Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Organiseren in en met netwerken - 'Bruikbare bouwstenen'
14 juni 2018 | Carla Verwijs

In mijn professionele leven heb ik me in meerdere netwerken begeven of helpen opzetten. Terugkijkend, denk ik dat sommige van die netwerken de bouwstenen uit Organiseren in en met netwerken van Nikki Willems, Renee Linck en Edwin Kaats goed hadden kunnen gebruiken.

Een netwerk kan spontaan ontstaan, maar vallen mogelijk net zo snel weer uiteen als de deelnemers verder niets organiseren. Het Netwerk Canvas kan hierbij helpen, zowel bij de start als in een latere levensfase van een netwerk. Er zijn inmiddels veel varianten canvassen bedacht, alle geïnspireerd op het Business Model Canvas. In dit geval hadden de auteurs het naar mijn mening beter bij “bouwstenen” kunnen houden en het plaatje als overzicht gebruiken, zonder naar het oorspronkelijke canvas te verwijzen.

De bouwstenen van een netwerk zijn: actoren, ambities, identiteit en fundament. Actoren gaat over de deelnemers aan het netwerk. Actoren kunnen verschillende rollen hebben in het netwerk en verschillende bijdragen leveren. Sommige actoren zullen meer actief zijn dan anderen. De samenstelling van het netwerk bepaalt de dynamiek van de overige bouwstenen.

Zoals identiteit, de tweede bouwsteen. Identiteit zorgt voor verbinding, van het netwerk en de actoren. Het toont de gezamenlijke passie en opgave. Niet alleen naar het netwerk zelf maar ook de buitenwereld, door de reputatie (wat overigens weer een aantrekkingskracht kan hebben op nieuwe actoren).

Ambitie gaat over de vraag: Wat doen we met elkaar, waarom zijn we gegroepeerd in dit netwerk? De ambitie wordt uitgevoerd door actoren, gegroepeerd in coalities. Bij dit deel lopen termen als coalitie, cluster, alliantie door elkaar, wat ik verwarrend en gezocht vind. Maar goed, uiteindelijk zal een netwerk de termen kiezen die passen bij de eigen vorm en ambities.

De laatste bouwsteen en wellicht de meest belangrijke is fundament. Hier gaat het over de organisatievorm, spelregels en leiderschap. Spelregels maken expliciet wat vaak impliciet aanwezig is over hoe we met elkaar omgaan. Dit kan star klinken voor iets ‘los’ als een netwerk, maar het werkt zeker verhelderend. Een netwerkleider kan verschillende functies hebben: strateeg, ontwikkelaar, verkenner of procesmanager. Met vorm bedoelen de auteurs de infrastructuur wat betreft communicatie, coördinatie en overleg.

Een netwerk kan vele vormen hebben, zo blijkt ook uit de bestaande voorbeelden die de auteurs beschrijven.  De auteurs besteden veel aandacht aan ‘leiderschap’ , een onderwerp dat ik niet meteen had verwacht bij een netwerk. Een netwerk is niet zo ‘los’  als ik dacht voor ik aan dit boek begon, dus het is mooi na te denken over de verschillende varianten en hierover te lezen in de voorbeelden. De volgende keer dat ik een netwerk opstart, in welke vorm ook, zal ik de bouwstenen en vele werkvellen uit Organiseren in en met netwerken beslist raadplegen.

Carla Verwijs is managementconsultant met een specialisatie in kennismanagement.


Een vitaal netwerk heeft organisatie nodig
30 mei 2018 | Bert Peene

Onze samenleving is een netwerkeconomie. We worden niet langer gewaardeerd om wat we weten, maar om hoe we die kennis benutten in combinatie met relevante relaties. Dat doen we vanuit het besef dat bepaalde vraagstukken alleen tot een succes kunnen worden gemaakt wanneer mensen en organisaties verbonden worden om gezamenlijk kracht te organiseren. Aldus de auteurs van Organiseren in en met netwerken.

Een gedeelde ambitie is daarvoor een belangrijke voorwaarde, maar zelfs dan is het vaak lastig die gezamenlijkheid voor elkaar krijgen. Netwerken kennen immers geen traditionele hiërarchie met bijbehorende vormen van klassieke controle. Desondanks kun je wel degelijk je steentje bijdragen aan het vergroten van de vitaliteit en effectiviteit van netwerken. Dat is de stellige overtuiging, gebaseerd op een jarenlange advieservaring, van auteurs Nikki Willems, Renee Linck, en Edwin Kaats.

Over de belangrijkste succesfactoren van organiseren over de eigen organisatiegrenzen heen, heerst in de literatuur een aangename eensgezindheid. Een gedeelde ambitie, heldere belangen en een goede relatie; die worden eigenlijk altijd wel genoemd. Ook over de organiseerbaarheid lopen de meningen niet ver uiteen. Die is gering, laat vrijwel iedere deskundige weten; netwerken organiseren zichzelf en laten zich niet organiseren.

Daarover denken de auteurs van Organiseren in en met netwerken echter anders. Een netwerk is een complex fenomeen waarin sprake is van verschillende interpretaties en spraakverwarring, belangenconflicten, persoonlijke voorkeuren en relationele fit. Om in zo’n dynamische context effectief te kunnen zijn, heb je toch wel enige vorm van organiseren nodig. Dat kan variëren van ontwerpen – dat zou natuurlijk het mooist zijn – tot organiseren-light, of, zoals de auteurs het noemen, ‘hier en daar wat regelen en vaststellen’. Daarbij kun je niet zonder de juiste instrumenten en hulpmiddelen en daarin willen zij met hun boek voorzien. ‘De uitdaging is om bouwstenen met kleine en grote instrumenten te vinden waarmee we de vitaliteit en effectiviteit van netwerken kunnen vergroten. Dat is de kern van dit boek.’

‘Bouwstenen’ is daarin een belangrijk begrip. De auteurs gebruiken het om de verschillende invalshoeken te benoemen van waaruit zij netwerken beschouwen. Dat zijn er vier: actor, identiteit, ambities, en fundament . Deze bouwstenen, die samen het Netwerk Model vormen, geven taal aan de werking van een netwerk en bieden de mogelijkheid om er in samenspraak met andere deelnemers invloed op uit te oefenen.

Organiseren in en met netwerken wil vooral een praktijkboek zijn en in die opzet zijn de auteurs prima geslaagd. Het voorziet bijvoorbeeld in een Netwerk Canvas, dat helpen moet om samen met andere netwerkpartners de bouwstenen van een netwerk in beeld te brengen, en biedt verder een groot aantal praktijkvoorbeelden, oefeningen en werkbladen.  De titel van het tweede hoofdstuk, ‘Aan de slag met je netwerk’, zou dan ook een prima ondertitel voor het hele boek zijn geweest.

Maar mijn aandacht ging met name uit naar wat de auteurs te melden hadden over netwerkleiderschap. Dat is namelijk een thema waaraan wel in allerlei publicaties aandacht wordt geschonken, maar nog nooit eens een keer goed is uitgewerkt. Wie zich erin wil verdiepen, moet het vooralsnog doen met bits & pieces in breder opgezette studies en dat levert op zijn zachtst gezegd een nogal wisselend beeld op. De auteurs van Organiseren in en met netwerken zijn in dit opzicht in ieder geval duidelijk: de leidende rol in netwerken wordt doorgaans niet door een formele netwerkleider opgepakt; netwerkleiderschap is de verantwoordelijkheid van alle deelnemers. Daarom kun je beter spreken van ‘rollen’ die gespeeld moeten worden. In een vitaal netwerk worden vier rollen onderscheiden: de strateeg, de verkenner, de ontwikkelaar en de procesmanager. Met elkaar dekken zij alle activiteiten af die nodig zijn om het netwerk goed te laten functioneren. Van deelnemers aan het netwerk wordt onder meer verwacht dat zij zich afvragen wie bij uitstek geschikt is voor welke rol en wat zij zelf aan netwerkleiderschap kunnen bijdragen.

Desondanks blijft netwerkleiderschap een lastig thema; dat blijkt ook uit de teksten van Kaats et al. ‘Met de term netwerkleiderschap bedoelen we dan ook niet per se iemand die de leiding heeft,’ schrijven ze; maar het kan dus wel. Misschien kun je een netwerk het best omschrijven als een ‘fluïde organisatie’, om voor de gelegenheid maar even de titel van het nieuwste boek (De fluïde organisatie) van Arne de Vet en Filip Lowette te lenen; een ideale mix van hiërarchie en zelfsturing. Hoe die mix er precies uitziet, zal per situatie verschillen. Dat is misschien dan ook wel de grootste uitdaging als het om netwerkleiderschap gaat: het vinden van de ideale mix tussen hiërarchie en zelfsturing.


Organiseren in en met netwerken - 'Geeft praktische handreikingen'
19 april 2018 | Rudy Kor

Organiseren in en met netwerken van Nikki Willems, Renee Linck en Edwin Kaats is een praktisch werkboek dat helpt bij het organiseren van een – nieuw – netwerk.

Er zijn verschillende definities van netwerken, van het aangaan en onderhouden van contacten tot die in dit boek: ‘een samenspel van individuen, organisaties of kleine verbanden die zich tijdelijk en gelijkwaardig verbinden rondom een opgave, thema of uitdaging’.

Door de vele werkbladen hebben de auteurs een praktisch boek met heldere toelichtende teksten geschreven. En dat, versterkt met een overzichtelijke opmaak, maakt het tot een handig werkboek. Er staan 22 werkbladen in. Door de gerichte vragen naar het expliciteren van bijvoorbeeld de identiteit van het netwerk, de behoefte aan leiderschap of naar spontaan ontstane spelregels, worden leden van een netwerk geholpen bij het (vaak lastige en gevoelige) gesprek hierover. In taal en voorbeelden richten ze zich tot mensen die in en met netwerken werken.

Al lezend werd het me wel duidelijk waarom ik me vaak onttrek aan netwerkachtige constructen. De auteurs hebben een verhelderend rijtje onzekerheden die blijkbaar inherent zijn aan netwerken, zoals de afwezigheid van een duidelijk machtscentrum terwijl ik houd van enige duidelijkheid vanaf het begin. Maar ook hoort er het gevoel van ‘we kunnen niet met elkaar maar ook niet zonder elkaar (de auteurs noemen dat fenomeen interdependentie). Ook onzeker makend, of eigenlijk het ongemak, van het anders zijn van de anderen (Heterogeniteit). Daarbij komt ook nog dat de gezamenlijkheid geen traditionele hiërarchie met de bijbehorende vormen van klassieke controle kent. En toch hebben netwerken in sommige situaties hun meerwaarde.

Netwerken, dat is dus wel duidelijk, vragen van alle betrokkenen aandacht en zorg, het wordt niet vanzelf een productief samenspel. Om een productief netwerk op te bouwen hebben de auteurs een handige aanpak ontwikkeld die bestaat uit vier bouwstenen:

- Actoren – bepalen wie er mee doen met welke belangen en met welke bijdrage

- Identiteit – verkennen wat de deelnemers verbindt en welke passie ze hebben

- Ambities – wat er met elkaar gedaan wordt, wat er bereikt moet worden en hoe de samenhang van ambities bewaakt wordt

- Fundament - hoe het netwerk wordt ingericht en welke vorm van leiderschap er nodig is

De bouwstenen worden ieder in een apart hoofdstuk helder uitgewerkt. Deze vier hoofdstukken vormen ook de ‘harde’ kern van het boek: van de 127 pagina’s beslaan ze er 90. In het boek staat een ‘Netwerk Canvas’, dat de netwerkers zou kunnen helpen om samen de bouwstenen van het netwerk te ontdekken en tot de kern van het netwerk te komen. Ook al zeggen ze hun Netwerk Canvas te baseren op de moeder aller canvassen, het Business Model Canvas, het lijkt er wat betreft vorm en gebruiksgemak niet op. Het bevat bijvoorbeeld geen lege blokken die ingevuld kunnen worden.  Het canvas is daarentegen wel een mooie samenvatting van de vier bouwstenen.

De auteurs hebben voor elk van de vier bouwstenen ook een ‘analysemodel’ opgenomen, dat in hun vermogen tot ordening, steeds consequent uit drie ‘bollen’ (aspecten, invalshoeken, aandachtspunten?) bestaat. Zo bestaat de ‘fundamentanalyse’ uit drie ‘bollen’: spelregels, vorm en leiderschap.

Bij de ‘bol’ spelregels onderscheiden ze regels die gaan over hoe men zich wenst te gedragen, wie er mee mogen doen, hoe er omgegaan wordt met halen en brengen van bijdragen en opbrengsten, hoe er naar buiten binnen verantwoording wordt afgelegd en hoe besluiten worden genomen.

Ten aanzien van de ‘bol’ leiderschap stellen ze dat ieder netwerk behoefte heeft aan iets of iemand die dingen regelt, enige richting geeft en organiseert. Er is volgens hen dan leiderschap nodig, dat faciliterend en ondersteunend kan zijn, maar het kan ook heel sturend en directief zijn. En er niet een beste vorm van netwerkleiderschap, soms is de rol van Strateeg nodig, op een ander momenten die van Verkenner, Organisatieontwikkelaar of Procesmanager.

Afrondend: De zeven auteurs geven in 127 pagina’s praktische handreikingen, onderbouwd met leesbare theorieën, over het voeren van - de vaak lastige gesprekken -  over het organiseren van netwerken.

Rudy Kor is zelfstandig organisatieadviseur en auteur van diverse managementboeken. Tot voor kort werkte hij (als partner) bij TwynstraGudde. Hij startte zijn werkzame leven bij Philips in Eindhoven. Als adviseur helpt hij (project)managers bij het effectiever inrichten van hun projecten. Als veel-lezer wordt hij gedreven door nieuwsgierigheid. Voor de lezer die benieuwd is wat anderen van een boek vinden, schrijft hij recensies voor managementboek.nl


Nikki Willems, Renee Linck, Edwin Kaats
Organiseren in en met netwerken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden