Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Caroline de Gruyter

‘Economie verdwijnt uit de politiek’

In 2004 verwisselde NRC-correspondent Caroline de Gruyter standplaats Brussel voor Genève. De Gruyter, die als buitenlandredacteur en correspondent vooral ervaring had opgedaan in conflictgebieden als het voormalig Joegoslavië en het Midden-Oosten, had slechts vage plannen waarover ze vanuit Zwitserland zou gaan berichten.

Annegreet van Bergen | 5 oktober 2015 | 7-10 minuten leestijd

‘Ik dacht aan verhalen over de in Genève gevestigde Verenigde Naties (VN). En ongetwijfeld zou ik ook over Zwitserland zelf gaan schrijven. Dat was vooral een land dat ik van vakanties kende. Maar dat ik vanuit Zwitserland de mondialisering zou gaan verslaan, had ik in 2004 niet kunnen verzinnen,’ zegt De Gruyter aan de telefoon in Wenen, waar zij nu woont. In 2008 ging ze voor vijf jaar terug naar Brussel en versloeg toen voor de NRC de eurocrisis. Haar berichtgeving werd bekroond met de Anne Vondelingprijs, een prijs voor de journalist die de politiek het helderst weet te volgen en te duiden. Achteraf blijkt dat de vier jaar dat zij in Zwitserland woonde en werkte, van onschatbare waarde was om goed geïnformeerd verslag te kunnen doen van de monetaire en politieke crisis binnen de Europese Unie (EU). Toen na het faillissement van Lehman Brothers in september 2008 in Europa en de rest van de wereld in een bankencrisis belandde, had De Gruyter bijvoorbeeld al uitgebreid verslag gedaan van de manier waarop een gigantische Zwitserse bank, UBS, zich had vergaloppeerd aan Amerikaanse rommelhypotheken.

Pittoresk

Dat alles staat in haar boek Zwitserslevens – De nieuwe politieke realiteit in Europa. De Gruyter beschrijft daarin het dorpsleven dat zij met haar gezin leidde. Maar ze vertelt vooral hoe in het traditionele Zwitserland de mondialisering overal de kop op stak. En hoe de Zwitsers daar veel geld aan verdienden, maar ook zagen dat de door hen zo gekoesterde soevereiniteit er steeds verder door werd uitgehold.

In Crans-près-Céligny, een pittoresk dorpje in de buurt van Genève, het dorpje waar De Gruyter neerstreek omdat Genève te duur was, wonen veel buitenlanders die vanwege het uitermate vriendelijke fiscale klimaat Zwitserland als woon- of vestigingsplaats hebben gekozen, of van wie de werkgever daarom in Zwitserland zit. Net als vroeger is er in Crans ieder jaar een kerstboommiddag. Dan treffen alle sociale klassen en alle nationaliteiten elkaar in het dorpsbos en hakken ze, met worst en glühwein na afloop, hun kerstboom om. Tijdens zo’n middag raakt De Gruyter in gesprek met een Deense buurman die in private equity ‘zit’. Op haar verzoek legt hij uit wat dat is: bedrijven opkopen en herstructureren, afdelingen samenvoegen of opdoeken, en zo de bedrijven winstgevend(er) maken om ze vervolgens met winst te verkopen. Het lijkt De Gruyter moeilijk en verantwoordelijk werk. Hoe beoordeel je welke mensen je moet houden of juist moet ontslaan? Daarom vraagt ze: ‘Dus je reist veel, om die bedrijven goed te leren kennen?’ Waarop de Deen verbaasd antwoordt: ‘Nee hoor, het meeste doen we via internet.’

Kantoorkolossen in dorpjes

Zwitsersland verandert letterlijk zienderogen door de komst van steeds meer belasting ontwijkende rijke buitenlanders en multinationals. Aan vriendelijke dorpjes worden lelijke kantoorkolossen met grote parkeerterreinen vastgeplakt, van veel oorspronkelijke bewoners verdwijnt hun mooie uitzicht op het meer. ‘Ik begrijp niet dat kantoren en industrieterreinen willekeurig aan het meer verschijnen. Het lijkt wel of de motten zich op het tapijt storten, en doorvreten tot er niks van over is’, noteert De Gruyter uit de mond van een getroffene.

De Zwitsers uitten op hun eigen, uiterst wonderlijke wijze hun ongenoegen over de toestroom van buitenlanders. Namelijk door referenda te organiseren die onder meer de bouw van minaretten (er zijn er welgeteld twee in heel het land) moesten verbieden en in 2014 werd een voorstel aangenomen om door middel van quota de instroom van buitenlanders te beperken. De Gruyter: ‘Toen ik tegen een Zwitser zei dat verhoging van de belastingtarieven mij een effectievere manier leek om buitenlanders te weren, keek-ie me verbaasd aan. Want met door met hun belastingen scherp aan de wind te varen, verdienen de Zwitsers juist veel geld. Wanneer het om geld gaat, denken ze heel mondiaal. Maar gaat het om hun directe leefomgeving, dan zijn ze juist heel nationalistisch.’

Vizier

Dat botst. En vrijwel altijd blijkt de mondialisering sterker dan het Zwitserse traditionalisme. Een kraakhelder voorbeeld is het einde van het bankgeheim waarmee het land decennialang buitenlandse spaarders trok, die dankzij hun geheime rekening buiten het vizier van de belastingdienst in eigen land bleven. Al tijden werd daar in het buitenland tegen geageerd, maar de Zwitsers hadden nota bene het bankgeheim in de grondwet verankerd en wisten van geen wijken. Totdat de Amerikanen op een dag dreigden de vergunning voor Zwitserse banken op Wall Street in te trekken wanneer de spaarregisters niet openbaar werden gemaakt. Toen moesten de Zwitsers wel, want een internationale bank die niet meer in dollars mag handelen, is uitgespeeld. Sindsdien accepteren Zwitserse banken alleen Amerikaanse klanten wanneer die er geen bezwaar tegen hebben dat al hun gegevens naar de Amerikaanse belastingdienst worden doorgespeeld. De EU (met bankgeheimen in Luxemburg en Oostenrijk) kon het spel minder hard dan de VS spelen, maar eiste vergelijkbare maatregelen. Maar omdat in een bilateraal verdrag tussen Bern en Brussel stond dat de Zwitsers even coöperatief moeten zijn met hun EU-partners als met derde landen, is zo’n regeling met de EU er ook gekomen.

Het is een van de vele voorbeelden die laten zien dat je de retoriek over de Zwitserse soevereiniteit met een flinke korrel zout moet nemen. In Zwitserlevens schoffelt De Gruyter vakkundig het idee van Geert Wilders onderuit dat Nederland de EU zou moeten verlaten en een voorbeeld zou moeten nemen aan onafhankelijke landen als Zwitserland en Noorwegen. In de praktijk bestaat die onafhankelijkheid namelijk niet, of nauwelijks. Willen de Zwitsers financiële diensten aan Europese bedrijven kunnen blijven verlenen en willen ze handel blijven drijven, dan moeten ze EU-wetgeving omzetten naar Zwitserse wetgeving. De Zwitserse regering probeert dat voor de eigen bevolking zoveel mogelijk te verdoezelen, want dit openlijk toegeven is vloeken in de kerk.

De ironie is dat de Zwitsers en Noren, anders dan lidstaten als Nederland, in Brussel niet kunnen meepraten, terwijl ze wel worden geraakt door de EU-besluiten. Want willen zij voor hun banken vrije toegang tot de hele EU, dan moeten ze aan de meeste financiële wetgeving voldoen. Dit leidde tot de wonderlijke situatie dat de Noorse ambassadeur tijdens topconferenties in Brussel samen met De Gruyter en andere journalisten in de perszaal het nieuws moest afwachten. De Zwitserse ambassadeur vond dat kennelijk te gênant, hij stuurde zijn nummer twee er op uit. Ook monetair is de speelruimte van Zwitserland uiterst beperkt. Jaren was de koers van de frank aan de euro gekoppeld. Begin 2015 werd die koppeling losgelaten - met uiterst pijnlijke gevolgen: de frank schoot omhoog en de export en het toerisme kwamen zwaar onder druk te staan.

Onvrede

Toen ze in Crans woonde, zag De Gruyter de onvrede bij de Zwitsers toenemen, vooral omdat ze het gevoel hadden dat steeds meer dingen ver weg van hen werden besloten en dat ze er als gewone burgers geen vat meer op hadden. Steeds vaker stemden ze op extreemrechtse partijen. Een vergelijkbare ontwikkeling ziet zij ook elders in Europa. Zij citeert de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev. Volgens hem, zo schrijft De Gruyter ‘is een van de effecten van mondialisering dat het element ‘economie’ uit de politiek verdwijnt. De politiek is lokaal, of nationaal. Maar belangrijke economische beslissingen worden steeds vaker ver weg genomen. Door aandeelhouders die niemand kent. Of door ‘markten’, die een land dwingen tot bezuinigingen of privatiseringen. Als kiezers willen protesteren, stemmen ze hun regering weg. Maar de nieuwe regering voert exact dezelfde politiek. Ze kan vaak niet anders.’

Dat voelen de Grieken misschien nog het sterkst. Ze vragen zich af waar de democratie voor nog voor dient. De Gruyter: ‘De Grieken kunnen stemmen wat ze willen, maar ’s lands economische politiek verandert er niet door. Die wordt op Europees niveau bepaald. Het is alsof de macht elders ligt – in elk geval niet meer bij de kiezer.’

Door haar Zwitserse én Brusselse ervaringen legt De Gruyter met grote precisie de vinger op de zere plek: de politiek is nationaal gebleven en heeft vrijwel geen grip meer op de financiële en economische onderwerpen, die ons leven beheersen. ‘We zijn zo naïef geweest de economie te mondialiseren, maar de politiek nationaal te houden.’ Bovendien schenken politici geen klare wijn. De Gruyter: ‘Ze kiezen niet. Ze leggen niets meer uit. De meeste staan nergens meer voor. Ze managen alleen. Het gebeurt in de Europese Unie, en het gebeurt net zo hard in Zwitserland dat géén lid is van de EU. Dit is, in mijn ogen waar veel mensen tegen in opstand komen, rijk en arm: niet tegen Brussel maar het feit dat ze nergens meer greep op hebben. Dat er nauwelijks keuzes meer zijn.’ Een tamelijk sombere conclusie. De politiek meer Europees maken, is wat Nederland en de EU betreft volgens De Gruyter de enige oplossing. In elk geval schiet je er weinig mee als je probeert je economie weer nationaal te maken. Dan ben je, zeker economisch gezien, alleen maar verder van huis.¶

Caroline de Gruyter is sinds 2013 Europa-correspondent van NRC Handelsblad in Wenen. Haar jongste boek is Zwitserlevens.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden