DGA sluit huwelijkse voorwaarden waardoor een (algehele) gemeenschap van goederen ontstaat waartoe het AB-pakket wordt gerekend 213
11.2.4 Bij het huwelijk ontstaat een (wettelijke) beperkte gemeenschap van goederen waar het AB-pakket buiten valt. 216
11.2.5 De DGA en verrekenbedingen 217
11.2.6 De DGA en vergoedingsrechten in de zin van artikel 1:87 BW 217
11.3 De DGA en echtscheiding 218
11.4 Het overlijden van de AB-houder 221
11.4.1 Inleiding 221
11.4.2 Versterferfrecht en testament 221
11.4.3 De DGA als erflater 222
11.4.4 Doorschuifregeling bij overlijden 223
11.4.4.1 Ondernemingsvermogen 223
11.4.4.2 Aanmerkelijk belang 225
11.4.4.3 Verkrijger 226
11.4.4.4 Bijzondere titel 228
11.5 Doorschuifregeling bij verdeling nalatenschap 228
11.6 Het overlijden van de ‘terbeschikkingsteller’ 229
11.6.1 Inleiding 229
11.6.2 Doorschuifregeling bij overlijden 229
11.7 Schenking door de AB-houder 230
11.7.1 Inleiding 230
11.7.2 De DGA als schenker 230
11.7.3 Doorschuifregeling bij schenking 231

12 Aanpassing van structuren 235
12.1 Aandelenruil, fusie en splitsing van vennootschappen 235
12.1.1 Inleiding 235
12.1.2 Uitgangssituatie 235
12.1.3 Eén BV is geen BV 235
12.1.3.1 Route 1: aandelenruil 238
12.1.3.2 Route 2: overdracht onderneming aan dochtervennootschap 241
12.1.4 Afronding 249
12.2 Van eenmanszaak naar BV en terug uit de BV 249
12.2.1 Van eenmanszaak naar BV 249
12.2.2 De inbreng in een BV nader belicht 250
12.2.2.1 De geruisvolle inbreng in een BV nader belicht 250
12.2.2.2 De geruisloze inbreng nader belicht 252
12.2.2.3 De geruisloze terugkeer nader belicht 254

13 Emigratie, immigratie en remigratie 257
13.1 Inleiding 257
13.2 Emigratie van de AB-houder 257
13.3 Emigrant en buitenlandse belastingplicht 260
13.4 Buitenlandse belastingplicht en verplaatsing van de werkelijke leiding van de vennootschap 263
13.5 Na emigratie genoten reguliere voordelen gevolgd door een vervreemding van het aanmerkelijk belang 267
13.6 Immigratie van een AB-houder 270
13.7 Immigratie en eerdere toepassing van artikel 7.5 lid 7 Wet IB 2001 275
13.8 Remigratie 276
Trefwoordenregister 279

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Fiscale behandeling van de DGA