Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Straf(proces)recht begrepen

Paperback Nederlands 2021 9789462909106
Vandaag voor 23:00 uur besteld, morgen in huis

Samenvatting

Straf(proces)recht begrepen is een praktische inleiding in het straf(proces)recht voor studenten in het hoger onderwijs. Het geeft inzicht in een van de meest complexe rechtsgebieden van het Nederlandse recht; een rechtsgebied waarin het spanningsveld tussen vrijheidsrechten en beperkingen (of inbreuken) daarop dagelijks zichtbaar en voelbaar is.

In deze zevende druk zijn de meeste recente wijzigingen aan het Wetboek van Strafrecht en Strafvordering verwerkt. De ophanden zijnde wijziging van het Wetboek van Strafvordering, ‘Modernisering Strafvordering’ en de Innovatiewet worden eveneens belicht. Aan de orde komen onder meer de rechten en plichten van een verdachte, de opsporingsbevoegdheden van de politie en de officier van justitie, de rol van de advocaat, de rol van het slachtoffer in de strafprocedure en de wijze waarop vrijheidsbenemende dwangmiddelen kunnen worden ingezet. Daarnaast wordt op een praktische manier inzicht gegeven in de Nederlandse strafrechtprocedure en de rol van de rechter, waarbij aandacht wordt besteed aan actuele discussies, zoals het Marengo-proces en de zaak Nicky Verstappen.

Toegankelijk taalgebruik en een duidelijke hoofdstukstructuur – afgewisseld met veel praktijkvoorbeelden en casus die de leerstof onderbreken –, een kernachtige samenvatting en overzichtelijke kernbegrippenlijsten maken de student wegwijs in het straf(proces)recht. Na het bestuderen van dit boek heeft de student het straf(proces)recht begrepen!

Inclusief website.

Specificaties

ISBN13:9789462909106
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:374
Druk:7
Verschijningsdatum:2-8-2021
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Over Joost Verbaan

Joost Verbaan is in dienst van de Erasmus Universiteit Rotterdam als wetenschappelijk docent. Hij verzorgt onderwijs in straf(proces)recht. Daarnaast is hij directeur van het Erasmus Centre for Penal Studies (ECPS). Hij verricht voor het ECPS wetenschappelijke onderzoeken op strafrechtelijk gebied. Hij werkt daarnaast mee aan de herziening van het Wetboek van Strafvordering van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hij is tevens gastdocent aan de Law School of the Renmin University of China in Beijing en heeft een wekelijkse column op het gebied van het strafrecht in de Weekkrant.

Andere boeken door Joost Verbaan

Inhoudsopgave

1 Algemene inleiding: wat is strafrecht? 15
1.1 Inleiding 15
1.2 Strafrecht: begripsvorming 16
1.2.1 Materieel en formeel strafrecht 16
1.2.2 Commuun en bijzonder strafrecht 17
1.2.3 Wat is strafrecht? 18
1.3 Doel van het Nederlandse strafrecht: handhaving door middel van leedtoevoeging 18
1.3.1 Handhaving van rechtsnormen 19
1.3.2 Strafrechtstheorieën 20
1.3.3 Geweldsmonopolie bij de overheid: het voorkomen van eigenrichting 22
1.3.4 De ultimum remedium-gedachte 23
1.4 Het legaliteitsbeginsel 24
1.5 Samenvatting en conclusie 27

2 Materieel strafrecht: de structuur van het strafbare feit 29
2.1 Inleiding 29
2.2 Vier voorwaarden voor strafbaarheid 30
2.2.1 De eerste voorwaarde: de menselijke gedraging 30
2.2.2 De tweede voorwaarde: delictsomschrijving 31
2.2.3 De derde voorwaarde: wederrechtelijkheid 33
2.2.4 De vierde voorwaarde: aan schuld te wijten 34
2.3 Bestanddelen en elementen 35
2.4 Delictsvormen 37
2.4.1 Formele/materiële delicten 37
2.4.2 Commissie-/omissiedelicten 38
2.4.3 Gekwalificeerde en geprivilegieerde delicten 39
2.5 Misdrijven en overtredingen 40
2.6 Samenvatting en conclusie 42

3 Materieel strafrecht: opzet en schuld 45
3.1 Inleiding 45
3.2 Opzet (dolus) 46
3.2.1 Oogmerk 46
3.2.2 Opzet bij zekerheidsbewustzijn 48
3.2.3 Voorwaardelijk opzet 49
3.3 Schuld (culpa) 53
3.3.1 Wat is schuld? 53
3.3.2 Bewuste schuld 55
3.3.3 Onbewuste schuld 57
3.3.4 Schuld in roekeloosheid 59
3.4 Culpa in causa 61
3.5 Samenvatting en conclusie 63

4 Materieel strafrecht: causaliteit 67
4.1 Inleiding 67
4.2 Het causaal verband 68
4.2.1 De conditio sine qua non 68
4.2.2 De leer van de causa proxima 69
4.2.3 De leer van de ‘redelijke voorzienbaarheid’ 70
4.2.4 De leer van de ‘redelijke toerekening’ 71
4.3 Het belang van causaliteit 73
4.3.1 Materiële delicten en opzet 73
4.3.2 Materiële delicten en schuld 74
4.4 Samenvatting en conclusie 75

5 Materieel strafrecht: inperking strafbaarheid (strafuitsluitingsgronden) 77
5.1 Inleiding 77
5.2 Strafuitsluitingsgronden 78
5.3 Rechtvaardigingsgronden 80
5.3.1 Overmacht (rechtvaardigende noodtoestand) 80
5.3.2 Noodweer 81
5.3.3 Het wettelijke voorschrift 82
5.3.4 Het bevoegd gegeven ambtelijk bevel 83
5.3.5 Ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid 84
5.4 Schulduitsluitingsgronden 85
5.4.1 Ontoereken(ingsvat)baarheid 86
5.4.2 Overmacht (psychische overmacht) 87
5.4.3 Noodweerexces 88
5.4.4 Het onbevoegd gegeven ambtelijk bevel 89
5.4.5 Afwezigheid van alle schuld (AVAS) 90
5.5 Aanvullende voorwaarden voor strafuitsluitingsgronden: proportionaliteit en subsidiariteit 92
5.5.1 Proportionaliteit 92
5.5.2 Subsidiariteit 92
5.6 Samenvatting en conclusies 94

6 Materieel strafrecht: uitbreiding strafbaarheid 97
6.1 Inleiding 97
6.2 Uitbreiding strafbaarheid I: poging en voorbereiding 98
6.2.1 Poging 98
6.2.2 Voorbereiding 101
6.2.3 Vrijwillige terugtred 105
6.2.4 Strafbare poging en voorbereiding: de sanctienorm 106
6.3 Uitbreiding strafbaarheid II: plegen en deelneming 107
6.3.1 Pleger 108
6.3.2 Doen pleger 108
6.3.3 Uitlokker 109
6.3.4 Medepleger 111
6.3.5 Medeplichtigheid 114
6.4 Uitbreiding strafbaarheid III: van natuurlijke persoon tot rechtspersoon 119
6.4.1 Strafbaarheid van rechtspersonen 119
6.4.2 Opdracht- en feitelijk leidinggevers (van een rechtspersoon) 122
6.4.3 Functioneel daderschap 124
6.5 Samenvatting en conclusies 125

7 Formeel strafrecht: inleiding en hoofdrolspelers in het strafprocesrecht 129
7.1 Inleiding 129
7.2 Het strafprocesrecht 130
7.2.1 Gematigd accusatoire procesvoering 130
7.2.2 Doelen van het strafprocesrecht 131
7.2.3 Bronnen van het Nederlandse strafprocesrecht 132
7.3 Hoofdrolspelers in het strafprocesrecht: de verdachte, het Openbaar Ministerie, de politie, de rechter en de advocaat 134
7.3.1 De verdachte 134
7.3.2 De bepaling van artikel 129 Sv 137
7.3.3 Rechten van de verdachte 138
7.3.4 Het Openbaar Ministerie en de officier van justitie 144
7.3.5 Politie(ambtenaren) 146
7.3.6 De rechter 149
7.3.7 De advocaat 151
7.4 Samenvatting en conclusie 152

8 Formeel strafrecht: de strafprocedure (opsporing, vervolging en berechting) 155
8.1 Inleiding 155
8.2 Voorbereidend onderzoek 156
8.2.1 Personen met opsporing belast 157
8.2.2 Aanvang opsporing 159
8.2.3 Opsporingsbevoegdheden 160
8.2.4 Controlebevoegdheden 162
8.3 De vervolging 164
8.3.1 Opportuniteitsbeginsel 165
8.3.2 Vervolgen en seponeren 167
8.3.3 Vervolging niet mogelijk 170
8.3.4 Bezwaar tegen de vervolging 171
8.3.5 Beklag over (niet verdere) vervolging 172
8.3.6 Vervolging door middel van de strafbeschikking 174
8.4 De berechting en tenuitvoerlegging 175
8.4.1 De berechting: onderzoek ter terechtzitting, beraadslaging en uitspraak 175
8.4.2 Aanvang onderzoek ter terechtzitting en gevolgen opportuniteitsbeginsel 176
8.5 Samenvatting en conclusie 177

9 Formeel strafrecht: dwangmiddelen 181
9.1 Inleiding 181
9.2 Vrijheidsbenemende dwangmiddelen 182
9.2.1 Het algemene systeem van gronden, gevallen, subject en bevoegde instantie 182
9.2.2 Staande houden en aanhouding (op heterdaad) 184
9.2.3 Ophouden voor onderzoek 189
9.2.4 De inverzekeringstelling 193
9.2.5 De voorlopige hechtenis 196
9.3 Inbeslagneming en doorzoeken, onderzoek aan kleding en persoon, binnentreding en DNA-onderzoek 205
9.3.1 Inbeslagneming en doorzoeking 206
9.3.2 Binnentreden 216
9.3.3 Onderzoek kleding en aan en in het lichaam 222
9.3.4 DNA-onderzoek 225
9.4 Bijzondere opsporingsbevoegdheden 233
9.4.1 Het eerste domein: titel IVa 234
9.4.2 Het tweede domein: titel V 235
9.4.3 Een georganiseerd verband 236
9.4.4 Het derde domein: titel VB 237
9.4.5 Algemene regels voor de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden 238
9.5 Vastleggen en bewaren van kentekengegevens 239
9.6 Samenvatting en conclusie 240

10 Formeel strafrecht: de berechting I (dagvaarding) 243
10.1 Inleiding 243
10.2 De dagvaarding 243
10.2.1 Vier functies van een dagvaarding 245
10.3 De persoonsduidingsfunctie van de dagvaarding 245
10.3.1 Uitreiking van de dagvaarding 246
10.3.2 Het betekenen van de dagvaarding 246
10.3.3 De termijn van dagvaarden 247
10.4 De oproepingsfunctie van de dagvaarding 248
10.4.1 Absolute bevoegdheid 248
10.4.2 Relatieve bevoegdheid 251
10.5 De beschuldigingsfunctie van de dagvaarding: de tenlastelegging 254
10.5.1 Inhoudelijke vereisten tenlastelegging (feit, tijd en plaats) 254
10.5.2 De tenlastelegging moet voldoende feitelijk zijn 257
10.5.3 De tenlastelegging mag niet innerlijk tegenstrijdig zijn 258
10.5.4 De tenlastelegging moet ook de wettelijke voorschriften van het feit vermelden 258
10.6 De wettelijke informatiefunctie van de dagvaarding 259
10.7 Wijzigen en/of aanvullen van de dagvaarding 261
10.7.1 Het wijzigen van de tenlastelegging 261
10.7.2 Het aanvullen van de tenlastelegging 262
10.8 Samenvatting en conclusie 264

11 Formeel strafrecht: de berechting II (het onderzoek ter terechtzitting) 267
11.1 Inleiding 267
11.2 Het begin van het onderzoek ter terechtzitting 268
11.2.1 Uitroepen van de zaak, personalia, cautie, verwijdering 268
11.2.2 Verstekverlening 269
11.2.3 Preliminaire verweren 272
11.2.4 Voordracht van de zaak 272
11.3 Verhoor tijdens het onderzoek ter terechtzitting 273
11.3.1 Het verhoor van de verdachte 273
11.3.2 De getuige 274
11.3.3 Het verhoor van de getuige 279
11.3.4 Het deskundigenverhoor 284
11.3.5 Het slachtoffer en de benadeelde partij 287
11.4 Requisitoir, pleidooi, re- en dupliek en laatste woord 290
11.4.1 Het requisitoir 290
11.4.2 Het pleidooi 291
11.4.3 Re- en dupliek 291
11.4.4 Het laatste woord van de verdachte 292
11.5 Onderbreking, schorsing en sluiting onderzoek ter terechtzitting 294
11.6 Samenvatting en conclusies 296

12 Formeel strafrecht: de berechting III (beslissingsmodel 348/350) 299
12.1 Inleiding 299
12.2 De vier vragen van artikel 348 Sv 300
12.2.1 De eerste vraag van artikel 348 Sv: geldige dagvaarding 300
12.2.2 De tweede vraag van artikel 348 Sv: bevoegde rechter 301
12.2.3 De derde vraag van artikel 348 Sv: ontvankelijkheid officier van justitie 302
12.2.4 De vierde vraag van artikel 348 Sv: schorsing van de vervolging 305
12.2.5 Gevolgen beantwoording formele vragenn artikel 348 Sv 306
12.3 De vier vragen van artikel 350 Sv 307
12.3.1 De eerste vraag van artikel 350 Sv: bewijsvraag 308
12.3.2 De tweede vraag van artikel 350 Sv: kwalificatievraag 311
12.3.3 De derde vraag van artikel 350 Sv: strafbaarheidsvraag 312
12.3.4 Gevolgen beantwoording vragen van artikel 350 Sv 313
12.3.5 Delictsomschrijving waar wederrechtelijkheid of schuld een bestanddeel vormen 314
12.4 Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek 316
12.4.1 Vormverzuimen tijdens het voorbereidend onderzoek 317
12.4.2 Sancties met betrekking tot vormverzuimen 318
12.4.3 Gevolgen sancties wegens vormverzuim op beslissingsmodel 348/350 Sv 323
12.5 Samenvatting en conclusie 323

13 Formeel strafrecht: motiveren en rechtsmiddelen 327
13.1 Inleiding 327
13.2 Motiveren van beslissingen 328
13.2.1 Waarom motiveren? 328
13.2.2 Vermelden en/of motiveren van beslissingen 329
13.2.3 Vermelden en motiveren bij toepassing beslissingsmodel 348/350 Sv 329
13.3 Gewone rechtsmiddelen I: hoger beroep 332
13.3.1 Wanneer hoger beroep? 333
13.3.2 Termijnen van hoger beroep 335
13.3.3 Beslissing(en) in hoger beroep 336
13.4 Gewone rechtsmiddelen II: beroep in cassatie 336
13.4.1 Wanneer beroep in cassatie? 336
13.4.2 Termijn cassatieberoep 338
13.4.3 Beslissing(en) in beroep in cassatie 338
13.5 Buitengewone rechtsmiddelen 338
13.5.1 Cassatie in het belang der wet 339
13.5.2 Herziening 339
13.5.3 Wanneer herziening? 340
13.5.4 Beslissing(en) bij herziening 342
13.6 Samenvatting en conclusie 343

14 Materieel strafrecht: sancties 345
14.1 Inleiding 345
14.1.1 Onderscheid straf en maatregel 346
14.2 Straffen 346
14.2.1 Hoofdstraffen 347
14.2.2 Bijkomende straffen 350
14.2.3 Het rechterlijk pardon 351
14.3 Maatregelen 352
14.3.1 Onttrekking aan het verkeer 353
14.3.2 Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel 356
14.3.3 Schadevergoedingsmaatregel 358
14.3.4 Terbeschikkingstelling 358
14.3.5 Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders 361
14.3.6 Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel 363
14.4 Jeugdstrafrecht 364
14.4.1 Jeugdstrafrecht: de ondergrens 364
14.4.2 Jeugdstrafrecht: de bovengrens 364
14.4.3 Toepassing volwassenenstrafrecht ondanks ‘jeugdige’ leeftijd 365
14.4.4 Toepassing jeugdstrafrecht ondanks ‘volwassen’ leeftijd 366
14.5 Samenvatting en conclusie 368

Trefwoordenregister 371

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Straf(proces)recht begrepen