Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
5 juni 2015 | Henk den Uijl

Degelijk. Zo komt toch de bestuurder die Lange ons voorschrijft vooral over. In elk geval is zijn ’Uit het goede hout gesneden’ een degelijk boek, dat in kort bestek een bestuurder in wording adviseert over het hoe en wat. Het heeft daarmee vooral een praktische inslag, gebaseerd op de ervaring van de auteur. Beter gezegd, het is een pleidooi met handvatten voor praktische wijsheid. Tegelijkertijd weet Lange ook: praktische wijsheid leer je niet uit een boek, en de toon die hij aanslaat past hier prima bij.

Het is daarmee vooral verademend dat Lange geen schreeuwerig boek heeft geschreven waarin één element doorslaggevend is voor (gegarandeerd) succes. Vele goeroes houden ervan om één universeel ‘iets’ te benoemen waar men zich naar uit moet strekken ter meerdere eer en glorie van de organisatie (en van de goeroe). Denk aan Big Hairy Audicious Goals of de constante nadruk op het belang van visie of het ‘sturen op waarden’. Allemaal prachtig, maar Lange doet recht aan de politieke en subtiele dimensies van besturen: stuurmanskunst, laveren, overstag gaan.

Voor Lange is de ideale bestuurder een leergierige ervaren man (want dat laatste lijkt stiekem wel een beetje zo te zijn) die op zoek is naar een deugdzaam en haast Aristoteliaans midden. Het is iemand die kan schakelen tussen verschillende rollen, en zichzelf ook nieuwe rollen aan wil leren. Iemand die niet (alleen) op zijn eigen ego leunt, maar vooral op het team om hem heen (of onder hem) en op een goede Raad van Toezicht. Een bestuurder die betrokken is bij het dagelijks werk, en toch voldoende afstand heeft. Zijn books goed kent, en bekend is met verleden en die ideeën heeft voor de toekomst.

Nu kan men dit boek op twee manieren interpreteren. Enerzijds is er de genuanceerde en positieve lezing zoals hierboven geschetst. Anderzijds zou men ook kunnen denken dat Lange het vooral heeft over een type bestuurder dat we ‘old-boy’ zijn gaan noemen. Bestuurders die houden van grote logge organisaties met veel laagjes, die vooral doen aan wat Herbert Simon satisfycing heeft genoemd: alleen dat doen wat minimaal noodzakelijk is om de omgeving tevreden te stellen, maar geen gekke dingen doen. Ze halen hun legitimatie uit het kopiëren van gedrag van de buur-bestuurder. Het gevolg: conformisme en een middelmatig bestuur, of zelfs volledig middelmatige sectoren; iets dat Van Dalen in Zorgvernieuwing lijkt te suggereren over de zorgsector.

Nu ben ik geneigd voor optie één te gaan: het is een behulpzaam en genuanceerd boek die iedere (aspirant-)bestuurder eens ter hand zou moeten nemen, of dat prima kan dienen als ondersteunend lesmateriaal voor opleidingen voor bestuurders en toezichthouders (want ook voor de toezichthouder is dit een zeer leerzaam boek: hoe kijkt de bestuurder naar de wereld en naar mij?). ‘Uit het goede hout gesneden’ komt niet in aanmerking voor de maand van het spannende boek, en misschien is dat wel de kracht. Of, om met Trommel te spreken, goed bestuur is bescheiden bestuur.


15 april 2015 | Carolien de Monchy

‘Uit het goede hout gesneden. De enerverende stap van manager naar bestuurder’ van Hanke Lange treft een actueel thema – het besturen van organisaties – vanuit een bijzonder perspectief.

Hoe is het om als manager door te groeien naar het niveau van een bestuurder? Waar loop je dan tegenaan? Waarin verschilt besturen dan van managen? Als je inzicht wilt krijgen in de thema’s waar bestuurders mee te maken hebben – dan wel als je het handwerk van de bestuurder wilt aanschouwen via verhalen, dan is dit boekje een voortreffelijk antwoord. In nog geen 128 bladzijden weet Hanke Lange de wereld van de bestuurder tot leven te wekken met mooie voorbeelden en praktische adviezen. Een absolute aanrader voor iedereen met belangstelling voor besturen.

‘Uit het goede hout gesneden. De enerverende stap van manager naar bestuurder’ bestaat uit 11 hoofdstukken in een relatief klein formaat boek. Deze beperkte omvang vormt voor Hanke Lange geen enkel probleem. Hij is in staat om met enkele welgekozen voorbeelden uit zijn eigen zeer brede werkpraktijk de pointe van een hoofdstuk helder over het voetlicht te brengen. Hanke Lange concentreert zich daarbij op de ‘generieke aspecten, dimensies die iedere bestuurder van een organisatie van enige omvang tegenkomt.’ Daarmee kan hij aan de ene kant abstraheren van een specifieke context, zoals profit of not-for-profit, tegelijkertijd brengt hij door zijn focus op de thema’s tot leven waar iedere bestuurder tegenaan loopt bij het handwerk van besturen. De aansprekende schrijfstijl laat zich zien in de titels van de hoofdstukken. Deze zijn verpakt als essentiële bestuurlijke uitdagingen of adviezen.

Drie hoofdstukken gaan met name over de persoonlijke ontwikkeling tot bestuurder: Hoofdstuk 3 ‘Ontwikkel een passende rolopvatting’, Hoofdstuk 4 ‘Verbreed je bestuurlijk repertoire’ en Hoofdstuk 11 ‘Kom goed voorbereid aan boord’. Zo legt Hanke Lange in Hoofdstuk 3 over de rolopvatting van de bestuurder uit dat je als bestuurder geen uitgewerkte partituur kan verwachten, waarin je partij precies staat uitgewerkt. Je zult zelf aan de slag moeten met je eigen ‘instrument’ (je bestuurlijke kennis en vaardigheden). De auteur bespreekt verschillende rolopvattingen en laat zien dat iedere bestuurder op een eigen manier vanuit zijn rolopvatting handelt. Dan volgen praktische handelingsadviezen als ‘ga de bestelling opnemen’ – dat wil zeggen: zoek uit wat anderen van je verwachten.

Het mooie van Hoofdstuk 4 over het verbreden van je bestuurlijk repertoire vind ik de verwoording van dilemma’s waar je als bestuurder voor staat. Gelukkig geeft de auteur geen voorschriften. Hanke Lange beschrijft de dilemma’s als twee polen die je allebei goed moet beheersen, het hangt immers van de situatie en van de bestuurder af wat er nodig is. Zoals ‘verstand hebben van de business én van mensen’ of ‘bestuurlijk leiderschap tonen én leiderschap aanmoedigen’ of ‘dienen én dwingen’. Aan het eind van het boek staat een scorelijst waarop je jezelf op de polen van 9 dilemma’s kunt scoren.
In deze hoofdstukken ligt de focus op het onderkennen van je persoonlijke opvattingen en je persoonlijke stijl, en het hanteren van de relaties waarbinnen je werkt. Je hoort hier de psycholoog aan het woord met oog voor het complexe netwerk waarbinnen je als bestuurder functioneert.

In zes hoofdstukken ligt de nadruk meer op het werk van de bestuurder. Hier put Hanke Lange duidelijk uit zijn brede ervaring als bestuursadviseur.
In Hoofdstuk 1 ‘Plaats bestuurlijk leiderschap in het juiste perspectief’ gaat Lange vooral in op de historie van leiderschap met een heel klein stukje naar het leiderschap van de toekomst. Het stukje over de toekomst vind ik veel interessanter dan de terugblik op de ontwikkeling van leiderschap, omdat het hele boekje boek gericht is op het besturen van organisaties in het heden en de toekomst.

De titel van Hoofdstuk 2 ‘ken de essenties van besturen’ spreekt voor zich. Hoofdstuk 5 ‘Creëer een productief topteam’ gaat niet over het selecteren van personen maar over de structuur van de samenwerking. Hoe groot is het bestuur? Argumenten voor (en tegen) een 1-hoofdig, een 2-hoofdig of een 3-hoofdig bestuur. Hoe vult de voorzitter zijn rol in qua inhoud en proces? Hanke Lange legt uit dat je als voorzitter in verschillende mate dominantie kan laten zien, maar dat het onverstandig is om op twee assen tegelijkertijd dominant of juist volgend te zijn.

De Hoofdstukken 6 ‘Bouw een geweldig tweede echelon’, 7 ‘Optimaliseer je werkrelatie met de RvC of RvT’ en 8 ‘Concludeer wat de organisatie nodig heeft, en neem de regie’ illustreren waar bestuurders voor gesteld staan aan de hand van de bestuurlijke processen.

Hoofdstuk 8 legt uit dat je als bestuurder een bestuurlijke agenda opstelt op basis van je analyse wat de organisatie nodig heeft. Dit vond ik een mooi hoofdstuk omdat het de denkwereld van de bestuurders goed laat zien, keurig teruggebracht in zes vragen. Een manager vraagt zich wellicht af of de organisatie haar doelen bereikt. Een bestuurder stelt andere vragen, zoals ‘Scannen we de omgeving voldoende?’ ‘Doen we allemaal mee?’ of ‘Zijn onze manieren geschikt om met lastige realiteiten om te gaan?’ De bestuurder richt zich op de voorwaarden waaronder een organisatie zinvolle doelen kan stellen en behalen, dat komt hier helder naar voren.

In de hoofdstukken 9 ‘Bewaak je bestuurlijke geloofwaardigheid’ en 10 ‘Neem signalen van afbrokkelend vertrouwen serieus’ integreert Hanke Lange de inhoudelijke en de persoonlijke invalshoeken. Het wordt duidelijk dat een bestuurder zelf invloed heeft op zijn eigen bestuurlijke geloofwaardigheid, en tevens afhankelijk is van factoren in de omgeving. Zoals past in het kader van dit boek legt Hanke Lange de focus op die elementen waar een bestuurder zelf invloed op heeft, zoals de titels van de paragrafen in Hoofdstuk 9 aangeven: ‘organiseer twijfel en tegenmacht’, ‘creëer een goede verstandhouding met je omgeving’, ‘sla een brug naar de toekomst’. In Hoofdstuk 10 komt een stortvloed van signalen en voorbeelden van mislukkingen aan de orde, afgewisseld met gedragingen en waarschuwingen. Na de rust en de helderheid van de vorige hoofdstukken is het hier plotseling heel veel informatie van grote diversiteit, een bouillonblokje na een serie gebalanceerde gerechten.

Hanke Lange is uitstekend geslaagd in zijn doel om een inkijkje te geven wat erbij komt kijken om je tot een bestuurder van formaat te ontwikkelen. Dit boek geeft je een beeld van wat er nodig is, met een mooie balans tussen persoonlijke en inhoudelijke competenties. Zoals het laatste hoofdstuk laat zien is de dynamiek in de bestuurskamer maar beperkt te beïnvloeden door de bestuurder zelf. Daarmee komt de vraag naar succes en falen in een ander daglicht te staan. Ik zie er naar uit dat Hanke Lange in een volgend boek die vraagstelling nader onder de loep neemt.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden